Voedingstoffen zijn belangrijke stoffen.
Brandstof = Die geven je energie.
Bouwstof = Hier maakt je lichaam enzymen en andere belangrijke bouwstoffen van.
Energie van voeding wordt uitgedrukt in kJ = KiloJoule
1 kilocalorie = 4,2 kiloJoule.
Eiwitten bestaan uit lange ketens van aan elkaar gekoppelde aminozuren.
Aminozuren hebben grotendeels dezelfde bouw.
In het midden zit een koolstofatoom met aan de ene kant een aminogroep en aan de andere kant
een zuurgroep.
Essentiële aminozuren = Aminozuren die je lichaam zelf niet kan aanmaken. Deze moet je
binnenkrijgen via voeding.
Dipeptide bestaat uit moleculen van twee gekoppelde aminozuren.
Door de koppeling van 2 aminozuurgroepen ontstaat er een peptidegroep.
Polypeptiden = Veel aan elkaar gekoppelde aminozuurmoleculen.
Spijsvertering → Polypeptiden en eiwitten. → Aminozuren.
Hydrolysereactie = Dipeptiden worden samen met water omgezet in aminozuren.
De volgorde waarin de aminozuren door middel van peptidegroepen gekoppeld zijn = De primaire
structuur.
Een eiwit kan een bouwstof, hormoon of enzym zijn.
Enzymen zijn biologische katalysatoren die zeer selectief versnellen. Ze versnellen namelijk één
bepaalde reactie.
Enzymen zijn gevoelig voor pH- en temperatuurveranderingen. Er is een bepaalde temperatuur en
pH-waarde waarbij een enzym optimaal werkt. = Temperatuuroptimum/ pH-optimum.
Koolhydraten zijn een belangrijke bron van energie.
Koolhydraten bestaan uit één of meerdere bouwblokjes.
Monosacheride = Één van de bouwblokjes van koolhydraten.
Disacheride = Twee aan elkaar gekoppelde glucose-moleculen.
Condensatiereactie = Er koppelen twee moleculen onder afsplitsing van een klein molecuul.
Polysacheriden = Moleculen die bestaan uit een groot aantal gekoppelde monosacheriden →
Macromoleculen.
Koolhydraten worden als glycogeen opgeslagen in de lever en spieren.
Hydrolysereactie = Van één molecuul worden met behulp van een watermolecuul twee moleculen
gemaakt.
Er komt energie vrij bij het verbranden van koolhydraten.
Macroniveau = Iets wat je met het blote oog kan waarnemen.
Mesoniveau = Tussen macro- en microniveau in.
Microniveau = Deeltjes, moleculen, atomen, ionen en elektronen.