Uitwerkingen
13.1 Additiepolymerisatie
A1
a Geen. Alle dubbele bindingen zijn open gebroken om het polymeer te vormen.
b Met een golfje ~ wat weergeeft dat je maar een deel van het polymeer getekend hebt.
c Door middel van additiepolymerisatie en condensatiepolymerisatie.
A2
Initiatie, propagatie en terminatie.
B3
a F F
C C
F F
b
F F F F F F
HC C C C C CH
F F F F F F
c In de tekst staat dat het vrijwel nergens mee reageert en bestand is tegen hoge temperaturen. De
stof zal dus niet gemakkelijk worden afgebroken.
d De fluoratomen in het teflon kunnen het schadelijke gas fluor vormen, F2.
B4
1,1-difluoretheen:
H F
C C
H F
B5
a Ze heeft er geen rekening mee gehouden dat de C-atomen van de dubbele binding aan elkaar
koppelen. In plaats daarvan heeft ze alle C-atomen op een rij gezet.
b
CH3 H CH3 H
C C C C
H CH3 H CH3
C6
a H H
C C
H
b R2 → 2 R·
, H H H H
C C R C C
R
H
H
c
H H H H H H H H
R C C C C R C C C C
H H H H
Dit proces herhaalt zich velen malen. Er ontstaat:
H H H H
R C C C C
H H
n
d
H H H H H H H H H H H H H H H H
R C C C C C C C C R R C C C C C C C C R
H H H H H H H H
n n n n
C7
a 2 H2C=CH−CH3 + 2 NH3 + 3 O2 → 2 H2C=CH−C≡N + 6 H2O
b H H H H H H
C C C C C C
H C H C H C
N N N
c buta-1,3-dieen:
H2C CH CH CH2
en styreen:
H H
C C
H