Welvaart: de mate waarin mensen zich in hun behoefte kunnen voorzien
Welvaart meten -bbp of bbp per hoofd (waarde productie in een land = inkomen) = ontwikkeling bbp
-productie
-inkomens
Let op de inflatie
Koopkracht (ric) =
Nadeel bbp: informele circuit, verdeling welvaart, welzijn
Bbp meten
1 subjectieve methode: beloningen van productiefactoren= loon + huur+ pacht+ rente+ winst
2 objectieve methode: omzet – inkopenkosten – afschrijvingen
3 bestedingen methode: y=c+i+o+e-m
(e-m = lopende rekening, saldo buitenland, nationaal spaarsaldo)
Bbp van niet commerciele bedrijven is de productie=inkomen, omdat ze geen winst maken
Verdeling van Kapitaal K en arbeid L over het inkomen
Arbeid L= loon, toegerekendloon zelfstandigen (AIQ)
Kapitaal K= rente, huur, pacht, dividend (KIQ)
AIQ= KIQ=
Spanningen tussen AIQ en KIQ
Hoge AIQ = lage KIQ : lage arbeidsproductie, hoge loonkosten slechte concurentiepositie
Lage AIQ = hoge KIQ : betaal medewerkers weinig, sociale onrust
Toenemende bestedingen winst↑ - lonen vast door cao meer onrust
NL dalende AIQ: -flexibele schil (na 3 jaar vast in dienst)
-kwaliteit kapitaalgoed hoog
-lage loon landen gebruiken
-deeltijdwerkers
Hoofstuk 2
De klassieken: Adam Smith, liberalen, loon is kosten, kleine overheid,
marktmechanisme ” the invisible hand” geen overheidsingrijpen
uitgangspunten: -producent levert wat consument wil
-door concurrentie geen woekerwinsten (hele hoge winsten)
-productie factoren worden efficiënt ingezet
-markten brengen zichzelf in evenwicht
Wet van say: aanbod creëert vraag
Potentiële productie = maximale productiecapaciteit
Afhankelijk van -hoeveelheid arbeid
-hoeveelheid kapitaal
-totale factorproductiviteit kwaliteit en efficientie
Doel output bbp, kan sterker groeien dan de input
4 soorten TFP: -economisch kapitaal (infrastructuur, innovatie)
-menselijk kapitaal (scholing)
-natuurlijk kapitaal (ligging land)
-maatschappelijke factoren (politiek, oorlog, ziektes, stabiliteit)