Communicatieve ontwikkeling:
Samenvatting cursustekst
2. Model voor menselijke communicatie
2.3 menselijke communicatie
Voor logopedisten en audiologen is het communicatiemodel een theoretisch
kader om de moeilijkheden in de communicatie, de nodige vaardigheden en de
verschillende specialisatiedomeinen.
Wat is communicatie nu eigenlijk?
Communicatie is een zender dat een boodschap wil overbrengen naar een
ontvanger. Een beurtelingse uitwisseling in een medium zoals lucht,papier enz.
De gesproken worden zullen worden aangevuld met
gebaren,lichaamstaal,mimiek en het gelaat.
De ontvanger kan de informatie dus ontvangen via zintuigen -> scherp gehoor
en een intacte visus zijn cruciaal.
Er zijn dus ook enkele voorwaarden voor een goede communicatie.
1. Intacte zintuigen
2. Intacte hersenstructuren
3. Intacte spraakstructuren
4. Kennis van de normale ontwikkeling
5. Kennis van alle voorwaarden
2.5 Een model voor woordproductie
Conceptualisatie: spreker heeft een bepaald concept of idee dat hij wil
overbrengen naar een bepaalde ontvanger. Stel als kind je wil olifant zeggen,
kan het zijn dat je dit woord niet krijgt opgeroepen.
Lexicon: De preverbale boodschap triggert het lexicon om op die manier een
gepast lexeem te vinden dat bij het concept past.
Grammaticale encodering: Eens de woorden uit je lexicon zijn geselecteerd en
tot zinnen samengesteld tot semantische juiste relaties. Vb. ‘Een olifant is
groot’ en niet ‘Een olifant zijn groot’.
Fonologische encodering: Dan zullen de corresponderende fonologische
eenheden geselecteerd. Vb. Olifant = /olifant/. Indien dat dit proces niet goed
intact verloopt gebeuren er “tongslippers” of dus fonologische fouten. Vb.
“Alifant” “ofilant”
Motorische planning: strategie gehanteerd om actie te programmeren. Het
motorisch plan van elk woord slaagt men op in zijn zogezegde ‘speech sound
map’
, Motorische programmering: set van spiercommando’s
Motorische executie: omzetting in bewegingen van het spraakapparaat,het
stemapparaat enz.
2.6 Model voor woordbegrip
Overdracht van het akoestisch signaal: akoestisch signaal gaat naar het
binnenoor,daarna naar de haarcellen en dan naar de gehoorzenuw en
hersenstam om zo naar de linker en rechter temporale lob te gaan, hier zullen
verschillende zenuwcellen reageren op de verschillende akoestische signalen.
, Communicatieve ontwikkeling:
Samenvatting cursustekst
3. Prenataal – Pre linguale periode (eerste levensjaar)
3.4 Gehoor:
Gehoor of auditieve systeem blijkt cruciale rol te spelen in verwerving van de gesproken
taal. Het auditieve systeem staat immers in voor de opdracht van geluidsenergie uit de
omgeving via de uitwendige gehoorgang, het middenoor, het binnenoor en de
gehoorzenuw.
Kortom: Auditieve systeem analyseert en zorgt dat je als luisteraar kan communiceren en
leren. Reeds in de baarmoeder treedt dit systeem in werking.
3.4.1 Prenataal horen:
3.4.1.1 De geluidsomgeving in de utero
Geluiden uit 3 bronnen
1) Intern gegenereerde geluiden -> afkomstig van de organen, de stem van de
moeder
2) Extern gegenereerde geluiden -> Moeten door de dikke baarmoederwand en zullen
dus aan energie verliezen.
3) Extern vibro- akoestische stimulatie (VAS) -> mechanische voorwerpen dichtbij of
tegen het lichaam van moeder houden. De vas produceert geluid en trillingen
waarop de foetus reageert.
3.4.1.2 Anatomische en functionele ontwikkeling
De ontwikkeling van het auditieve systeem omvat de aanleg van de voornaamste
anatomische structuren en de functionele ontwikkeling vanaf ongeveer 20 weken.
3.4.1.3 Evidenties voor het prenataal horen
Vanaf ongeveer 25 weken is er reeds sprake van prenataal horen.
De foetus reageert immers op plotse externe geluiden met een schrikreactie.
= Schrikreflex uit zich in spierreacties
Zuigrespons van de baby, baby’s geven een voorkeur aan de eigen moederstem door het
verhogen van de zuigintensiteit
Baby’s van twee dagen oud prefereren de spraakpatronen van de eigen taal boven die
van een vreemde taal.
Verder lijken kinderen ook muziek te herkennen die prenataal vaak aangeboden werd.
3.4.2 Neonataal horen:
3.4.2.1 Plasticiteit
, De auditieve banen en cortex ontwikkelen zich op basis van stimulatie. De neuroplasticiteit
houdt in dat de hersenen zich voegen naargelang de sensorische input die het ontvangt.
Het is dus ‘kneedbaar’
Na de geboorte neemt het aantal synapsen toen, door deze grote toename kan het signaal
verschillende wegen nemen.
3.4.2.2 Reflexmatig versus begrijpend horen
Het horen vlak na de geboorte = reflexmatig horen (omdat de centrale banen nog moeten
matureren.
Door een regelmatige stimulatie van de centraal auditieve cortex zullen de primaire
reflexmatige reacties onderdrukt worden door een hogere orde = begrijpend horen
3.4.2.3 Ontwikkeling van de gehoorfuncties in het eerste levensjaar
Baby’s zullen steeds complexere hoorfuncties kunnen ontwikkelen.
Heel jong kind moet voortdurend wennen en zich aanpassen aan de aanwezigheid van
geluiden die op de achtergrond aanwezig zijn pas als er daar bewustwording is kan met
specifieke aandacht krijgen voor geluiden op de achtergrond.
Het kunnen bepalen of een geluid aanwezig is of niet dat noemt men detectie.
De discriminatie tussen verschillende geluiden wordt alsmaar verfijnder. Als men kan
bepalen uit welke richting het geluid komt noemt men dit lokalisatie.
Baby’s leren geluiden herkennen of identificeren, ook krijgen op een bepaald ogenblik
geluiden een betekenis, het horen van een geluid brengt imaginair een beeld op dit hele
proces zorgt ook voor een interpretatie.
- Detectie: welke geluiden mensen net wel kunnen detecteren noemt men de
auditieve gevoeligheid. Logisch is dat deze gevoeligheid lager is bij baby’s dan bij
volwassenen.
- Lokalisatie: Volwassenen kunnen na een complexe analyse zeer precies bepalen
waar het geluid vandaan komt. In de eerste maanden is de lokalisatie een reflex,
gericht op overleving. Na 8 a 9 woorden dooft de reflex uit en kan het kind bewust
lokaliseren.
- Discriminatie: frequentiediscriminatie en temporele discrimisatie. Voor de
spraakverstaanbaarheid is het immers nodig om kleine verschillen in spraakklanken
te onderscheiden. Een baby kan steeds kleinere verschillen waarnemen. De eerste
levensjaren en maanden zijn ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van de
auditieve vaardigheden
3.4.2.4 Evidenties van neonataal horen
Men moet in zijn achterhoofd houden dat noch visuele noch tactiele cues de responsen
uitlokken dus enkel auditief.
- Geboorte tot 3 maanden: wanneer het kind rustig slaapt, gewekt door plotse
geluiden, begint te huilen en vertoond motorische bewegingen, dan gekalmeerd en
getroost door de moeder
Samenvatting cursustekst
2. Model voor menselijke communicatie
2.3 menselijke communicatie
Voor logopedisten en audiologen is het communicatiemodel een theoretisch
kader om de moeilijkheden in de communicatie, de nodige vaardigheden en de
verschillende specialisatiedomeinen.
Wat is communicatie nu eigenlijk?
Communicatie is een zender dat een boodschap wil overbrengen naar een
ontvanger. Een beurtelingse uitwisseling in een medium zoals lucht,papier enz.
De gesproken worden zullen worden aangevuld met
gebaren,lichaamstaal,mimiek en het gelaat.
De ontvanger kan de informatie dus ontvangen via zintuigen -> scherp gehoor
en een intacte visus zijn cruciaal.
Er zijn dus ook enkele voorwaarden voor een goede communicatie.
1. Intacte zintuigen
2. Intacte hersenstructuren
3. Intacte spraakstructuren
4. Kennis van de normale ontwikkeling
5. Kennis van alle voorwaarden
2.5 Een model voor woordproductie
Conceptualisatie: spreker heeft een bepaald concept of idee dat hij wil
overbrengen naar een bepaalde ontvanger. Stel als kind je wil olifant zeggen,
kan het zijn dat je dit woord niet krijgt opgeroepen.
Lexicon: De preverbale boodschap triggert het lexicon om op die manier een
gepast lexeem te vinden dat bij het concept past.
Grammaticale encodering: Eens de woorden uit je lexicon zijn geselecteerd en
tot zinnen samengesteld tot semantische juiste relaties. Vb. ‘Een olifant is
groot’ en niet ‘Een olifant zijn groot’.
Fonologische encodering: Dan zullen de corresponderende fonologische
eenheden geselecteerd. Vb. Olifant = /olifant/. Indien dat dit proces niet goed
intact verloopt gebeuren er “tongslippers” of dus fonologische fouten. Vb.
“Alifant” “ofilant”
Motorische planning: strategie gehanteerd om actie te programmeren. Het
motorisch plan van elk woord slaagt men op in zijn zogezegde ‘speech sound
map’
, Motorische programmering: set van spiercommando’s
Motorische executie: omzetting in bewegingen van het spraakapparaat,het
stemapparaat enz.
2.6 Model voor woordbegrip
Overdracht van het akoestisch signaal: akoestisch signaal gaat naar het
binnenoor,daarna naar de haarcellen en dan naar de gehoorzenuw en
hersenstam om zo naar de linker en rechter temporale lob te gaan, hier zullen
verschillende zenuwcellen reageren op de verschillende akoestische signalen.
, Communicatieve ontwikkeling:
Samenvatting cursustekst
3. Prenataal – Pre linguale periode (eerste levensjaar)
3.4 Gehoor:
Gehoor of auditieve systeem blijkt cruciale rol te spelen in verwerving van de gesproken
taal. Het auditieve systeem staat immers in voor de opdracht van geluidsenergie uit de
omgeving via de uitwendige gehoorgang, het middenoor, het binnenoor en de
gehoorzenuw.
Kortom: Auditieve systeem analyseert en zorgt dat je als luisteraar kan communiceren en
leren. Reeds in de baarmoeder treedt dit systeem in werking.
3.4.1 Prenataal horen:
3.4.1.1 De geluidsomgeving in de utero
Geluiden uit 3 bronnen
1) Intern gegenereerde geluiden -> afkomstig van de organen, de stem van de
moeder
2) Extern gegenereerde geluiden -> Moeten door de dikke baarmoederwand en zullen
dus aan energie verliezen.
3) Extern vibro- akoestische stimulatie (VAS) -> mechanische voorwerpen dichtbij of
tegen het lichaam van moeder houden. De vas produceert geluid en trillingen
waarop de foetus reageert.
3.4.1.2 Anatomische en functionele ontwikkeling
De ontwikkeling van het auditieve systeem omvat de aanleg van de voornaamste
anatomische structuren en de functionele ontwikkeling vanaf ongeveer 20 weken.
3.4.1.3 Evidenties voor het prenataal horen
Vanaf ongeveer 25 weken is er reeds sprake van prenataal horen.
De foetus reageert immers op plotse externe geluiden met een schrikreactie.
= Schrikreflex uit zich in spierreacties
Zuigrespons van de baby, baby’s geven een voorkeur aan de eigen moederstem door het
verhogen van de zuigintensiteit
Baby’s van twee dagen oud prefereren de spraakpatronen van de eigen taal boven die
van een vreemde taal.
Verder lijken kinderen ook muziek te herkennen die prenataal vaak aangeboden werd.
3.4.2 Neonataal horen:
3.4.2.1 Plasticiteit
, De auditieve banen en cortex ontwikkelen zich op basis van stimulatie. De neuroplasticiteit
houdt in dat de hersenen zich voegen naargelang de sensorische input die het ontvangt.
Het is dus ‘kneedbaar’
Na de geboorte neemt het aantal synapsen toen, door deze grote toename kan het signaal
verschillende wegen nemen.
3.4.2.2 Reflexmatig versus begrijpend horen
Het horen vlak na de geboorte = reflexmatig horen (omdat de centrale banen nog moeten
matureren.
Door een regelmatige stimulatie van de centraal auditieve cortex zullen de primaire
reflexmatige reacties onderdrukt worden door een hogere orde = begrijpend horen
3.4.2.3 Ontwikkeling van de gehoorfuncties in het eerste levensjaar
Baby’s zullen steeds complexere hoorfuncties kunnen ontwikkelen.
Heel jong kind moet voortdurend wennen en zich aanpassen aan de aanwezigheid van
geluiden die op de achtergrond aanwezig zijn pas als er daar bewustwording is kan met
specifieke aandacht krijgen voor geluiden op de achtergrond.
Het kunnen bepalen of een geluid aanwezig is of niet dat noemt men detectie.
De discriminatie tussen verschillende geluiden wordt alsmaar verfijnder. Als men kan
bepalen uit welke richting het geluid komt noemt men dit lokalisatie.
Baby’s leren geluiden herkennen of identificeren, ook krijgen op een bepaald ogenblik
geluiden een betekenis, het horen van een geluid brengt imaginair een beeld op dit hele
proces zorgt ook voor een interpretatie.
- Detectie: welke geluiden mensen net wel kunnen detecteren noemt men de
auditieve gevoeligheid. Logisch is dat deze gevoeligheid lager is bij baby’s dan bij
volwassenen.
- Lokalisatie: Volwassenen kunnen na een complexe analyse zeer precies bepalen
waar het geluid vandaan komt. In de eerste maanden is de lokalisatie een reflex,
gericht op overleving. Na 8 a 9 woorden dooft de reflex uit en kan het kind bewust
lokaliseren.
- Discriminatie: frequentiediscriminatie en temporele discrimisatie. Voor de
spraakverstaanbaarheid is het immers nodig om kleine verschillen in spraakklanken
te onderscheiden. Een baby kan steeds kleinere verschillen waarnemen. De eerste
levensjaren en maanden zijn ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van de
auditieve vaardigheden
3.4.2.4 Evidenties van neonataal horen
Men moet in zijn achterhoofd houden dat noch visuele noch tactiele cues de responsen
uitlokken dus enkel auditief.
- Geboorte tot 3 maanden: wanneer het kind rustig slaapt, gewekt door plotse
geluiden, begint te huilen en vertoond motorische bewegingen, dan gekalmeerd en
getroost door de moeder