Criteria om in aanmerking te komen als een onderneming:
- Duurzame organisatie van arbeid en kapitaal
- Deelname aan het economische verkeer
- Winstoogmerk
Goed koopmansgebruik is een algemene geaccepteerde manier van boekhouden. Art. 3.25
wet IB
Aftrekuitsluiting algemene aftrek art. 3.14 Wet IB. Uitgaven voor persoonlijke behoefte en
levensstijl. Deze uitgaven gebeuren regelmatig.
Meerkeuzevragen 4.1 t/m 4.5
Iemand die zich inschrijft bij de Kamer van Koophandel als zelfstandige en vervolgens alleen
werkzaam is voor zijn voormalige werkgever, is er feitelijk geen sprake van zelfstandigheid.
De inschrijving bij de Kamer van Koophandel alleen is niet voldoende om te komen tot een
ondernemerschap. Als de zelfstandige met een modelovereenkomst in de zin van de Wet
Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) werkt zal hij fiscaal als ondernemer worden
aangemerkt.
Een belegger die bijna dagelijks bezig is met het beleggen van zijn vermogen in aandelen kan
niet worden belast als winst uit onderneming. Er is geen sprake van een onderneming, maar
van vermogensbeheer. Hij belegt met zijn eigen vermogen en doet het niet als een dienst
voor iemand anders.
Een ondernemer moet aan het urencriterium voldoen om in aanmerking te komen voor de
meewerkaftrek, oudedagsreserve en zelfstandigenaftrek. Bij een
kleinschaligheidsinvesteringsaftrek of investeringsaftrek (art. 3.40 en 3.41 Wet IB) hoeft er
niet aan het urencriterium te zijn voldaan.
De regels voor de winstbepaling zijn ook van toepassing op medegerechtigden en andere
winstgenieters, ook al zijn ze geen ondernemer.
Oefenvragen 4.1 t/m 4.5
Bij beperkte omvang van activiteiten is er vaak eerder sprake van resultaat uit overige
werkzaamheden (art. 3.90 Wet IB) dan van ondernemerschap.
Bij het verhuren van een kamer in een woning is er veeleer sprake van het rendabel maken
van vermogen, waarbij vaak ook nog enige arbeid komt kijken. Er is dan eerder sprake van
inkomen uit een werkzaamheid dan van duurzaam ondernemerschap.
Vanwege wisselende resultaten staat een gebrek aan objectieve winstverwachting in de weg
van ondernemerschap.
Een maat die een maatschap met anderen uitoefent is een ondernemer, want de
onderneming wordt mede voor zijn rekening gedreven (art. 3.4 Wet IB).
- Duurzame organisatie van arbeid en kapitaal
- Deelname aan het economische verkeer
- Winstoogmerk
Goed koopmansgebruik is een algemene geaccepteerde manier van boekhouden. Art. 3.25
wet IB
Aftrekuitsluiting algemene aftrek art. 3.14 Wet IB. Uitgaven voor persoonlijke behoefte en
levensstijl. Deze uitgaven gebeuren regelmatig.
Meerkeuzevragen 4.1 t/m 4.5
Iemand die zich inschrijft bij de Kamer van Koophandel als zelfstandige en vervolgens alleen
werkzaam is voor zijn voormalige werkgever, is er feitelijk geen sprake van zelfstandigheid.
De inschrijving bij de Kamer van Koophandel alleen is niet voldoende om te komen tot een
ondernemerschap. Als de zelfstandige met een modelovereenkomst in de zin van de Wet
Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) werkt zal hij fiscaal als ondernemer worden
aangemerkt.
Een belegger die bijna dagelijks bezig is met het beleggen van zijn vermogen in aandelen kan
niet worden belast als winst uit onderneming. Er is geen sprake van een onderneming, maar
van vermogensbeheer. Hij belegt met zijn eigen vermogen en doet het niet als een dienst
voor iemand anders.
Een ondernemer moet aan het urencriterium voldoen om in aanmerking te komen voor de
meewerkaftrek, oudedagsreserve en zelfstandigenaftrek. Bij een
kleinschaligheidsinvesteringsaftrek of investeringsaftrek (art. 3.40 en 3.41 Wet IB) hoeft er
niet aan het urencriterium te zijn voldaan.
De regels voor de winstbepaling zijn ook van toepassing op medegerechtigden en andere
winstgenieters, ook al zijn ze geen ondernemer.
Oefenvragen 4.1 t/m 4.5
Bij beperkte omvang van activiteiten is er vaak eerder sprake van resultaat uit overige
werkzaamheden (art. 3.90 Wet IB) dan van ondernemerschap.
Bij het verhuren van een kamer in een woning is er veeleer sprake van het rendabel maken
van vermogen, waarbij vaak ook nog enige arbeid komt kijken. Er is dan eerder sprake van
inkomen uit een werkzaamheid dan van duurzaam ondernemerschap.
Vanwege wisselende resultaten staat een gebrek aan objectieve winstverwachting in de weg
van ondernemerschap.
Een maat die een maatschap met anderen uitoefent is een ondernemer, want de
onderneming wordt mede voor zijn rekening gedreven (art. 3.4 Wet IB).