Hoofdstuk 8, Paragraaf 1
- De industriële revolutie
➢ Uitleg: Omstreeks 1800 begin in Groot-Brittannië de industriële revolutie, een
ingrijpende maar geleidelijke verandering van de nijverheid die sneller,
grootschaliger en goedkoper ging produceren. Door verbeterde
landbouwmethodes konden minder boeren meer voedsel produceren. Door
de technologische vooruitgang werden ook de vervoersmogelijkheden
ingrijpend verbeterd. Er ontstond een industriële samenleving, waarin meer
dan de helft van de bevolking in de steden woonde en waarin industrie en
diensten de belangrijkste beroepssectoren werden. De industrialisatie
verspreidde zich in de tweede helft van de 19e eeuw naar andere Europese
landen, de VS en Japan en in de 20e eeuw naar de rest van de wereld.
➢ gebeurtenis: In 1830 kwam de eerste spoorlijn gereed, tussen de textielstad
Manchester en de havenstad Liverpool. Dit maakte grootschalig transport van
grondstoffen en producten mogelijk.
➢ ontwikkeling: De industrialisatie begon in Groot-Brittannië en werd in de 19e
eeuw verspreid naar de VS, het Europese vasteland en Japan. Daarna
industrialiseerden in de 20e eeuw ook andere delen van de wereld.
➢ verschijnsel: Door de industrialisatie ontstonden een grote industriële
arbeidersklasse en een nieuwe klasse van kapitalisten die hun geld belegden
in de industrie en de handel.
➢ handeling van een persoon: Uitvinder Charles Watt bouwde een verbeterde
stoommachine, waarmee met stoomdruk wielen in beweging werden gezet.
Deze machine bleek zeer bruikbaar in allerlei industrieën en verhoogde
productie enorm.
➢ gedachtegang van een persoon: De industriële revolutie leidde in de 19e
eeuw bij velen tot optimisme. Het stijgende levenspeil en de talloze
vernieuwingen versterken het vooruitgangsgeloof. De menselijke
mogelijkheden lijken onbeperkt.
Hoofdstuk 8, paragraaf 2
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme,
nationalisme, socialisme, confessionnalisme en feminisme.
➢ Uitleg: Vanaf 1815 ontstonden politieke stromingen als het liberalisme,
nationalisme en socialisme, die zich verzetten tegen de conservatieve
monarchieën. Door de opkomst van de burgerij en de arbeidersklasse
groeide hun invloed.
➢ gebeurtenis: In 1848 maakte een bloedige volksopstand in Parijs een eind
aan de Franse monarchie. De liberalen namen de macht over en Frankrijk
werd weer een republiek. Dit toont de opkomst van het liberalisme als politiek
maatschappelijke stroming.
➢ ontwikkeling: Aan het eind van de 19e eeuw groeide in heel Europa een
nieuw, agressief nationalisme, dat het eigen volk verheerlijkte en andere
volken als minderwaardig beschouwde.
- De industriële revolutie
➢ Uitleg: Omstreeks 1800 begin in Groot-Brittannië de industriële revolutie, een
ingrijpende maar geleidelijke verandering van de nijverheid die sneller,
grootschaliger en goedkoper ging produceren. Door verbeterde
landbouwmethodes konden minder boeren meer voedsel produceren. Door
de technologische vooruitgang werden ook de vervoersmogelijkheden
ingrijpend verbeterd. Er ontstond een industriële samenleving, waarin meer
dan de helft van de bevolking in de steden woonde en waarin industrie en
diensten de belangrijkste beroepssectoren werden. De industrialisatie
verspreidde zich in de tweede helft van de 19e eeuw naar andere Europese
landen, de VS en Japan en in de 20e eeuw naar de rest van de wereld.
➢ gebeurtenis: In 1830 kwam de eerste spoorlijn gereed, tussen de textielstad
Manchester en de havenstad Liverpool. Dit maakte grootschalig transport van
grondstoffen en producten mogelijk.
➢ ontwikkeling: De industrialisatie begon in Groot-Brittannië en werd in de 19e
eeuw verspreid naar de VS, het Europese vasteland en Japan. Daarna
industrialiseerden in de 20e eeuw ook andere delen van de wereld.
➢ verschijnsel: Door de industrialisatie ontstonden een grote industriële
arbeidersklasse en een nieuwe klasse van kapitalisten die hun geld belegden
in de industrie en de handel.
➢ handeling van een persoon: Uitvinder Charles Watt bouwde een verbeterde
stoommachine, waarmee met stoomdruk wielen in beweging werden gezet.
Deze machine bleek zeer bruikbaar in allerlei industrieën en verhoogde
productie enorm.
➢ gedachtegang van een persoon: De industriële revolutie leidde in de 19e
eeuw bij velen tot optimisme. Het stijgende levenspeil en de talloze
vernieuwingen versterken het vooruitgangsgeloof. De menselijke
mogelijkheden lijken onbeperkt.
Hoofdstuk 8, paragraaf 2
- De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme,
nationalisme, socialisme, confessionnalisme en feminisme.
➢ Uitleg: Vanaf 1815 ontstonden politieke stromingen als het liberalisme,
nationalisme en socialisme, die zich verzetten tegen de conservatieve
monarchieën. Door de opkomst van de burgerij en de arbeidersklasse
groeide hun invloed.
➢ gebeurtenis: In 1848 maakte een bloedige volksopstand in Parijs een eind
aan de Franse monarchie. De liberalen namen de macht over en Frankrijk
werd weer een republiek. Dit toont de opkomst van het liberalisme als politiek
maatschappelijke stroming.
➢ ontwikkeling: Aan het eind van de 19e eeuw groeide in heel Europa een
nieuw, agressief nationalisme, dat het eigen volk verheerlijkte en andere
volken als minderwaardig beschouwde.