Biologie samenvatting
Levensfasen
Levensfasen zijn perioden in een mensenleven waarin je lichaam en
je verstand veranderen.
De levensfasen zijn: baby, peuter, kleuter, kind, puber, adolescent,
volwassene en oudere.
Veranderingen door hormonen
Hormonen zijn regelstoffen in je lichaam; ze worden gemaakt door
hormoonklieren, zoals de hypofyse.
Hormonen worden afgegeven aan het bloed. Alleen de organen
waarvoor de hormonen zijn bedoeld reageren.
Groei
Eerste levensjaar: groei door (goede) voeding. Daarna: groei onder
invloed van groeihormoon.
De hypofyse geeft groeihormoon af aan het bloed.
Door zijn vorm past het groeihormoon alleen op de kraakbeencellen
in je botten.
Door celdeling en celgroei worden de botten langer.
De hypofyse maakt tijdens de puberteit extra veel groeihormoon.
Botten groeien vanuit groeischijven. Die zitten aan de uiteinden van
de pijpbeenderen in je armen en benen.
In de puberteit verbenen de groeischijven. Dan stopt de groei.
Mannen zijn langer dan vrouwen, omdat de groeispurt bij jongens
later begint, intensiever is en langer duurt.
Geslachtskenmerken (bron 2)
Geslachtskenmerken maken de verschillen tussen jongens en
meisjes duidelijk.
Primaire geslachtskenmerken zijn vanaf de geboorte zichtbaar.
Secundaire geslachtskenmerken ontstaan in de puberteit.
Bijvoorbeeld: schaamhaar en borsten.
Tertiaire geslachtskenmerken zijn verschillen in kleding, gedrag en
denken.
Veranderingen in de puberteit
Levensfasen
Levensfasen zijn perioden in een mensenleven waarin je lichaam en
je verstand veranderen.
De levensfasen zijn: baby, peuter, kleuter, kind, puber, adolescent,
volwassene en oudere.
Veranderingen door hormonen
Hormonen zijn regelstoffen in je lichaam; ze worden gemaakt door
hormoonklieren, zoals de hypofyse.
Hormonen worden afgegeven aan het bloed. Alleen de organen
waarvoor de hormonen zijn bedoeld reageren.
Groei
Eerste levensjaar: groei door (goede) voeding. Daarna: groei onder
invloed van groeihormoon.
De hypofyse geeft groeihormoon af aan het bloed.
Door zijn vorm past het groeihormoon alleen op de kraakbeencellen
in je botten.
Door celdeling en celgroei worden de botten langer.
De hypofyse maakt tijdens de puberteit extra veel groeihormoon.
Botten groeien vanuit groeischijven. Die zitten aan de uiteinden van
de pijpbeenderen in je armen en benen.
In de puberteit verbenen de groeischijven. Dan stopt de groei.
Mannen zijn langer dan vrouwen, omdat de groeispurt bij jongens
later begint, intensiever is en langer duurt.
Geslachtskenmerken (bron 2)
Geslachtskenmerken maken de verschillen tussen jongens en
meisjes duidelijk.
Primaire geslachtskenmerken zijn vanaf de geboorte zichtbaar.
Secundaire geslachtskenmerken ontstaan in de puberteit.
Bijvoorbeeld: schaamhaar en borsten.
Tertiaire geslachtskenmerken zijn verschillen in kleding, gedrag en
denken.
Veranderingen in de puberteit