Notities en leerdoelen – Strategie
Notities:
- Organisatie als open systeem invloed door omgeving (medewerkers, klanten, media,
banken en aandeelhouders)
- Eigen doelstellingen en ambities
Leerdoelen week 2 (zie p.14)
Externe en interne analyse van een organisatie
beschrijven
Externe analyse
- Omgeving van de org.
- Algemene omgeving/ macro omgeving economisch, technologisch, politiek-juridisch etc.;
het geheel van omgevingsfactoren waarop de organisatie geen of beperkt invloed kan
uitoefenen
- contextuele omgeving = algemene omgeving weinig invloed op de ontwikkelingen daarin
de context waarin de organisatie functioneert en wat van invloed is klanten,
leveranciers, concurrenten, banken, overheden, investeerders, consumentenorganisaties
- Transactionele omgeving: omgeving waarin transacties met partijen plaatsvinden
- Strategische fit: De aansluiting van de organisatie op de omgeving
- Goede fit is als de onderneming past binnen de kwaliteitsvraag van de omgeving
DESTEP factoren: algemene omgevingsfactoren
Demografische ontwikkelingen
- Welke markten zijn interessant om zich op te richten
- Omvang van de bevolking groeit of krimpt invloed op hoeveelheid producten bv
levensmiddelen
- Leeftijdsstructuur van de bevolking
Demografische druk: de verhouding tussen de som van het aantal personen van 0-19 jaar
en 65 jaar of ouder en de personen in de zogenoemde ‘productieve leeftijdsgroep’ van
20-64 jaar
Babyboomers
Hoogtepunt vergrijzing 2040 kosten van gezondheidszorg toenemen
Geboortecijfers zinken invloed scholen, schoolboeken en leraren
Om structuur te duiden demografische druk
- Samenstelling van de bevolking
Etniciteit, toename of afname
Economische o.
- Nationaal inkomen
het totaal door inwoners verdiende inkomen van een land in een jaar (BNI)
Maatstaaf voor de welfaart in een land
Bepaalt afzetmogelijkheden van een product in een bepaald land
Ondernemingen die kapitaalgoederen produceren profiteren ook van hogere omzet
consumentengoederen (gebruik van machines en gebouwen)
, - Besteedbaar inkomen
bruto inkomen naar aftrek van sociale verzekeringen en belastingen
- Koopkracht
de hoeveelheid goederen en diensten die met het besteedbare inkomen gekocht kan
worden
- Consumentenvertrouwen
Begrip dat aangeeft in hoeverre huishoudens vinden dat het economisch gezien of
slechter gaat
- Internationale economische ontwikkelingen
Nederland is voor een groot deel afhankelijk van het inkomen uit het buitenland
open economie en buitenlandse handel
import en export
Sociaal-maatschappelijke o.
- Cultuur, waarden en normen
- Opleiding
- Religieuze en etnische factoren
- Leefstijl en consumentengedrag
- Consumentengedrag
Consumentisme- het streven van consumenten, door zich te organiseren, sterker te
staan tegenover de producenten en hun belangen gezamenlijk te verdedigen
Technologische o.
- Innovatie
Gedurende een bepaalde periode technologische nieuwe of vernieuwde producten
op de mart heeft gebracht, ofwel bedrijfsprocessen heeft vernieuwd
- Informatie en communicatietechnologie
Informatiesystemen, telecommunicatie en computers
Nieuwe vormen van marketing
- Social media en m-commerce
Mobile commerce (producten zoeken, kopen en betalen online)
- Procesinnovatie
Verbetering van efficiëntie, kwaliteit en/ of effectiviteit
- Productinnovatie
Ecologische o.
- Maatschappelijk verantwoord ondernemen Planet, people, Profit
Bedrijfsbeslissingen gericht op het verbeteren van zowel het bedrijfsrendement
alsook het milieu, het welzijn van medewerkers en de maatschappij
Politiek-juridische o.
- Overheidsmaatregelen
Nationaal
Internationaal
Supranationaal (EU)
- Europese wetgeving
- Analyse is bedoeld om beeld te krijgen van externe factoren
Notities:
- Organisatie als open systeem invloed door omgeving (medewerkers, klanten, media,
banken en aandeelhouders)
- Eigen doelstellingen en ambities
Leerdoelen week 2 (zie p.14)
Externe en interne analyse van een organisatie
beschrijven
Externe analyse
- Omgeving van de org.
- Algemene omgeving/ macro omgeving economisch, technologisch, politiek-juridisch etc.;
het geheel van omgevingsfactoren waarop de organisatie geen of beperkt invloed kan
uitoefenen
- contextuele omgeving = algemene omgeving weinig invloed op de ontwikkelingen daarin
de context waarin de organisatie functioneert en wat van invloed is klanten,
leveranciers, concurrenten, banken, overheden, investeerders, consumentenorganisaties
- Transactionele omgeving: omgeving waarin transacties met partijen plaatsvinden
- Strategische fit: De aansluiting van de organisatie op de omgeving
- Goede fit is als de onderneming past binnen de kwaliteitsvraag van de omgeving
DESTEP factoren: algemene omgevingsfactoren
Demografische ontwikkelingen
- Welke markten zijn interessant om zich op te richten
- Omvang van de bevolking groeit of krimpt invloed op hoeveelheid producten bv
levensmiddelen
- Leeftijdsstructuur van de bevolking
Demografische druk: de verhouding tussen de som van het aantal personen van 0-19 jaar
en 65 jaar of ouder en de personen in de zogenoemde ‘productieve leeftijdsgroep’ van
20-64 jaar
Babyboomers
Hoogtepunt vergrijzing 2040 kosten van gezondheidszorg toenemen
Geboortecijfers zinken invloed scholen, schoolboeken en leraren
Om structuur te duiden demografische druk
- Samenstelling van de bevolking
Etniciteit, toename of afname
Economische o.
- Nationaal inkomen
het totaal door inwoners verdiende inkomen van een land in een jaar (BNI)
Maatstaaf voor de welfaart in een land
Bepaalt afzetmogelijkheden van een product in een bepaald land
Ondernemingen die kapitaalgoederen produceren profiteren ook van hogere omzet
consumentengoederen (gebruik van machines en gebouwen)
, - Besteedbaar inkomen
bruto inkomen naar aftrek van sociale verzekeringen en belastingen
- Koopkracht
de hoeveelheid goederen en diensten die met het besteedbare inkomen gekocht kan
worden
- Consumentenvertrouwen
Begrip dat aangeeft in hoeverre huishoudens vinden dat het economisch gezien of
slechter gaat
- Internationale economische ontwikkelingen
Nederland is voor een groot deel afhankelijk van het inkomen uit het buitenland
open economie en buitenlandse handel
import en export
Sociaal-maatschappelijke o.
- Cultuur, waarden en normen
- Opleiding
- Religieuze en etnische factoren
- Leefstijl en consumentengedrag
- Consumentengedrag
Consumentisme- het streven van consumenten, door zich te organiseren, sterker te
staan tegenover de producenten en hun belangen gezamenlijk te verdedigen
Technologische o.
- Innovatie
Gedurende een bepaalde periode technologische nieuwe of vernieuwde producten
op de mart heeft gebracht, ofwel bedrijfsprocessen heeft vernieuwd
- Informatie en communicatietechnologie
Informatiesystemen, telecommunicatie en computers
Nieuwe vormen van marketing
- Social media en m-commerce
Mobile commerce (producten zoeken, kopen en betalen online)
- Procesinnovatie
Verbetering van efficiëntie, kwaliteit en/ of effectiviteit
- Productinnovatie
Ecologische o.
- Maatschappelijk verantwoord ondernemen Planet, people, Profit
Bedrijfsbeslissingen gericht op het verbeteren van zowel het bedrijfsrendement
alsook het milieu, het welzijn van medewerkers en de maatschappij
Politiek-juridische o.
- Overheidsmaatregelen
Nationaal
Internationaal
Supranationaal (EU)
- Europese wetgeving
- Analyse is bedoeld om beeld te krijgen van externe factoren