A. Vier waarderingsvragen over beleid
Analytische afleiding van de 4 kernvragen van beleid
2 criteria van democratische legitimatie:
1. Input-legitimiteit (waarde rationaliteit)
o Politics of people
o Beginsel van waarden en normatieve prioriteit
o Op basis van democratische besluitvorming
o Afleggen van verantwoording aan burgers
2. Output-legitimiteit (doelrationaliteit)
o Politics for people
o Beginsel van prestatie en technische expertise
o Effectiviteit en doelmatigheid van beleid
o Oplossen van gemeenschappelijke problemen
2 fundamentele handelingsoriëntaties in beleid:
1. Logica van consequentie
o Probleemoplossend/doel realiserend (‘’Hoe kan ik X bereiken?”)
o Nut maximerend
Wat zijn mijn alternatieven?
Wat zijn mijn waarden en preferenties?
Kies het alternatief met de hoogste opbrengst
o Anticiperend handelen
2. Logica van passendheid
o Doel zoekend (“Wat wordt er van mij verwacht?”)
Wat voor situatie is dit?
Wie ben ik? (Welke rol, positie)
Kies wat passend of gepast is in deze situatie
o Verplichtend handelen
Instrumentele doelmatigheid – Werkt het? | Logica van consequentie
Criteria waaraan beleid getoetst wordt:
- Doeltreffendheid van beleid
o Realisering van beoogde doelen
o Wordt iedereen bereikt of werkt het voor iedereen?
o Neveneffecten
- Doelmatigheid van beleid
o Lage relatieve kosten in verhouding tot maatschappelijke baten
o Uitvoerings- of handhavingskosten
Beperkingen van dit onderzoek:
- Vaak geen heldere maatstaven voor succes en falen
o Verschillende waarden
o Geen eenduidige grenswaarden
- Zuiver positivistische wetenschapsopvatting niet haalbaar
- Benodigde kennis vaak controversieel of niet aanwezig
- Sluit niet aan op weerbarstige beleidspraktijk of politiek niet haalbaar
1
, Politiek-bestuur slagvaardigheid – Past het? | Logica van passendheid
Criteria waaraan beleid getoetst wordt:
- Politieke haalbaarheid (draagvlak voor beleid)
o Samenstelling kabinet
o Opvattingen politieke partijen, zetelverdeling kamer (EK en TK)
o Weerstanden in samenleving; aandacht in de media
- Bestuurlijke uitvoerbaarheid
o Beleidserfenissen (padafhankelijkheid)
o Capaciteit ambtelijk apparaat of uitvoeringsorganisaties
o Veto-krachten in samenleving (dominante belangengroepen)
o Institutionele factoren
Beperkingen van dit onderzoek:
- Niet altijd direct bruikbaar en toepasbaar in beleidspraktijk
- Complexiteit van onderzoeksdesign (veel factoren)
- Generaliseerbaarheid van onderzoeksresultaten gering (gevalstudies)
Constitutionele rechtmatigheid – Mag het? | Logica van consequentie
Criteria waaraan beleid getoetst wordt:
- Procedurele rechtmatigheid
o Machtenscheiding o Wettelijke bevoegdheden
o Rechtsgelijkheid o Principe van behoorlijk bestuur
o
- Inhoudelijke rechtmatigheid (klassieke en sociale grondrechten)
o Recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam (art. 11)
o Maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid (art. 22)
o Bestaanszekerheid der bevolking en spreiding der welvaart (art. 20)
o Internationale verdragen i.v.m. vaststelling basispakket
- Overig
o Medisch tuchtrecht
Beperkingen van dit perspectief:
- Beleidsmakers/politici vinden (inter)nationale wetgeving en verdragen lastig
- Spanningsveld tussen codificatie en modificatie van recht
- Neiging tot instrumentalisering van het recht
- Sociale grondrechten zijn niet eenduidig en omstreden
Maatschappelijke aanvaardbaarheid – Hoort het? | Logica van passendheid
Criteria waaraan beleid getoetst wordt:
- Procedurele aanvaardbaarheid
o Geloofwaardigheid en vertrouwen in politiek
o Burgers serieus genomen?
o ≈ principes van behoorlijk bestuur
- Inhoudelijke aanvaardbaarheid
o Maatschappelijke normen en waarden
o Beroepsnormen (eed van Hippocrates e.d.)
- Probleempercepties van burgers
2