, Zorgverlener
Competenties:
1. De verpleegkundige stelt op basis van klinisch redeneren de behoefte aan verpleegkundige zorg
vast op lichamelijk, psychisch, functioneel en sociaal gebied, indiceert en verleent deze zorg in
complexe situaties, volgens het verpleegkundig proces, op basis van evidence based practice.
2. De verpleegkundige versterkt (zo ver als mogelijk) het zelfmanagement van mensen in hun
sociale context. Ze richt zich daarbij op gezamenlijke besluitvorming met de zorgvrager en diens
naasten en houdt hierbij rekening met de diversiteit in persoonlijke eigenschappen, etnische,
culturele en levensbeschouwelijke achtergronden en ideologische overtuigingen.
3. De verpleegkundige indiceert en voert verpleegtechnische (voorbehouden) handelingen uit op
basis van zelfstandige bevoegdheid of functionele zelfstandigheid zoals beschreven in de wet
BIG.
Kernbegrippen:
Klinisch redeneren:
het continu procesmatig gegevens verzamelen en analyseren gericht op het vaststellen van vragen
en problemen van de zorgvrager, en het kiezen van daarbij passende zorgresultaten en interventies.
Uitvoeren van zorg:
het verlenen van integrale zorg door zelfstandig alle voorkomende (inclusief voorbehouden en
risicovolle) verpleegkundige handelingen in complexe zorgsituaties uit te voeren met inachtneming
van de geldende wet- en regelgeving en vanuit een holistisch perspectief.
Zelfmanagement versterken:
Het ondersteunen van zelfmanagement van mensen, hun naasten en hun sociale netwerk, met als
doel het behouden of verbeteren van het dagelijks functioneren in relatie tot gezondheid en ziekte
en kwaliteit van leven
Indiceren van zorg:
het vaststellen, beschrijven en organiseren van de aard, duur, omvang en doel van de benodigde
(verpleegkundige) zorg, in samenspraak met de zorgvrager, op basis van gediagnosticeerde of
potentiële, nader te onderzoeken en te diagnosticeren patiëntproblemen.