Cristy Verzijl
Week 2
Powerpoints
Vezelvormige eiwitten (fibrous)
Collageen
is de meest voorkomende eiwit in zoogdieren
bevat 40 % van totale hoeveelheid eiwit in menselijk lichaam
ligt vooral in huid, botten, kraakbeen, tanden en pezen
De secundaire structuur van collageen bestaat uit drie lange helische
polypeptideketens (linkshandig, 3 aminozuren per draai), die om elkaar heen
draaien (rechtshandig) en zo een superhelische kabelstructuur vormen.
Aminozuursamenstelling van collageen
Zeer regelmatige Gly‐X‐Y structuur, waarbij X en Y over het algemeen proline en 4‐
hydroxy proline (Hyp) zijn
Pro en Hyp zijn belangrijk omde scherpe draaiing
van de collageen‐helix mogelijk te maken
Deze superhelische structuur bezit een zeer grote
dichtheid: er is in de inwendige positie alleen
ruimte voor glycine
Waterstofbruggen worden slechts gevormd tussen
de NH van glycine en de CO van de andere ketens. Ook de OH van Hyp neemt deel
aan de vorming van waterstofbruggen
Scheurbuik heeft verband met collageen
Scheurbuik wordt veroorzaakt door een gebrek aan vitamine C
Vit C is een belangrijke cofactor in een enzym dat zorgt voor de hydroxylering van
proline (prolyl 4-hydroxylase). Deze extra OH stabiliseert de exo vorm van Pro/Hyp,
en de aanwezigheid van een exo-Hyp in de Y positie is weer belangrijk voor de
stabiliteit van de collageen-helix
Hierdoor wordt scheurbuik gekarakteriseerd door fragiele bloedvaten, tanduitval,
slechte wondgenezing etc.
Bolvormige eiwitten (globular)
Hemoglobine is een bolvormig eiwit. Door een afwijking in het eiwit kan de sikkel cel
ziekte ontstaan.
Normale Sikkel cel
hemoglobine hemoglobine
Primaire
structuur
Secundaire en
tertiaire
structuur
Quarternaire
structuur
Functie Moleculen reageren Moleculen reageren
niet met elkaar; elk met elkaar en
molecuul draagt kristalliseren tot een
zuurstof vezel; de zuurstof
dragende capaciteit
1
, is erg klein
Vorm van rode
bloedcel
Motieven in eiwitten
Motief: een herkenbaar vouwingspatroon wat bestaat uit twee of meer
elementen van secundaire structuur inclusief verbindingsstuk.
Domeinen in eiwitten
Domein: een gedeelte van het
polypeptide (eiwit) dat stabiel
is onafhankelijk van de rest
van het eiwit en onafhankelijke
bewegingen kan maken.
Energiehuishouding in levende organismen
Levende organismen hebben metabolisme om levensprocessen uit te kunnen voeren:
Katabolisme of afbraak routes: leveren vaak energie op
Anabolisme of opbouw routes: kosten vaak energie
Energieën
Kinetische energie:
beweging; kost meestal
energie
Potentiële energie: de
mogelijkheid om arbeid te
verrichten
Warmte: is kinetische
energie geassocieerd met
beweging van moleculen
Chemische energie: energie
die vrijkomt bij
omzetting stof,
energie die gestoken wordt in het
maken van een stof
Bij de energiehuishouding speelt de thermodynamica een rol
Eerste hoofdwet: Voor elke fysische of chemische verandering blijft de totale
hoeveelheid energie in het systeem + omgeving (=universum) constant (er gaat
geen energie verloren en er wordt geen nieuwe energie gevormd)
Tweede hoofdwet: Bij elke energie overdracht of transformatie neemt de entropie
(wanorde) van het systeem + omgeving (=universum) toe
Energetica
Energie is het vermogen van een systeem om arbeid te leveren
1