,Samenvatting klinische psychologie 4e editie 2023 henk van der molen compleet 9789001738815
,Samenvatting klinische psychologie 4e editie 2023 henk van der molen compleet 9789001738815
, Samenvatting klinische psychologie 4e editie 2023 henk van der molen compleet 9789001738815
Hoofdstuk 1 - Theoretische referentiekaders
We veranderen door de tijd heen in onze kijk op abnormaal gedrag. Alleen nog wanneer iemand
een gevaar is voor zichzelf, nemen we iemand onder dwang op. Trepanatie, lobotomie, aderlating
en exorcisme gebruiken we niet meer ter genezing. Door onderzoek weten we nu wat er met
mensen aan de hand is.
Benaderingen van menselijk gedrag:
1. biologische benadering
2. leertheoretische benadering
3. cognitieve benadering
4. psychoanalytische benadering
5. humanistische benadering
6. systeembenadering
1.1 Over klinische psychologie en abnormaal gedrag
Wanneer zijn handelingen, gedachten en gevoelens normaal, wanneer zijn het symptomen van een
psychische stoornis en is behandeling nodig, en wanneer is het een niet-pathologische variatie op
‘normaal’ gedrag?
Belangrijke vragen:
- Belemmert het gedrag het sociale en beroepsmatige functioneren van de persoon? -
Lijdt of hij/zij eronder?
Duijker: godfather van de Nederlandse psychologie.
Basisdisciplines psychologie:
1. Psychologische functieleer
2. Ontwikkelingspsychologie
3. Gedragsleer (sociale psychologie)
4. Persoonlijkheidspsychologie
5. Methodenleer
Toepassingsgerichte disciplines psychologie:
1. Klinische psychologie (evt. in combinatie met gezondheidspsychologie)
2. Arbeids- en organisatiepsychologie
3. Onderwijspsychologie
, Samenvatting klinische psychologie 4e editie 2023 henk van der molen compleet 9789001738815
1.2 Het terrein van de klinische psychologie
Kern klinische psychologie: psychische stoornissen (clinical psychology of abnormal psychology) -
Houdt zich bezig met gedrag dat afwijkt van een bepaalde norm.
Afwijken van een (veronderstelde) norm:
Afwijkingen kunnen alleen worden gezien tegen de achtergrond van normale processen o
Aspecten van de individuele persoon
Afwijkend gedrag (alcoholist), afwijkende gedachten (dwanggedachten), afwijkende
belevingen (extreme angsten).
o Afwijken van de norm in relaties met andere mensen
Overbezorgde moeder, agressieve partner, zich terugtrekkende student.
Klinisch psycholoog versus psychiater
- Beiden houden zich bezig met diagnostiek en behandeling
- verschil in opleiding
- onderscheid tussen gezondheidspsycholoog (generalist, 2 jaar postdoctoraal) en
klinisch psycholoog (specialist, 4 jaar postdoctoraal)
- klinisch psycholoog is methodologisch beter dan psychiater; psychiaters hebben
meer verstand van biologische aspecten.
- alleen psychiater mag psychofarmaca voorschrijven.
1.3 Aspecten van ‘abnormaal’ gedrag
Zeven factoren van abnormaal/pathologisch gedrag (Seligman)
1. Persoonlijk lijden
Dit is geen voorwaarde omdat persoonlijk lijden ook het tijdelijke gevolg van een gebeurtenis kan zijn.
Vb. depressie.
2.(Dis)functionaliteit van gedrag
Gedrag dat het beroepsmatig en relationeel functioneren van het individu zelf belemmert, maar ook
het functioneren van anderen. Vb. huis niet uit durven.
3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
Gedrag waar geen logica of zin in ontdekt kan worden. Vb. boulimia-nervosa patiënt
4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies
Regels die normaliter het gedrag sturen werken niet of de oorzaak/aanleiding van het gedrag is voor
de toeschouwer onbekend.
Twee typen situaties:
1. situaties waarin regels die gewoonlijk het gedrag van personen sturen niet meer
werken (iemand valt zomaar een ander aan).
2. situaties waarin de toeschouwer de oorzaak van het gedrag dat hij waarneemt niet kan
achterhalen (iemand rent in ochtendjas over straat, maar rent achter een inbreker
aan).
, Samenvatting klinische psychologie 4e editie 2023 henk van der molen compleet 9789001738815
5. Opvallend en onconventioneel gedrag
gedrag dat sterk afwijkt van het gangbare gedrag en sociaal onwenselijk is, hoewel dit ook afhankelijk
is van de omgeving. Vb. zelf keurig gekapt zijn en iemand met een hanenkam raar vinden.
6.Gedrag dat gevoelens van ongemak oproept
Gedrag waarmee impliciete sociale verwachtingen ofwel ‘restregels' (Scheff, 1966) worden
geschonden. Vb. Te dicht bij iemand staan in een gesprek.
7.Morele normen overtredend gedrag
Gedrag dat niet overeenkomt met ideeën over optimaal functioneren.
APA-definitie van mentale stoornissen
Definitie volgens APA (American Psychiatric Association) in de DSM-5 (Diagnostic and Statistical
Manual of Mental Disorders, 2014) biedt veel ruimte voor uiteenlopende interpretaties.
Psychische stoornis: syndroom gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het
gebied van cognitieve functies, emotieregulatie of het gedrag van een persoon, dat een
uiting is van een disfunctie in psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die ten
grondslag liggen aan het psychische functioneren en gaat gewoonlijk gepaard met
lijdensdruk of beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren.
- Nadruk op de nadelige gevolgen van een gedrags- of psychologisch syndroom voor de persoon zelf.
- Psychische stoornissen worden gedefinieerd door clusters van disfunctioneel gedrag
die samengaan met persoonlijk lijden of disfunctioneren.
- DSM-5 (APA, 2014) classificeert geen mensen maar stoornissen die mensen hebben. Vb.
‘een individu met schizofrenie’.
1.4 Normaal en abnormaal: waar ligt de grens?
Drie modellen
Statistisch model
Uitgangspunt: menselijke eigenschappen zijn min of meer normaal verdeeld. Er is sprake van
abnormaliteit als een eigenschap een extreem hoge of extreem lage score heeft in een meting.
- ‘Abnormaal’ heeft hier alleen een statische betekenis.
- Gebaseerd op een dimensionele benadering van psychopathologie. Meeste psychologische
tests (bv vragenlijsten voor meten angst en depressie) sluiten hierbij aan.
Medisch of ziektemodel
Uitgangspunt: stoornissen worden veroorzaakt worden door mechanismen die lichamelijk
(somatogeen, bv dementie) of psychologisch (psychogeen) van aard zijn.
Psychoanalytici zien psychische stoornissen als gevolg van psychogene oorzaken, in het bijzonder
van onbewuste conflicten en afweer tegen angst. Psychische stoornissen zijn vergelijkbaar met
somatische ziekten en kunnen verholpen worden door de onderliggende mechanismen met
therapie te bestrijden. De inbreng van de patiënt is gering, hij is de afhankelijke persoon. Termen:
‘ziekte’ en ‘therapie’.