7 Psychomotorische thema’s
Werkmodel voor het gebruik
Martin van den Blink, Fred Dijk
ISBN: 9789071902208
Thematisch werken
Kapstok om richting te geven aan de hulpvraag en het doelgericht werken.
Het uitrekken van een betekenisvol moment.
Thematisch werken is iets anders als thematiseren: Veralgemeniseren van gespreksinhoud, en het
doen en laten van mensen tot een onderwerp.
Belangrijke aspecten van thematisch werken
Het werkpunt van de cliënt heeft altijd een accent op L, E, C óf S.
Veel activiteiten hebben een intrinsieke thematische waarde.
De keuze voor een interventie wordt geleid door de fase waarin cliënt zich bevindt:
o Verkennen (Niet persoonlijk)
o Herkennen (Zichtbare paralellen met gedrag elders)
o Erkennen (Last erkennen en eigenaarschap ervan nemen)
o Veranderen (Commitment, verkennen of verandermogelijkheid ligt in L, E, C, of S.
Thema aanbieden
Stap 1: Thema kiezen
Thema kiezen op basis van:
Gewenste betekenisvolle momenten bepalen n.a.v. het doel
Dominantie op L, E, C of S
Zodat de betekenisvolle momenten het meest oproepbaar zijn.
Stap 2: Mental set maken
Mental set creëren die aandacht naar het thema toe leidt.
Stap 3: Gedrag benoemen
Tijdens activiteit uitsluitend gedrag benoemen/bevragen dat een relatie heeft met het doel en het
thema.
Stap 4: Transfer maken
Samen met cliënt betekenisvolle momenten benoemen die verband hebben met dagelijks leven.
Belangrijk voor het uitrekken van de ervaring. Huiswerk helpt de transfer. Huiswerk moet
aantrekkelijk, concreet, en in beheer van cliënt zijn.
Werkmodel voor het gebruik
Martin van den Blink, Fred Dijk
ISBN: 9789071902208
Thematisch werken
Kapstok om richting te geven aan de hulpvraag en het doelgericht werken.
Het uitrekken van een betekenisvol moment.
Thematisch werken is iets anders als thematiseren: Veralgemeniseren van gespreksinhoud, en het
doen en laten van mensen tot een onderwerp.
Belangrijke aspecten van thematisch werken
Het werkpunt van de cliënt heeft altijd een accent op L, E, C óf S.
Veel activiteiten hebben een intrinsieke thematische waarde.
De keuze voor een interventie wordt geleid door de fase waarin cliënt zich bevindt:
o Verkennen (Niet persoonlijk)
o Herkennen (Zichtbare paralellen met gedrag elders)
o Erkennen (Last erkennen en eigenaarschap ervan nemen)
o Veranderen (Commitment, verkennen of verandermogelijkheid ligt in L, E, C, of S.
Thema aanbieden
Stap 1: Thema kiezen
Thema kiezen op basis van:
Gewenste betekenisvolle momenten bepalen n.a.v. het doel
Dominantie op L, E, C of S
Zodat de betekenisvolle momenten het meest oproepbaar zijn.
Stap 2: Mental set maken
Mental set creëren die aandacht naar het thema toe leidt.
Stap 3: Gedrag benoemen
Tijdens activiteit uitsluitend gedrag benoemen/bevragen dat een relatie heeft met het doel en het
thema.
Stap 4: Transfer maken
Samen met cliënt betekenisvolle momenten benoemen die verband hebben met dagelijks leven.
Belangrijk voor het uitrekken van de ervaring. Huiswerk helpt de transfer. Huiswerk moet
aantrekkelijk, concreet, en in beheer van cliënt zijn.