Hoofdstuk 3: Wetenschappelijk onderzoek
3.1 De regels voor experimenteel onderzoek
Controle-experiment/blanco = controleren of de combinatie de oorzaak is van je resultaat, of dat er een andere
factor in het spel is.
Experimenteel onderzoek:
- Je moet een controle-experiment hebben
- Er mag maar één factor verschillen
- Duidelijk benoemen afhankelijke en onafhankelijke variabele
Afhankelijke variabele = wat onderzoeker meet of registreert als resultaat van factor die hij varieert.
Onafhankelijke variabele = waarde die onderzoeker in experiment heeft aangebracht.
Een goed verslag maakt een experiment herhaalbaar en controleerbaar. Anderen kunnen de resultaten gebruiken
als uitgangspunt voor vervolgonderzoek.
Verslag van onderzoek begint met inleiding en eenduidige onderzoeksvraag. Vraag gaat over invloed onafhankelijke
variabele op een afhankelijke variabele. Hypothese (voorlopig antwoord) heeft alleen zin als er goede argumenten
zijn waarmee je hypothese kunt onderbouwen.
In het verslag staan methode (werkplan) en benodigde materialen uitgebreid beschreven.
Metingen en berekende verschillen van foutmarge overzichtelijk als resultaten in tabel weergeven. Uit de resultaten
trek je een conclusie. In afsluitende discussie staan verklaring voor gevonden resultaten, verbeterpunten voor
experiment en idee voor vervolgonderzoek.
In wetenschappelijke tijdschriften staan meestal nieuwe onderzoeken en experimenten beschreven.
3.2 Gegevens verzamelen en vastleggen
Plaag = dieren brengen veel schade toe aan bijvoorbeeld graslanden.
Beschrijvend onderzoek = onderzoekers variëren niet zelf onafhankelijke variabelen. Registeren waarnemingen.
Kwantitatief onderzoek = het gaat om aantallen (wegen, meten, tellen).
Kwalitatief onderzoek = onderzoeken zonder te tellen, wegen of meten (vaststellen of iets aanwezig is).
Indicatoren = gebruik je als hulpmiddel voor aantonen moleculen.
Manieren om waarnemingen vast te leggen:
- Tabel - Geluidsopname
- Tekening/foto
- Film
3.3 Gegevens presenteren in diagrammen
- Lijndiagram (verband tussen afhankelijke en onafhankelijke variabele weergeven als beide variabelen
continue reeks getallen zijn. X-as: onafhankelijke variabele, y-as: afhankelijke variabele)
o Optimumgrafiek (combinatie twee processen)
- Staafdiagram (verband tussen variabelen als onafhankelijke variabele geen continue reeks getallen is. x-as
geen schaalverdeling en ruimte tussen de staven)
- Histogram (aantallen of percentages per groep weergeven. Geen ruimte tussen de staven)
- Strooidiagram (2 metingen weergeven die je aan 1 object (persoon) doet, waarbij geen sprake is van
afhankelijke en onafhankelijke variabele)
- Sectordiagram (in vorm van cirkel)
- Stapeldiagram (hoeveelheden zijn niet in aparte staven aangeven op x-as, maar bovenop elkaar gestapeld)
Standaarddeviatie = statistische methode om spreiding rond een gemiddelde te berekenen. Deze methode gebruik
je bij grote aantallen meetgegevens.
3.1 De regels voor experimenteel onderzoek
Controle-experiment/blanco = controleren of de combinatie de oorzaak is van je resultaat, of dat er een andere
factor in het spel is.
Experimenteel onderzoek:
- Je moet een controle-experiment hebben
- Er mag maar één factor verschillen
- Duidelijk benoemen afhankelijke en onafhankelijke variabele
Afhankelijke variabele = wat onderzoeker meet of registreert als resultaat van factor die hij varieert.
Onafhankelijke variabele = waarde die onderzoeker in experiment heeft aangebracht.
Een goed verslag maakt een experiment herhaalbaar en controleerbaar. Anderen kunnen de resultaten gebruiken
als uitgangspunt voor vervolgonderzoek.
Verslag van onderzoek begint met inleiding en eenduidige onderzoeksvraag. Vraag gaat over invloed onafhankelijke
variabele op een afhankelijke variabele. Hypothese (voorlopig antwoord) heeft alleen zin als er goede argumenten
zijn waarmee je hypothese kunt onderbouwen.
In het verslag staan methode (werkplan) en benodigde materialen uitgebreid beschreven.
Metingen en berekende verschillen van foutmarge overzichtelijk als resultaten in tabel weergeven. Uit de resultaten
trek je een conclusie. In afsluitende discussie staan verklaring voor gevonden resultaten, verbeterpunten voor
experiment en idee voor vervolgonderzoek.
In wetenschappelijke tijdschriften staan meestal nieuwe onderzoeken en experimenten beschreven.
3.2 Gegevens verzamelen en vastleggen
Plaag = dieren brengen veel schade toe aan bijvoorbeeld graslanden.
Beschrijvend onderzoek = onderzoekers variëren niet zelf onafhankelijke variabelen. Registeren waarnemingen.
Kwantitatief onderzoek = het gaat om aantallen (wegen, meten, tellen).
Kwalitatief onderzoek = onderzoeken zonder te tellen, wegen of meten (vaststellen of iets aanwezig is).
Indicatoren = gebruik je als hulpmiddel voor aantonen moleculen.
Manieren om waarnemingen vast te leggen:
- Tabel - Geluidsopname
- Tekening/foto
- Film
3.3 Gegevens presenteren in diagrammen
- Lijndiagram (verband tussen afhankelijke en onafhankelijke variabele weergeven als beide variabelen
continue reeks getallen zijn. X-as: onafhankelijke variabele, y-as: afhankelijke variabele)
o Optimumgrafiek (combinatie twee processen)
- Staafdiagram (verband tussen variabelen als onafhankelijke variabele geen continue reeks getallen is. x-as
geen schaalverdeling en ruimte tussen de staven)
- Histogram (aantallen of percentages per groep weergeven. Geen ruimte tussen de staven)
- Strooidiagram (2 metingen weergeven die je aan 1 object (persoon) doet, waarbij geen sprake is van
afhankelijke en onafhankelijke variabele)
- Sectordiagram (in vorm van cirkel)
- Stapeldiagram (hoeveelheden zijn niet in aparte staven aangeven op x-as, maar bovenop elkaar gestapeld)
Standaarddeviatie = statistische methode om spreiding rond een gemiddelde te berekenen. Deze methode gebruik
je bij grote aantallen meetgegevens.