Leren op school
Begrippen uit het handboek
Taalontwikkeling en taalproblemen
Fonologie Klankleer (onderscheiden van spraakklanken)
Semantiek Woordenschat (betekenis van woorden)
Morfologie Vormleer (werkwoorden vervoegen)
Syntaxis Zinsopbouw (woordvolgorde)
Pragmatiek Gangbaar taalgebruik (bijv. ander laten uitspreken)
Prelinguale periode Lichaamstaal en expressies
Vroeg-linguale periode Een-twee-woorduitingen
Differentiatiefase Betekenis woorden eigen maken, tijdsaanduiding
Voltooiiingsfase Leren van lezen en schrijven
Nativisme Idee dat er een sterke biologische aanleg is voor
taalontwikkeling
Interactionisme Idee dat mensen beschikken over aangeboren eigenschappen
waardoor kinderen taal kunnen leren, benadrukken belang
taalervaring
Taalaanbod Brede scala van gesproken en geschreven taal waar het kind
mee geconfronteerd wordt
Omgevingstaal Taal die niet rechtstreeks tot het kind gericht is
Child directed speech Taal die rechtstreeks tot het kind gericht is
Expansie Corrigeren van onvolkomen uitgingen/uitbreiden van
onvolledige uitingen van kinderen
Technisch lezen en spellen
Functionele geletterdheid Lezen en schrijven met voldoende nauwkeurigheid en
snelheid om deze vaardigheden toe te kunnen passen in leer-
en leefsituaties
Taakanalytische-modellen Technisch lezen en spellen beschouwd als eindpunt van de
ontwikkeling waarin specifieke deelvaardigheden in relatief
vaste volgorde verworven worden
Informatie- Lezen en spellen worden opgevat als het verwerken van
verwerkingstheorie informatie, informatieverwerker beschikt over diverse
strategieën om taak aan te pakken
Declaratieve kennis Feitenkennis
Procedurele kennis Oplossingswegen om een bepaald resultaat te bereiken
Metacognitieve kennis Weten wanneer je welke kennis nodig hebt
Procedurele strategieën Het volgen van een bepaalde oplossingsweg
Geheugenstrategieën Onmiddellijk beschikken over de juiste oplossing
Begrippen uit het handboek
Taalontwikkeling en taalproblemen
Fonologie Klankleer (onderscheiden van spraakklanken)
Semantiek Woordenschat (betekenis van woorden)
Morfologie Vormleer (werkwoorden vervoegen)
Syntaxis Zinsopbouw (woordvolgorde)
Pragmatiek Gangbaar taalgebruik (bijv. ander laten uitspreken)
Prelinguale periode Lichaamstaal en expressies
Vroeg-linguale periode Een-twee-woorduitingen
Differentiatiefase Betekenis woorden eigen maken, tijdsaanduiding
Voltooiiingsfase Leren van lezen en schrijven
Nativisme Idee dat er een sterke biologische aanleg is voor
taalontwikkeling
Interactionisme Idee dat mensen beschikken over aangeboren eigenschappen
waardoor kinderen taal kunnen leren, benadrukken belang
taalervaring
Taalaanbod Brede scala van gesproken en geschreven taal waar het kind
mee geconfronteerd wordt
Omgevingstaal Taal die niet rechtstreeks tot het kind gericht is
Child directed speech Taal die rechtstreeks tot het kind gericht is
Expansie Corrigeren van onvolkomen uitgingen/uitbreiden van
onvolledige uitingen van kinderen
Technisch lezen en spellen
Functionele geletterdheid Lezen en schrijven met voldoende nauwkeurigheid en
snelheid om deze vaardigheden toe te kunnen passen in leer-
en leefsituaties
Taakanalytische-modellen Technisch lezen en spellen beschouwd als eindpunt van de
ontwikkeling waarin specifieke deelvaardigheden in relatief
vaste volgorde verworven worden
Informatie- Lezen en spellen worden opgevat als het verwerken van
verwerkingstheorie informatie, informatieverwerker beschikt over diverse
strategieën om taak aan te pakken
Declaratieve kennis Feitenkennis
Procedurele kennis Oplossingswegen om een bepaald resultaat te bereiken
Metacognitieve kennis Weten wanneer je welke kennis nodig hebt
Procedurele strategieën Het volgen van een bepaalde oplossingsweg
Geheugenstrategieën Onmiddellijk beschikken over de juiste oplossing