, lOMoARcPSD|2668334
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 - Het werkveld van de pedagoog.......................................................................................3
Hoofdstuk 2 - Het begint met opvoeden................................................................................................7
Hoofdstuk 3 - Opvang = Opvoeden........................................................................................................9
Hoofdstuk 4 - Je groeit in het onderwijs...............................................................................................11
Hoofdstuk 5 - It takes a village to raise a child.....................................................................................13
Hoofdstuk 6 - Problemen met opgroeien en opvoeden.......................................................................15
Hoofdstuk 7 - De geest van de jeugd van tegenwoordig......................................................................17
Hoofdstuk 8 - Bescherm tegen wil en dank..........................................................................................19
Hoofdstuk 9 - In de fout.......................................................................................................................21
Hoofdstuk 10 - Ik ben niet gehandicapt, ik heb een beperking............................................................23
Hoofdstuk 11 - Je bent zo mooi anders dan ik......................................................................................25
Hoofdstuk 12 - Ieder kind telt mee.......................................................................................................27
Hoofdstuk 13 Is meten echt weten?!...................................................................................................28
, lOMoARcPSD|2668334
Hoofdstuk 1 - Het werkveld van de pedagoog
Het woord pedagoog is afgeleid van het Griekse pais en ago. Pais betekent 'kind', iedereen
die nog niet de volwassen leeftijd heeft bereikt. Ago betekent 'begeleiden'.
Een pedagoog is een opvoedingsdeskundige die kennis van zaken heeft doordat hij
pedagogiek heeft gestudeerd. Ook werkt een pedagoog op een pedagogisch terrein.
Pedagogiek is een wetenschap geworden. Het gaat om cijfers, feiten en onderzoek.
Als we het woord kinderen gebruiken dan hebben we het over de leeftijdsgroep nul- tot
twaalfjarigen. De term jongeren staat voor de twaalf- tot achttienjarigen. De
jongvolwassenen zijn jongeren van 18 jaar en ouder. Met jeugd worden bedoeld kinderen
en jongeren van 0 tot 18 jaar.
Opvoeding is iedere invloed die mensen uitoefenen op de ontwikkeling van kinderen, en
daarmee de intentie hebben om het kind te begeleiden naar de volwassenheid. Opvoeding
vindt plaats binnen opvoedrelaties.
Opvoeding vindt plaats langs lijnen:
• Opvoeders hebben een voorbeeldfunctie. Kinderen doen hun opvoeders, bewust
en onbewust, na. Hierdoor leren ze van alles.
• Tekst en uitleg is de derde lijn. Kinderen weten niet alles, hierdoor vragen ze veel,
ongevraagd kunnen wij ze ook van alles leren.
• Opvoeders kunnen kinderen dingen leren door middel van straffen en belonen. Je
moet je wel aan bepaalde regels houden. Het belonen van goed gedrag heeft meer
effect dan het straffen van ongewenst gedrag. De straf mag geen lichamelijke straf
zijn.
Er zijn verschillende opvoedstijlen te hanteren:
• Democratische opvoedstijl betekent dat ouders veel zaken bespreken met hun
kinderen. Ze luisteren naar hun kinderen en er worden gezamenlijk besluiten
genomen. Ouders en kind zijn gelijk, er wordt uitgegaan van wederzijds respect.
• Autoritaire opvoedingsstijl houdt in dat ouders hun kinderen streng opvoeden. Hun
wil is wet. Ze straffen vaak en ouders zijn de baas.
• Auto-ritatieve opvoedingsstijl betekent dat ouders duidelijke grenzen en regels
stellen. Ouders maken geen gebruik van hun macht. Wederzijds respect in
combinatie met het gezag van ouders is het uitgangspunt.
• Laissez-faire-opvoedingsstijl houdt in dat ouders kinderen hun gang laten gaan. Ze
straffen kinderen zelden en laten de kinderen zelf de gevolgen van hun gedrag
ervaren.
Ouders zijn niet de enige opvoeders. Er is een toenemend aantal medeopvoeders.
Professionele opvoeders en vrijwilligers zijn medeopvoeders.
Het doel van opvoeden is dat opvoeders invloed uitoefenen op kinderen zodat kinderen
mondig en zelfstandig worden.
Bij de opvoedingsdoelen zijn een aantal begrippen belangrijk:
• Zelfstandigheid en autonomie: kinderen moeten later onafhankelijk zijn van hun
ouders en medeopvoeders.