, lOMoARcPSD|2668334
Inhoudsopgave
Organisatie van de zorg.......................................................................................................3
Hoe organisatiewetenschappers kijken naar organisaties...........................................3
Organisatie in de zorg..................................................................................................4
Structuur.............................................................................................................................5
Het ontwerp van de organisatie: de basisprincipes (Mintzberg H.1)...............................5
Coördinatiemechanismen...........................................................................................5
Vijf onderdelen van de organisatie..............................................................................7
Individuele posities ontwerpen (Mintzberg H.2).............................................................8
Taakspecialisatie..........................................................................................................8
Gedragsformalisatie....................................................................................................8
Training en indoctrinatie.............................................................................................8
De superstructuur ontwerpen (Mintzberg H.3)...............................................................9
Groepering van eenheden...........................................................................................9
Grootte van eenheden..............................................................................................10
De superstructuur inrichten (Mintzberg H.4)................................................................11
Planning- en controlesystemen.................................................................................11
Verbindingsmiddelen................................................................................................12
Decentralisatie ontrafelen (Mintzberg H.5)...................................................................13
Het ontwerp afstemmen op de situatie (Mintzberg H.6)..............................................15
Situationele factoren.................................................................................................15
Ontwerp als configuratie (Mintzberg H.7-H.12)............................................................17
De 5 configuraties......................................................................................................17
De eenvoudige structuur (Mintzberg H.8).................................................................17
De machinebureaucratie (Mintzberg H.9).................................................................18
De professionele bureaucratie (Mintzberg H.10)......................................................18
De divisiestructuur (Mintzberg H.11)........................................................................19
De adhocratie (Mintzberg H.12)................................................................................20
Configuraties en hun omgeving.................................................................................20
Vijf en verder (Mintzberg H.13).................................................................................21
Cultuur..............................................................................................................................24
Attitude en motivatie van individuen........................................................................24
Organisatiecultuur (Kroght H.3 + Schein + Johnson + van der Vliet)..........................25
Macht, besluitvorming en professie..................................................................................32
Doelen.......................................................................................................................32
Macht (Kroght H.7 + Mechanic + Pfeffer)..................................................................33
, lOMoARcPSD|2668334
Besluitvorming (Pfeffer)............................................................................................35
Professies (Oorschot + Martimianakis + Nancarrow + Berger)..................................36
Netwerk en interorganisationele samenwerking..............................................................39
Omgeving (Krogt H.6)................................................................................................39
Afhankelijkheid/wederzijdse afhankelijkheid............................................................40
Integratie van netwerken (Fabricotti (Metcalfe + Benson)).......................................41
Integrale zorg (Kodner)..............................................................................................42
Organisatie van de zorg
Wat is een organisatie? geen statisch begrip
• (Sociale) Structuur o Formeel regels, procedures, hiërarchie o Informeel relaties
tussen mensen, interactie, samenwerking
• Mensen attitude, ambitie, normen en waarden, leiderschap
• Doelen doel van organisatie = doel van mensen. Zorgt voor richting of
legitimiteit
• Technologie instrumenten, machines, apparatuur
• Omgeving klanten, leveranciers, concurrenten, partners
Hoe organisatiewetenschappers kijken naar organisaties
Perspectieven
1. Systeemperspectief (rational system perspective)
Het systeem heeft objectieve consequenties voor de leden. Mensen hebben
beperkte handelingsvrijheid door regels, functies, normen en waarden. Cultuur is
leidend
2. Actorperspectief (natural system perspective)
Mensen zijn in principe handelingsvrij en door hun handelingen en interacties
ontstaan structuren en krijgen deze zin. Motivatie is leidend.
3. Interactieperspectief (zit tussen de twee andere perspectieven in)
Door interacties worden structuren geconstrueerd en gereconstrueerd. Zeker
voor individuen kunnen deze structuren handelingsvrijheid beperken
, lOMoARcPSD|2668334
Ideaaltypen
Een geheel van samenhangende "typische" kenmerken/kenmerkende trekken; een gedachte
constructie, deze hoeven niet in de praktijk precies zo voor te komen. Organisaties voldoen er meer
of meer aan; denk ook aan stereotypen. Hier komt de samenvatting later nog heel erg op terug, want
dit is eigenlijk waar Mintzbergs Configuraties over gaan.
Organisatie in de zorg
Zorgorganisaties: indelen naar echelon
• Eerste lijn (eerste echelon) o Algemeen, vrij toegankelijk o Huisarts,
verloskundige, maatschappelijk werk (thuissituatie, extramuraal)
• Tweede lijn (tweede echelon)
o Specialistisch, verwijzing
voor nodig
o Algemeen ziekenhuis,
verpleeghuis, verzorgingshuis,
GGZ instelling (intramuraal)
• Derde lijn (derde echelon)
o Specialistische en
topklinische zorg, verwijzing o
Academisch ziekenhuis,
oogziekenhuis
Zorgvormen
Extramurale zorg de patiënt woont gewoon thuis
Huisarts
Intramurale zorg de patiënt verblijft binnen de muren van de zorginstelling
Met overnachting
Semimurale zorg bv. de patiënt huurt een woning, maar heeft wel elke dag zorg
Ook dagbehandeling
Transmurale zorg/Ketenzorg integrale zorg, meerdere organisatie betrokken bij de zor
voor een patiënt