Geachte voorzitter, leden van de rechtbank,
Dagelijks worden er verschillende overeenkomsten gesloten. In de supermarkt, tussen aannemers en
diens klanten, leveranciers en ga zo maar door. Overeenkomsten tussen bedrijven zijn daarbij niet uit
te sluiten. Dergelijke overeenkomsten worden, zoals ook u weet meneer/mevrouw de rechter, op
vele manieren vormgegeven. Net zoals in deze zaak, waarbij het gaat om een intentieovereenkomst.
In zo een overeenkomst spreken partijen de intentie uit om samen een bepaald doel te bereiken,
meestal is dat doel een overeenkomst. Maar hoe bindend is zo een intentieovereenkomst voor de
partijen? Dat is een van de vele vragen die ik mijzelf heb gesteld tijdens de voorbereiding van deze
zaak.
Ik zal, namens Van Veer Tulpenteelt, het pleidooi beginnen met het uiteenzetten van de feiten en
vervolgens zal ik het standpunt van eiseres motiveren. Het pleidooi zal ik afsluiten met de vordering.
Feiten
1. Van Veer Tulpenteelt V.O.F., hierna eiseres, is een familiebedrijf dat al vijf generaties lang
tulpen teelt op een stuk grond van dertig hectare. De laatste paar jaar vallen de oogsten
tegen en is de afzetmarkt voor de tulpen kleiner geworden, waardoor de financiële positie is
verslechterd.
2. Windblowing B.V., hierna gedaagde, is daarentegen een energiebedrijf dat recent de
Nederlandse markt heeft gepenetreerd door een aantal vijandige overnames. Het bedrijf wil
haar liquiditeitspositie versterken en zoekt daarom naar nieuwe investeringsmogelijkheden.
Het bedrijf wil een windmolenpark ontwikkelen op een zichtbare locatie, daarvoor heeft zij
haar oog laten vallen op de landerijen van eiseres.
3. Op 14 mei 2021 hebben partijen een intentieovereenkomst gesloten.
4. In de intentieovereenkomst is overeengekomen dat gedaagde het erf van eiseres koopt voor
tweeënhalf miljoen euro voor de landerijen en vijfhonderdduizend euro voor de boerderij.
De intentie geldt enkel indien de bouw van een windmolenpark op het terrein doorgang kan
vinden. Gedaagde geeft daarbij aan dat de vergunning voor de bouw van het windmolenpark
nog moet worden aangevraagd.
5. Na het sluiten van de intentieovereenkomst is er tussen partijen communicatie via de e-mail
geweest. Waaruit blijkt dat partijen overeen zijn gekomen dat de boerderij gesloopt dient te
worden en de verontreinigende grond afgegraven en afgevoerd moet worden. De kosten zijn
voor eiseres.
6. Op 23 augustus 2021 stelt eiseres gedaagde op de hoogte gesteld dat de werkzaamheden
zijn uitgevoerd. Op vrijdag 27 augustus 2021 heeft het team van ingenieus van gedaagde de
gronden geïnspecteerd, waarna direct zal worden overgegaan tot het ontwerpen van het
windmolenpark.
7. Echter breekt gedaagde op 3 september 2021 de onderhandelingen af. De reden daarvoor is
het ontstane verzet in de regio tegen de ontwikkeling van het windmolenpark, waardoor bij
het doorzetten van de koop substantiële imagoschade ontstaan voor gedaagde. Bovendien
1
Dagelijks worden er verschillende overeenkomsten gesloten. In de supermarkt, tussen aannemers en
diens klanten, leveranciers en ga zo maar door. Overeenkomsten tussen bedrijven zijn daarbij niet uit
te sluiten. Dergelijke overeenkomsten worden, zoals ook u weet meneer/mevrouw de rechter, op
vele manieren vormgegeven. Net zoals in deze zaak, waarbij het gaat om een intentieovereenkomst.
In zo een overeenkomst spreken partijen de intentie uit om samen een bepaald doel te bereiken,
meestal is dat doel een overeenkomst. Maar hoe bindend is zo een intentieovereenkomst voor de
partijen? Dat is een van de vele vragen die ik mijzelf heb gesteld tijdens de voorbereiding van deze
zaak.
Ik zal, namens Van Veer Tulpenteelt, het pleidooi beginnen met het uiteenzetten van de feiten en
vervolgens zal ik het standpunt van eiseres motiveren. Het pleidooi zal ik afsluiten met de vordering.
Feiten
1. Van Veer Tulpenteelt V.O.F., hierna eiseres, is een familiebedrijf dat al vijf generaties lang
tulpen teelt op een stuk grond van dertig hectare. De laatste paar jaar vallen de oogsten
tegen en is de afzetmarkt voor de tulpen kleiner geworden, waardoor de financiële positie is
verslechterd.
2. Windblowing B.V., hierna gedaagde, is daarentegen een energiebedrijf dat recent de
Nederlandse markt heeft gepenetreerd door een aantal vijandige overnames. Het bedrijf wil
haar liquiditeitspositie versterken en zoekt daarom naar nieuwe investeringsmogelijkheden.
Het bedrijf wil een windmolenpark ontwikkelen op een zichtbare locatie, daarvoor heeft zij
haar oog laten vallen op de landerijen van eiseres.
3. Op 14 mei 2021 hebben partijen een intentieovereenkomst gesloten.
4. In de intentieovereenkomst is overeengekomen dat gedaagde het erf van eiseres koopt voor
tweeënhalf miljoen euro voor de landerijen en vijfhonderdduizend euro voor de boerderij.
De intentie geldt enkel indien de bouw van een windmolenpark op het terrein doorgang kan
vinden. Gedaagde geeft daarbij aan dat de vergunning voor de bouw van het windmolenpark
nog moet worden aangevraagd.
5. Na het sluiten van de intentieovereenkomst is er tussen partijen communicatie via de e-mail
geweest. Waaruit blijkt dat partijen overeen zijn gekomen dat de boerderij gesloopt dient te
worden en de verontreinigende grond afgegraven en afgevoerd moet worden. De kosten zijn
voor eiseres.
6. Op 23 augustus 2021 stelt eiseres gedaagde op de hoogte gesteld dat de werkzaamheden
zijn uitgevoerd. Op vrijdag 27 augustus 2021 heeft het team van ingenieus van gedaagde de
gronden geïnspecteerd, waarna direct zal worden overgegaan tot het ontwerpen van het
windmolenpark.
7. Echter breekt gedaagde op 3 september 2021 de onderhandelingen af. De reden daarvoor is
het ontstane verzet in de regio tegen de ontwikkeling van het windmolenpark, waardoor bij
het doorzetten van de koop substantiële imagoschade ontstaan voor gedaagde. Bovendien
1