Begrippenlijst
Samenwonen = mensen hebben samen een woning in gebruik en delen als partners een huishouding
Trouwen in beperkte gemeenschap van goederen = alle bezittingen en schulden, ook die van voor het
trouwen, zijn gemeenschappelijk en dus van beide partners
Trouwen in gemeenschap van goederen = alles van voor het huwelijk blijft een privébezit van een van de
partners, alleen wat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd is van beide partners
Trouwen op huwelijkse voorwaarden = is trouwen met in een overeenkomst geregeld van wie de
bezittingen zijn/blijven
Geregistreerd partnerschap = een partnerschap met dezelfde regels als bij trouwen in beperkte
gemeenschap van goederen
Partnerschapsvoorwaarden = voorwaarden met afspraken over welke bezittingen en schulden apart
blijven, hoe de kosten van het huishouden verdeeld worden, etc.
Samenwonen zonder samenlevingscontract = het ongehuwd en ongeregistreerd samenwonen
Samenwonen met samenlevingscontract = hierin wordt alles geregeld wat te maken heeft met inkomen,
van wie de inboedel is, etc.
Boedelscheiding = de scheiding van alle goederen (uitgezonderd kleding en sieraden), maar ook het
ouderdomspensioen, de verzekeringen, het huis en de schulden.
Kinderalimentatie = de verplichte bijdrage van de niet-verzorgende ouder om bij te dragen in het
levensonderhoud van de kinderen
Verdeling van pensioenrechten = hoe de rechten van het opgebouwde pensioen verdeeld gaan worden
Echtscheidingsconvenant = ook wel de echtscheidingsovereenkomst en wordt gemaakt bij de scheiding
met alle gemaakte afspraken tussen de partners
Partneralimentatie = een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de partner
Ouderschapsplan = alle afspraken over de kinderen met betrekking tot de verzorging en opvoeding van
hun
Onderhoudsverplichting = een wettelijke verplichting van iemand om een ander te onderhouden
Mediator = iemand gespecialiseerd in het oplossen van een conflict en/of het bemiddelen van geschillen
Scheiden van tafel en bed = het kiezen om gescheiden te leven, dit kan alleen als je getrouwd bent
Nabestaandenpensioen = het recht van de nabestaande op een uitkering van de pensioenuitvoerder als
de partner overlijdt
Erfgenamen = de mensen die iets krijgen uit de erfenis bij het overlijden van iemand
Bloedverwanten = ouders, broers en zussen van de overledenen
Vruchtgebruik = het gebruiken van het bezit, bijvoorbeeld een huis, van de overledenen
Erfbelastingen en vrijstellingen = de belasting die betaald moet worden over een erfenis, soms heb je
een (gedeeltelijke) vrijstelling hiervan
Successierechten = een directe belasting die wordt geheven over erfenissen
Zuiver aanvaarden = de erfenis aanvaarden en dus ook aangesproken worden op de schulden van de
overledene
Samenwonen = mensen hebben samen een woning in gebruik en delen als partners een huishouding
Trouwen in beperkte gemeenschap van goederen = alle bezittingen en schulden, ook die van voor het
trouwen, zijn gemeenschappelijk en dus van beide partners
Trouwen in gemeenschap van goederen = alles van voor het huwelijk blijft een privébezit van een van de
partners, alleen wat tijdens het huwelijk wordt opgebouwd is van beide partners
Trouwen op huwelijkse voorwaarden = is trouwen met in een overeenkomst geregeld van wie de
bezittingen zijn/blijven
Geregistreerd partnerschap = een partnerschap met dezelfde regels als bij trouwen in beperkte
gemeenschap van goederen
Partnerschapsvoorwaarden = voorwaarden met afspraken over welke bezittingen en schulden apart
blijven, hoe de kosten van het huishouden verdeeld worden, etc.
Samenwonen zonder samenlevingscontract = het ongehuwd en ongeregistreerd samenwonen
Samenwonen met samenlevingscontract = hierin wordt alles geregeld wat te maken heeft met inkomen,
van wie de inboedel is, etc.
Boedelscheiding = de scheiding van alle goederen (uitgezonderd kleding en sieraden), maar ook het
ouderdomspensioen, de verzekeringen, het huis en de schulden.
Kinderalimentatie = de verplichte bijdrage van de niet-verzorgende ouder om bij te dragen in het
levensonderhoud van de kinderen
Verdeling van pensioenrechten = hoe de rechten van het opgebouwde pensioen verdeeld gaan worden
Echtscheidingsconvenant = ook wel de echtscheidingsovereenkomst en wordt gemaakt bij de scheiding
met alle gemaakte afspraken tussen de partners
Partneralimentatie = een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de partner
Ouderschapsplan = alle afspraken over de kinderen met betrekking tot de verzorging en opvoeding van
hun
Onderhoudsverplichting = een wettelijke verplichting van iemand om een ander te onderhouden
Mediator = iemand gespecialiseerd in het oplossen van een conflict en/of het bemiddelen van geschillen
Scheiden van tafel en bed = het kiezen om gescheiden te leven, dit kan alleen als je getrouwd bent
Nabestaandenpensioen = het recht van de nabestaande op een uitkering van de pensioenuitvoerder als
de partner overlijdt
Erfgenamen = de mensen die iets krijgen uit de erfenis bij het overlijden van iemand
Bloedverwanten = ouders, broers en zussen van de overledenen
Vruchtgebruik = het gebruiken van het bezit, bijvoorbeeld een huis, van de overledenen
Erfbelastingen en vrijstellingen = de belasting die betaald moet worden over een erfenis, soms heb je
een (gedeeltelijke) vrijstelling hiervan
Successierechten = een directe belasting die wordt geheven over erfenissen
Zuiver aanvaarden = de erfenis aanvaarden en dus ook aangesproken worden op de schulden van de
overledene