Vastgoed economie
Blok 1
Hoofdstuk 1
Wat is economie?
De wetenschap die zich bezighoudt met de mens en in zijn streven naar welvaart.
De relatie tussen vraag/aanbod en prijs.
Welvaart:
Het beschikken over goederen en diensten voor de bevrediging van behoeften.
Behoeften zijn oneindig, de middelen kunnen wel beperkt of schaars zijn.
Schaarste:
Als er ergens een grote vraag naar is maar een beperkt aantal middelen is er een schaarse op dat
product. Dit leidt tot economische handel en prijsstijging.
Bedrijfsomgeving:
De werkelijkheid die invloed heeft op het gedrag van een bedrijf.
,Absolute en relatieve getallen
Stel het aantal verkochte huizen per maand is 1.000 tegen een gemiddelde prijs €375.000
Omzet = Aantal x prijs en mutatie: (nieuw - oud) / oud x 100%
Absolute getallen: cijfers die op zichzelf staan
Relatieve getallen: cijfers die in relatie staan tot elkaar. Bijv procenten en jaartallen.
Nominale en reële stijging
Nominale verandering = de waarde stijging / daling
Volume verandering = de reële stijging / daling van de aantallen
Nominale verandering = prijsverandering + reële verandering
Meso- en micro-economie:
De onderdelen meso en micro economie bestuderen de kenmerken van markten en bedrijfstakken
waarmee ondernemingen te maken hebben, de vraag naar goederen en het aanbod ervan, en de
veranderingen die plaatsvinden in de vraag en aanbod als de prijzen veranderen.
Macro-economie:
Het onderdeel macro-economie geeft een beschrijving en analyse van allerlei verschijnselen voor een
heel land. Het gaat bijvoorbeeld over de totale consumptie, de investering van alle bedrijven, en de
import en export van de bedrijven en de overheid van dat land.
Monetaire economie:
De monetaire economie houdt zich bezig met het verschijnsel geld en de rol van banken in de
economie. De omvang van de kredietverlening en de hoogte van de rente zijn variabelen die men
vanuit de monetaire economie tracht te verklaren.
Internationale economische betrekkingen:
Het onderdeel internationale economische betrekkingen bestudeert de buitenlandse handel van
landen, de internationale kapitaalstromen en de monetaire betrekkingen tussen landen.
, Algemeen economische en bedrijfseconomische variabelen
Arbeidsproductiviteit: bbp = Av x ap
Bbp: bruto binnenlands product
Av: de vraag naar arbeidskrachten, het aantal werknemers of de totale werkgelegenheid
ap: arbeidsproductiviteit, de productie per eenheid per arbeid per tijdseenheid
De totale loonsom: L = Lwn x Av
L: de totale loonsom
Lwn: de loonsom per werknemer
Av: de hoeveelheid werknemers
Loonkosten per eenheid product: LKp.e.p. = Lwn / ap
LKp.e.p.: loonkosten per eenheid product
Lwn: loon per werknemer
ap: arbeidsproductiviteit
Blok 1
Hoofdstuk 1
Wat is economie?
De wetenschap die zich bezighoudt met de mens en in zijn streven naar welvaart.
De relatie tussen vraag/aanbod en prijs.
Welvaart:
Het beschikken over goederen en diensten voor de bevrediging van behoeften.
Behoeften zijn oneindig, de middelen kunnen wel beperkt of schaars zijn.
Schaarste:
Als er ergens een grote vraag naar is maar een beperkt aantal middelen is er een schaarse op dat
product. Dit leidt tot economische handel en prijsstijging.
Bedrijfsomgeving:
De werkelijkheid die invloed heeft op het gedrag van een bedrijf.
,Absolute en relatieve getallen
Stel het aantal verkochte huizen per maand is 1.000 tegen een gemiddelde prijs €375.000
Omzet = Aantal x prijs en mutatie: (nieuw - oud) / oud x 100%
Absolute getallen: cijfers die op zichzelf staan
Relatieve getallen: cijfers die in relatie staan tot elkaar. Bijv procenten en jaartallen.
Nominale en reële stijging
Nominale verandering = de waarde stijging / daling
Volume verandering = de reële stijging / daling van de aantallen
Nominale verandering = prijsverandering + reële verandering
Meso- en micro-economie:
De onderdelen meso en micro economie bestuderen de kenmerken van markten en bedrijfstakken
waarmee ondernemingen te maken hebben, de vraag naar goederen en het aanbod ervan, en de
veranderingen die plaatsvinden in de vraag en aanbod als de prijzen veranderen.
Macro-economie:
Het onderdeel macro-economie geeft een beschrijving en analyse van allerlei verschijnselen voor een
heel land. Het gaat bijvoorbeeld over de totale consumptie, de investering van alle bedrijven, en de
import en export van de bedrijven en de overheid van dat land.
Monetaire economie:
De monetaire economie houdt zich bezig met het verschijnsel geld en de rol van banken in de
economie. De omvang van de kredietverlening en de hoogte van de rente zijn variabelen die men
vanuit de monetaire economie tracht te verklaren.
Internationale economische betrekkingen:
Het onderdeel internationale economische betrekkingen bestudeert de buitenlandse handel van
landen, de internationale kapitaalstromen en de monetaire betrekkingen tussen landen.
, Algemeen economische en bedrijfseconomische variabelen
Arbeidsproductiviteit: bbp = Av x ap
Bbp: bruto binnenlands product
Av: de vraag naar arbeidskrachten, het aantal werknemers of de totale werkgelegenheid
ap: arbeidsproductiviteit, de productie per eenheid per arbeid per tijdseenheid
De totale loonsom: L = Lwn x Av
L: de totale loonsom
Lwn: de loonsom per werknemer
Av: de hoeveelheid werknemers
Loonkosten per eenheid product: LKp.e.p. = Lwn / ap
LKp.e.p.: loonkosten per eenheid product
Lwn: loon per werknemer
ap: arbeidsproductiviteit