Achtergrondinformatie
Soorten wonden:
Een wond kan open of gesloten (botbreuk, kneuzing) zijn en verschillende oorzaken hebben.
Mechanische wonden: operatiewonden, steekwonden, snijwonden, schaafwonden,
scheurwonden.
Chemische wonden: door inwerking van chemische stoffen als zoutzuur, chloor, traangas.
Thermische wonden: door verbranding of bevriezing.
Elektriciteitswonden: via blikseminslag, stroomstoot.
Stralingswonden: door zonnebrand, röntgen- of radioactieve straling.
Infectiewonden: door onvoldoende (plaatselijke) afweer tegen micro-organismen.
Oncologische wonden: door de tumor zelf of door de behandeling.
Circulatiestoorniswonden: door onvoldoende zuurstofvoorziening en/of voeding van de
weefselcellen: decubitus, ulcus cruris, diabetische voet.
Wondgenezing:
Bij een verwonding stroomt bloed uit een bloedvat in de wond. Het bloed stolt en er ontstaat een
korst. Vanuit de wondranden groeien bloedvaatjes en collageenvezels in het stolsel. De vezels gaan
samentrekken en het stolsel verdwijnt. De wond is dan gevuld met rood, nieuw gevormd bloedvatrijk
bindweefsel: granulatieweefsel. Dit verandert op den duur in wit littekenweefsel.
Wondgenezing kan op twee manieren verlopen:
Primaire wondgenezing. De eenvoudigste vorm. De genezing verloopt zonder problemen. De
wondranden liggen tegen elkaar aan en de wond is schoon, niet ontstoken. De wondranden
groeien tegelijk met het onderhuidse weefsel aan elkaar vast.
Secundaire wondgenezing. De wondgenezing verloopt gecompliceerd. De wondranden
liggen niet tegen elkaar en er zijn geen randen beschikbaar om naar elkaar toe te brengen en
te hechten. Herstel van het weefseldefect moet door groei van onder uit de wond. De
vorming van dit granulatieweefsel kost meer tijd en er is grotere kans op ontsteking.
Factoren die de wondgenezing beïnvloeden:
Algemene factoren: lichamelijke conditie, voeding, leeftijd, aanwezige ziekteprocessen.
Plaatselijke factoren: locatie van de wond, aanwezigheid van infectie, gebruik van
geneesmiddelen.
Wondgenezing verloopt volgens een vast patroon in drie fasen:
1. Reactiefase: bloedstolling, ontstekingsreactie en opruiming van dood weefsel en bacteriën.
2. Regeneratiefase (of granulatiefase): nieuwvorming van bloedvatrijk bindweefsel en groei van
epitheelcellen die een beschermende laag over de wond vormen.
3. Rijpingsfase: samentrekking van de wond. Het litteken krimpt en wordt dunner en minder
rood.
Er zijn veel factoren die in de wondgenezing een rol spelen. Het genezingsproces komt tot stilstand
als één factor ontbreekt en/of een fase onvolledig verloopt. Er ontstaat dan een complexe wond.
Soms komen in een grotere wond meerdere genezingsfasen tegelijk voor, maar pas als de laatste
fase is voltooid vindt de uiteindelijke wondsluiting plaats.
WCS (2018). WCS Wondenboek (14e druk). Leiden: WCS.
Soorten wonden:
Een wond kan open of gesloten (botbreuk, kneuzing) zijn en verschillende oorzaken hebben.
Mechanische wonden: operatiewonden, steekwonden, snijwonden, schaafwonden,
scheurwonden.
Chemische wonden: door inwerking van chemische stoffen als zoutzuur, chloor, traangas.
Thermische wonden: door verbranding of bevriezing.
Elektriciteitswonden: via blikseminslag, stroomstoot.
Stralingswonden: door zonnebrand, röntgen- of radioactieve straling.
Infectiewonden: door onvoldoende (plaatselijke) afweer tegen micro-organismen.
Oncologische wonden: door de tumor zelf of door de behandeling.
Circulatiestoorniswonden: door onvoldoende zuurstofvoorziening en/of voeding van de
weefselcellen: decubitus, ulcus cruris, diabetische voet.
Wondgenezing:
Bij een verwonding stroomt bloed uit een bloedvat in de wond. Het bloed stolt en er ontstaat een
korst. Vanuit de wondranden groeien bloedvaatjes en collageenvezels in het stolsel. De vezels gaan
samentrekken en het stolsel verdwijnt. De wond is dan gevuld met rood, nieuw gevormd bloedvatrijk
bindweefsel: granulatieweefsel. Dit verandert op den duur in wit littekenweefsel.
Wondgenezing kan op twee manieren verlopen:
Primaire wondgenezing. De eenvoudigste vorm. De genezing verloopt zonder problemen. De
wondranden liggen tegen elkaar aan en de wond is schoon, niet ontstoken. De wondranden
groeien tegelijk met het onderhuidse weefsel aan elkaar vast.
Secundaire wondgenezing. De wondgenezing verloopt gecompliceerd. De wondranden
liggen niet tegen elkaar en er zijn geen randen beschikbaar om naar elkaar toe te brengen en
te hechten. Herstel van het weefseldefect moet door groei van onder uit de wond. De
vorming van dit granulatieweefsel kost meer tijd en er is grotere kans op ontsteking.
Factoren die de wondgenezing beïnvloeden:
Algemene factoren: lichamelijke conditie, voeding, leeftijd, aanwezige ziekteprocessen.
Plaatselijke factoren: locatie van de wond, aanwezigheid van infectie, gebruik van
geneesmiddelen.
Wondgenezing verloopt volgens een vast patroon in drie fasen:
1. Reactiefase: bloedstolling, ontstekingsreactie en opruiming van dood weefsel en bacteriën.
2. Regeneratiefase (of granulatiefase): nieuwvorming van bloedvatrijk bindweefsel en groei van
epitheelcellen die een beschermende laag over de wond vormen.
3. Rijpingsfase: samentrekking van de wond. Het litteken krimpt en wordt dunner en minder
rood.
Er zijn veel factoren die in de wondgenezing een rol spelen. Het genezingsproces komt tot stilstand
als één factor ontbreekt en/of een fase onvolledig verloopt. Er ontstaat dan een complexe wond.
Soms komen in een grotere wond meerdere genezingsfasen tegelijk voor, maar pas als de laatste
fase is voltooid vindt de uiteindelijke wondsluiting plaats.
WCS (2018). WCS Wondenboek (14e druk). Leiden: WCS.