Stuvia - Koop en Verkoop de Beste Samenvattingen
MAW SV ©
Maw samenvatting examenoverzicht & syllabus
Domein A: algemene vaardigheden
Raonele actor: nutsmaximalisa e, kosten baten (afweging)
Sociaal construcvisme: betekenisverlening (aan handelen/ interac es van mensen)
Funconalisme: voortbestaan. Sociale stabilisatoren zijn gemeenschappelijke morele overtuigingen en sociale
ins tu es. Sociale ongelijkheid noodzakelijk om samenleving goed te laten func oneren.
Conict: con!ict. Samenleving is resultante van de con!icten in samenleving
Onderzoek vaardigheden
Aankelijke variabele: variabele die je wilt meten
Onaankelijke variabele: deze staat vast en meet je niet
Correlae: samenhang. A leidt niet tot B
Causaliteit: A leidt tot B (oorzaak gevolg)
Interveniërende variabele: variabelen die ook meespelen, maar niet worden gemeten in onderzoek
Bepaalde variabele zijn niet meetbaar maar moeten afgeleid worden uit andere sociale verschijnselen
B Betrouwbaarheid: me ng ona&ankelijk van toeval. Vrij van willekeurige mee(outen
e
V Validiteit: meet wat hij wil meten
e
R Representa viteit: steekproef/dwarsdoorsnede van de popula e
Interview/observae: eenduidige indicatoren kiezen (subjec viteit laag houden)
Experiment: experimentele en controlegroep. Situa e hetzelfde houden, behalve de te onderzoeken variabele.
Journaliseke principes:
Hoor en wederhoor: als iemand beschuldigd wordt, er geluisterd moet worden naar wat de beschuldigde erop
hee te zeggen, voor er over hem geoordeeld wordt
Scheiding feiten en commentaar
Streven naar objec viteit
Juiste weergave van feiten, citaten, checken van bronnen
Beschrijvend onderzoek: Je stelt dan een beschrijvende vragen
Verklarend: je stelt verklarende vragen
Kwantaef onderzoek: onderzoek dat gebruik maakt van grote hoeveelheden gegevens, een breedteonderzoek.
(Enquête of gegevens van CBS)
Kwalitaef onderzoek: is diepteonderzoek, je probeert het verhaal achter de cijfers boven tafel te krijgen. (Denk
aan interview)
Domein B: Vorming
Socialisatoren zijn groepen of instellingen die voor socialisa e zorgen, denk aan gezin, school, werk.
Internalisae: wanneer je handelt naar de normen en waarden van jouw groep. Je hebt deze eigen gemaakt, het
is jouw overtuiging.
Nature-nurture debat: hoe mensen zich ontwikkelen komt door opvoeding en omgevingsfactoren (nurture).
Anderen zeggen dat het gene sch is aangelegd (nature)
Stereotypen: vaststaande beelden en veronderstellingen van een groep mensen (blondjes zijn dom)
Vooroordelen: meningen die niet gebaseerd zijn op feiten. Komt door een gebrek aan kennis (blondje snapt niets
omdat ze blond is)
Pagina 1 van 13
Gedownload door: jannah1 |
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia - Koop en Verkoop de Beste Samenvattingen
MAW SV ©
Verschillende factoren die invloed hebben op socialisae (verschillend kapitaal)
Economisch kapitaal: 3nancieel bezit of hoog inkomen
Sociaal kapitaal: Connec es, netwerken. (Mensen met werk of opleiding komen meer in contact met mensen
waar ze iets aan hebben)
Cultuur kapitaal: kennis (diploma’s) opva6ngen.
2 speci$eke vormen van socialisae:
Enculturae: cultuuroverdracht binnen een cultuur waarin iemand is opgegroeid.
Acculturae: cultuur wordt van de ene groep overgedragen naar de andere groep. Cultuurelementen leren van
een andere cultuur dan waarin je bent opgegroeid.
Socialisa e draagt ook bij aan cultuurverandering doordat het individu zelf stelling neemt ten aanzien van de
cultuur.
Funces van socialisae (CoVeRIIO)
Co Connuering van de cultuur van de samenleving. Mensen verwerven een cultuur die hen lid maakt van een
maatschappij, waarmee zij zich onderscheiden van leden van andere maatschappijen en culturen.
Ve Verandering vd cultuur vd samenleving. Cultuur is geen sta sch verschijnsel. Door overname elders en
uitvindingen worden er steeds nieuwe dingen toegevoegd.
R Reguleren van gedrag van mensen waardoor het gedragen van anderen beter voorspelbaar wordt en
samenleven dus overzichtelijker.
I Identeitsontwikkeling van het individu gedurende de gehele levensloop.
IO iden1cae met de eigen groep en cultuur door het overbrengen van cultuurgebonden waarden en normen.
Primaire socialisae: directe omgeving (gezin en gelijkgestemde in jouw omgeving) dit is je sociale huid.
Secundaire socialisae: hoe mensen zich moeten gedragen in een andere (formele) omgeving, sociale kleren.
Collec eve rituelen spelen een belangrijke rol want hierdoor worden gemeenschapsgevoel versterkt.
Teraire socialisae: normen en waarden overgedragen door anonieme Socialisatoren, zoals media
Persoonlijke identeit: het beeld dat mensen van zichzelf willen presenteren.
Sociale identeit: iemands zel7eeld dat is afgeleid vd kennis vd groepen waar hij tot behoort.
Meervoudige identeit: je hebt meerdere iden teiten. Gedraagt je anders thuis dan op werk.
Externe colleceve identeit: wat mensen vinden (wat kenmerkend en blijvend beschouwen) (stereotype over
een land)
Sociale iden 3ca es maken een individu gelijk aan, of verschillend van, en ‘beter’ of ‘slechter’ dan leden van
andere groepen.
Soorten culturen
Dominante cultuur: overheersende groep in maatschappij op poli ek of economisch gebied.
Subcultuur: levenswijze van bijzondere groepen die afwijkt vd gangbare.
Waarden: idealen die mensen in een bepaalde cultuur belangrijk vinden (respect voor ouderen)
Normen: gedragsregels (je staat in de bus op voor een oude man)
Dimensies van hofstede: waarop je culturen van elkaar kunt onderscheiden
Grote vs kleine machtsafstand: verwachten en accepteren dat macht ongelijk verdeeld is. Bij een grote
machtsafstand is er veel respect voor degene met meer macht.
Individualissch vs collecvissch: belang van groep hoger dan individu of belang individu boven het belang vd
groep.
Masculien vs feminien: sekserollen overlappen (mannen en vrouwen doen hetzelfde) of sekserollen gescheiden.
Pagina 2 van 13
Gedownload door: jannah1 |
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
MAW SV ©
Maw samenvatting examenoverzicht & syllabus
Domein A: algemene vaardigheden
Raonele actor: nutsmaximalisa e, kosten baten (afweging)
Sociaal construcvisme: betekenisverlening (aan handelen/ interac es van mensen)
Funconalisme: voortbestaan. Sociale stabilisatoren zijn gemeenschappelijke morele overtuigingen en sociale
ins tu es. Sociale ongelijkheid noodzakelijk om samenleving goed te laten func oneren.
Conict: con!ict. Samenleving is resultante van de con!icten in samenleving
Onderzoek vaardigheden
Aankelijke variabele: variabele die je wilt meten
Onaankelijke variabele: deze staat vast en meet je niet
Correlae: samenhang. A leidt niet tot B
Causaliteit: A leidt tot B (oorzaak gevolg)
Interveniërende variabele: variabelen die ook meespelen, maar niet worden gemeten in onderzoek
Bepaalde variabele zijn niet meetbaar maar moeten afgeleid worden uit andere sociale verschijnselen
B Betrouwbaarheid: me ng ona&ankelijk van toeval. Vrij van willekeurige mee(outen
e
V Validiteit: meet wat hij wil meten
e
R Representa viteit: steekproef/dwarsdoorsnede van de popula e
Interview/observae: eenduidige indicatoren kiezen (subjec viteit laag houden)
Experiment: experimentele en controlegroep. Situa e hetzelfde houden, behalve de te onderzoeken variabele.
Journaliseke principes:
Hoor en wederhoor: als iemand beschuldigd wordt, er geluisterd moet worden naar wat de beschuldigde erop
hee te zeggen, voor er over hem geoordeeld wordt
Scheiding feiten en commentaar
Streven naar objec viteit
Juiste weergave van feiten, citaten, checken van bronnen
Beschrijvend onderzoek: Je stelt dan een beschrijvende vragen
Verklarend: je stelt verklarende vragen
Kwantaef onderzoek: onderzoek dat gebruik maakt van grote hoeveelheden gegevens, een breedteonderzoek.
(Enquête of gegevens van CBS)
Kwalitaef onderzoek: is diepteonderzoek, je probeert het verhaal achter de cijfers boven tafel te krijgen. (Denk
aan interview)
Domein B: Vorming
Socialisatoren zijn groepen of instellingen die voor socialisa e zorgen, denk aan gezin, school, werk.
Internalisae: wanneer je handelt naar de normen en waarden van jouw groep. Je hebt deze eigen gemaakt, het
is jouw overtuiging.
Nature-nurture debat: hoe mensen zich ontwikkelen komt door opvoeding en omgevingsfactoren (nurture).
Anderen zeggen dat het gene sch is aangelegd (nature)
Stereotypen: vaststaande beelden en veronderstellingen van een groep mensen (blondjes zijn dom)
Vooroordelen: meningen die niet gebaseerd zijn op feiten. Komt door een gebrek aan kennis (blondje snapt niets
omdat ze blond is)
Pagina 1 van 13
Gedownload door: jannah1 |
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.
, Stuvia - Koop en Verkoop de Beste Samenvattingen
MAW SV ©
Verschillende factoren die invloed hebben op socialisae (verschillend kapitaal)
Economisch kapitaal: 3nancieel bezit of hoog inkomen
Sociaal kapitaal: Connec es, netwerken. (Mensen met werk of opleiding komen meer in contact met mensen
waar ze iets aan hebben)
Cultuur kapitaal: kennis (diploma’s) opva6ngen.
2 speci$eke vormen van socialisae:
Enculturae: cultuuroverdracht binnen een cultuur waarin iemand is opgegroeid.
Acculturae: cultuur wordt van de ene groep overgedragen naar de andere groep. Cultuurelementen leren van
een andere cultuur dan waarin je bent opgegroeid.
Socialisa e draagt ook bij aan cultuurverandering doordat het individu zelf stelling neemt ten aanzien van de
cultuur.
Funces van socialisae (CoVeRIIO)
Co Connuering van de cultuur van de samenleving. Mensen verwerven een cultuur die hen lid maakt van een
maatschappij, waarmee zij zich onderscheiden van leden van andere maatschappijen en culturen.
Ve Verandering vd cultuur vd samenleving. Cultuur is geen sta sch verschijnsel. Door overname elders en
uitvindingen worden er steeds nieuwe dingen toegevoegd.
R Reguleren van gedrag van mensen waardoor het gedragen van anderen beter voorspelbaar wordt en
samenleven dus overzichtelijker.
I Identeitsontwikkeling van het individu gedurende de gehele levensloop.
IO iden1cae met de eigen groep en cultuur door het overbrengen van cultuurgebonden waarden en normen.
Primaire socialisae: directe omgeving (gezin en gelijkgestemde in jouw omgeving) dit is je sociale huid.
Secundaire socialisae: hoe mensen zich moeten gedragen in een andere (formele) omgeving, sociale kleren.
Collec eve rituelen spelen een belangrijke rol want hierdoor worden gemeenschapsgevoel versterkt.
Teraire socialisae: normen en waarden overgedragen door anonieme Socialisatoren, zoals media
Persoonlijke identeit: het beeld dat mensen van zichzelf willen presenteren.
Sociale identeit: iemands zel7eeld dat is afgeleid vd kennis vd groepen waar hij tot behoort.
Meervoudige identeit: je hebt meerdere iden teiten. Gedraagt je anders thuis dan op werk.
Externe colleceve identeit: wat mensen vinden (wat kenmerkend en blijvend beschouwen) (stereotype over
een land)
Sociale iden 3ca es maken een individu gelijk aan, of verschillend van, en ‘beter’ of ‘slechter’ dan leden van
andere groepen.
Soorten culturen
Dominante cultuur: overheersende groep in maatschappij op poli ek of economisch gebied.
Subcultuur: levenswijze van bijzondere groepen die afwijkt vd gangbare.
Waarden: idealen die mensen in een bepaalde cultuur belangrijk vinden (respect voor ouderen)
Normen: gedragsregels (je staat in de bus op voor een oude man)
Dimensies van hofstede: waarop je culturen van elkaar kunt onderscheiden
Grote vs kleine machtsafstand: verwachten en accepteren dat macht ongelijk verdeeld is. Bij een grote
machtsafstand is er veel respect voor degene met meer macht.
Individualissch vs collecvissch: belang van groep hoger dan individu of belang individu boven het belang vd
groep.
Masculien vs feminien: sekserollen overlappen (mannen en vrouwen doen hetzelfde) of sekserollen gescheiden.
Pagina 2 van 13
Gedownload door: jannah1 |
Dit document is auteursrechtelijk beschermd, het verspreiden van dit document is strafbaar.