Samenvatting PSVA04, Toetsweek 2
Hoofdstuk 6: Chemisch rekenen
Kelvin
Kelvin: graden Celsius + 273
Het is 273, omdat het schijnbaar niet kouder kan worden.
Mol
1 mol = 6,022 x 1023 deeltjes
Molaire massa = gram/mol
Atoom
Moleculen
CH4 = Methaan, dit is een molecuul.
In het periodiek systeem staan verschillende getallen bij de atomen:
- Naast de stof: het atoomnummer (het aantal protonen)
- Linksboven in de hoek: de atoommassa (het aantal protonen + neutronen)
Hoofdstuk 8: Koolstofchemie
Koolwaterstoffen
Koolwaterstoffen bestaan uit verbindingen van koolstof en waterstof, eventueel aangevuld
met halogenen: N, O, S, Cl, Br, I en F.
Koolstofchemie gaat alleen over het oranje gedeelte uit het periodiek systeem.
Naamgeving
De naamgeving van stoffen staat in Binas tabel 66D
- Halogeenalkanen: met een halogeen
- Alcoholen: met OH
- Carbonzuren: met COOH
- Aminen: met NH2
Kookpunten van koolstofverbindingen
- Hoe langer de koolstofketen, hoe hoger het kookpunt.
- Vertakte koolwaterstoffen hebben een lager kookpunt dan onvertakte.
- Stoffen zonder dubbele binding hebben een hoger kookpunt dan met een dubbele
binding.
- Zonder polaire groepen een lager kookpunt (polair = elektronegativiteit). Binas tabel
40A
Als er een negatief getal uitkomt, het minnetje weglaten.
Apolair = verschil <0,5
Polair = verschil tussen 0,5 en 1,6
Zout = groter dan 1,6
In water oplosbaar
Hoe langer de keten is, hoe moeilijker de stof oplost in water. Maar als hexaan het
oplosmiddel is, lost een korte keten slecter op dan een lange keten.
Hoofdstuk 10: Koolhydraten
Koolhydraten
Koolhydraten vormen een speciale groep in de koolstofchemie
De bekendste koolhydraat is glucose (C6H12O6)
Hoofdstuk 6: Chemisch rekenen
Kelvin
Kelvin: graden Celsius + 273
Het is 273, omdat het schijnbaar niet kouder kan worden.
Mol
1 mol = 6,022 x 1023 deeltjes
Molaire massa = gram/mol
Atoom
Moleculen
CH4 = Methaan, dit is een molecuul.
In het periodiek systeem staan verschillende getallen bij de atomen:
- Naast de stof: het atoomnummer (het aantal protonen)
- Linksboven in de hoek: de atoommassa (het aantal protonen + neutronen)
Hoofdstuk 8: Koolstofchemie
Koolwaterstoffen
Koolwaterstoffen bestaan uit verbindingen van koolstof en waterstof, eventueel aangevuld
met halogenen: N, O, S, Cl, Br, I en F.
Koolstofchemie gaat alleen over het oranje gedeelte uit het periodiek systeem.
Naamgeving
De naamgeving van stoffen staat in Binas tabel 66D
- Halogeenalkanen: met een halogeen
- Alcoholen: met OH
- Carbonzuren: met COOH
- Aminen: met NH2
Kookpunten van koolstofverbindingen
- Hoe langer de koolstofketen, hoe hoger het kookpunt.
- Vertakte koolwaterstoffen hebben een lager kookpunt dan onvertakte.
- Stoffen zonder dubbele binding hebben een hoger kookpunt dan met een dubbele
binding.
- Zonder polaire groepen een lager kookpunt (polair = elektronegativiteit). Binas tabel
40A
Als er een negatief getal uitkomt, het minnetje weglaten.
Apolair = verschil <0,5
Polair = verschil tussen 0,5 en 1,6
Zout = groter dan 1,6
In water oplosbaar
Hoe langer de keten is, hoe moeilijker de stof oplost in water. Maar als hexaan het
oplosmiddel is, lost een korte keten slecter op dan een lange keten.
Hoofdstuk 10: Koolhydraten
Koolhydraten
Koolhydraten vormen een speciale groep in de koolstofchemie
De bekendste koolhydraat is glucose (C6H12O6)