Week 45
Hoorcollege 1
Normale ademhalingsfrequentie: 15/pm in rust
Bovenste luchtwegen: neus, mond, keelholte en sinussen
Onderste luchtwegen: van trachea (luchtpijp) tot de alveoli (longblaasjes)
Diffusie passief transsport gasuitwisseling
Spieren leveren de arbeid voor het in- en uitademen. Diafragma belangrijkste spier.
Ademhalingsbewegingen - inspiratie (inademen) en expiratie (uitademen).
Waarom is er ademhaling?
Opname zuurstof
Nodig voor verbranding van voedsel
Afgifte kooldioxide en afvalproducten
Perfusie van de longen = doorbloeding van de longen
Rechterlong is groter door de plek die het hart inneemt bij de linkerlong.
Longvliezen: 2x, zorgt voor vacuüm rond de longen. De bladen trekken de longen open, waardoor de
longen vol kunnen stromen met lucht.
Klaplong; vacuüm wordt doorbrokken.
Strotklepje sluit luchtweg waardoor je je niet verslikt.
Huig: sluit neusholte af.
Lobus: longkwab
Zuurstof lost moeilijk op in bloed hemoglobine is het transporteiwit.
Inademen is een actief proces buik buikspieren en borstademhaling tussenribspieren.
Hulpademhalingsspieren Hals en schouderspieren
Wanneer bloed zuur wordt, door bijv. veel inspanning, wordt dit opgemerkt door de
chemoreceptoren. Die stuurt dat signaal door naar de longen. Die bepalen wat de volgende acties
zullen zijn.
Tidal volume normaal inademen
Inspiratory reserve volume hoe ver je maximaal kan inademen
Expiratory volume hoeveel je maximaal uit kan ademen
Dit samen noemen we vitale capaciteit
Residual volume achter gebleven lucht
Met het residuale volume erbij noemen we het de totale longcapaciteit
Wat je maximaal uit kan ademen en het residuale volume noemen we de functionele residuale
capaciteit
, Hoorcollege 2
CARA = CPOD en astma bij elkaar
Astma; ergens een allergeen, hier reageren de longen op. Luchtwegen vernauwen omkeerbaar
COPD onomkeerbaar in vernauwing
COPD
1. Twee ziektebeelden; chronische bronchitis en longemfyseem
2. Chronische progressieve aandoening met toenemend irreversibele bronchusafwijking
Symptomen COPD
Longblaasjes gaan stuk gaan samen wordt een grote luchtbel
Sputum slijm
Dyspnoe kortademigheid (eerst bij inspanning, daarna bij rust)
Exacerbaties verergeringen
Cyanose blauwe verkleuring
Bemoeilijkte uitademing ontstoken luchtwegen, worden ingedrukt bij uitademing daarom
pijnlijk.
Tonvormige thorax
! Ontsteking van het hele lichaam
A1 antitrypsine is een eiwit dat de werking van elastase remt. Elastase breekt elastine af, een
belangrijk bestandsdeel van bindweefsel.
Vitale capaciteit; maximaal in- en maximaal uitademen spirometrie; wat kan je maximaal uitblazen
Lucht wat overblijft in long; FRC, functionele residuele capaciteit
Medicamenteuze behandeling; symptomen verminderen, inspanningsvermogen verbeteren
Bronchusverwijders: kort of langwerkend
Bronchospasme: luchtwegen trekken ineens heel erg in en slijmvlieszwelling
Allergische prikkels
Huisstofmijt
Pollen
Kattenharen
Niet allergische prikkels = bronchiale hyperreactiviteit zoals
Inspanning
Rook
Mist
Kou
Atopie: aanleg om allergisch te reageren
Symptomen astma reversibele luchtwegobstructie
Droge prikkelhoest
, Taai slijm
Piepende ademhaling
Behandeling astma niet medicamenteus
Niet rokende astma
Half uur lang intensief bewegen
Gezonde voeding
Vermijden van prikkels
Behandeling astma medicamenteus
Kortwerkende luchtwegverwijder B2 – agonist
Ontstekingsremmer corticosteroïden
, Onderhoudsbehandeling ICS/ langwerkende luchtwegverwijder
Bronchusverwijders
Inhalatie-medicatie pufjes
B2 sympathicomimetica /b2 anagonisten sabitamol
Leesmateriaal
Anatomie en fysiologie:
De luchtwegen: neusholte, mondholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, bronchiolen
en de longblaasjes.
Os frontale voorhoofdsbeen
Os nasale neusbeen
Os sphenoidale sfenoid
Os ethoimoidale etmoid
Septum nasi neustussenschot
Maxilla bovenkaak
Conchea neusschelpen
Sinus paranasales neusbijholten
Epiglottis strottenklep
Larynx strottenhoofd
M. vocalis stemspier
Trachea luchtpijp
900 miljoen alveoli vormen het longweefsel.
Partiële druk Druk die een gas veroorzaakt
Door een vrij hoge koolstofdioxidespanning wordt er koolstofdioxide in de elektrolyten opgenomen.
Als reactie hierop en op de te lage zuurstofspanning wordt er door hemoglobine zuurstof afgegeven.
Ventilatie verversen van de lucht in de longen.
Borstademhaling
1. Buitenste Tussenribspieren spannen aan
2. Thoraxwand omhoog
3. Ontstaat volumevergroting en onderdruk
4. Lucht wordt naar binnen gezogen
Binnenste tussenribspieren gebruikt voor fluiten, blazen en zingen.
Hoorcollege 1
Normale ademhalingsfrequentie: 15/pm in rust
Bovenste luchtwegen: neus, mond, keelholte en sinussen
Onderste luchtwegen: van trachea (luchtpijp) tot de alveoli (longblaasjes)
Diffusie passief transsport gasuitwisseling
Spieren leveren de arbeid voor het in- en uitademen. Diafragma belangrijkste spier.
Ademhalingsbewegingen - inspiratie (inademen) en expiratie (uitademen).
Waarom is er ademhaling?
Opname zuurstof
Nodig voor verbranding van voedsel
Afgifte kooldioxide en afvalproducten
Perfusie van de longen = doorbloeding van de longen
Rechterlong is groter door de plek die het hart inneemt bij de linkerlong.
Longvliezen: 2x, zorgt voor vacuüm rond de longen. De bladen trekken de longen open, waardoor de
longen vol kunnen stromen met lucht.
Klaplong; vacuüm wordt doorbrokken.
Strotklepje sluit luchtweg waardoor je je niet verslikt.
Huig: sluit neusholte af.
Lobus: longkwab
Zuurstof lost moeilijk op in bloed hemoglobine is het transporteiwit.
Inademen is een actief proces buik buikspieren en borstademhaling tussenribspieren.
Hulpademhalingsspieren Hals en schouderspieren
Wanneer bloed zuur wordt, door bijv. veel inspanning, wordt dit opgemerkt door de
chemoreceptoren. Die stuurt dat signaal door naar de longen. Die bepalen wat de volgende acties
zullen zijn.
Tidal volume normaal inademen
Inspiratory reserve volume hoe ver je maximaal kan inademen
Expiratory volume hoeveel je maximaal uit kan ademen
Dit samen noemen we vitale capaciteit
Residual volume achter gebleven lucht
Met het residuale volume erbij noemen we het de totale longcapaciteit
Wat je maximaal uit kan ademen en het residuale volume noemen we de functionele residuale
capaciteit
, Hoorcollege 2
CARA = CPOD en astma bij elkaar
Astma; ergens een allergeen, hier reageren de longen op. Luchtwegen vernauwen omkeerbaar
COPD onomkeerbaar in vernauwing
COPD
1. Twee ziektebeelden; chronische bronchitis en longemfyseem
2. Chronische progressieve aandoening met toenemend irreversibele bronchusafwijking
Symptomen COPD
Longblaasjes gaan stuk gaan samen wordt een grote luchtbel
Sputum slijm
Dyspnoe kortademigheid (eerst bij inspanning, daarna bij rust)
Exacerbaties verergeringen
Cyanose blauwe verkleuring
Bemoeilijkte uitademing ontstoken luchtwegen, worden ingedrukt bij uitademing daarom
pijnlijk.
Tonvormige thorax
! Ontsteking van het hele lichaam
A1 antitrypsine is een eiwit dat de werking van elastase remt. Elastase breekt elastine af, een
belangrijk bestandsdeel van bindweefsel.
Vitale capaciteit; maximaal in- en maximaal uitademen spirometrie; wat kan je maximaal uitblazen
Lucht wat overblijft in long; FRC, functionele residuele capaciteit
Medicamenteuze behandeling; symptomen verminderen, inspanningsvermogen verbeteren
Bronchusverwijders: kort of langwerkend
Bronchospasme: luchtwegen trekken ineens heel erg in en slijmvlieszwelling
Allergische prikkels
Huisstofmijt
Pollen
Kattenharen
Niet allergische prikkels = bronchiale hyperreactiviteit zoals
Inspanning
Rook
Mist
Kou
Atopie: aanleg om allergisch te reageren
Symptomen astma reversibele luchtwegobstructie
Droge prikkelhoest
, Taai slijm
Piepende ademhaling
Behandeling astma niet medicamenteus
Niet rokende astma
Half uur lang intensief bewegen
Gezonde voeding
Vermijden van prikkels
Behandeling astma medicamenteus
Kortwerkende luchtwegverwijder B2 – agonist
Ontstekingsremmer corticosteroïden
, Onderhoudsbehandeling ICS/ langwerkende luchtwegverwijder
Bronchusverwijders
Inhalatie-medicatie pufjes
B2 sympathicomimetica /b2 anagonisten sabitamol
Leesmateriaal
Anatomie en fysiologie:
De luchtwegen: neusholte, mondholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, bronchiolen
en de longblaasjes.
Os frontale voorhoofdsbeen
Os nasale neusbeen
Os sphenoidale sfenoid
Os ethoimoidale etmoid
Septum nasi neustussenschot
Maxilla bovenkaak
Conchea neusschelpen
Sinus paranasales neusbijholten
Epiglottis strottenklep
Larynx strottenhoofd
M. vocalis stemspier
Trachea luchtpijp
900 miljoen alveoli vormen het longweefsel.
Partiële druk Druk die een gas veroorzaakt
Door een vrij hoge koolstofdioxidespanning wordt er koolstofdioxide in de elektrolyten opgenomen.
Als reactie hierop en op de te lage zuurstofspanning wordt er door hemoglobine zuurstof afgegeven.
Ventilatie verversen van de lucht in de longen.
Borstademhaling
1. Buitenste Tussenribspieren spannen aan
2. Thoraxwand omhoog
3. Ontstaat volumevergroting en onderdruk
4. Lucht wordt naar binnen gezogen
Binnenste tussenribspieren gebruikt voor fluiten, blazen en zingen.