MAATSCHAPPIJLEER SAMENVATTING
Hoofdstuk 18
Para 1: strafrecht
- Strafrecht:
In het strafrecht staat aangegeven welke gedragingen beschouwd moeten worden
als strafbaar, in welke gevallen deze gedragingen ook daadwerkelijk gestraft kunnen
worden en welke straffen er zijn.
- Strafprocesrecht:
Hierin staan de procedures beschreven die door justitie en politie gevolgd moeten
worden om tot een veroordeling van een verdachte te kunnen overgaan.
- Wetboek:
Een verzameling samenhangende wetten.
- Formele recht:
De rechtsregels die zich met procedures van het recht bezig houden.
- Materieel recht:
De inhoud van een recht.
- In welke 2 zaken de ideeën van de rechtsstaat het meest duidelijk tot uitdrukking
komen:
1. Strafrecht:
In het strafrecht staat aangegeven welke gedragingen beschouwd meten worden
als strafbaar, in welke gevallen deze gedragingen ook daadwerkelijk afgestraft
kunnen worden en welke straffen er zijn.
Het strafrecht kent ook een aantal wetboeken, wetten en jurisprudentie waaruit
we kunnen afleiden welke gedragingen we als strafbaar beschouwen.
2. Strafprocesrecht:
Hierin staan de procedures beschreven die door justitie en politie gevolgd moeten
worden om tot een veroordeling van een verdachte te kunnen overgaan.
- Enkele belangrijke bronnen van het strafrecht:
Wetboek van Strafrecht (1886):
Dit wetboek is het allerbelangrijkste, omdat hierin de algemene uitgangspunten
van ons strafrecht zijn vastgelegd.
Wetboek van Strafvordering (1921)
Opiumwet (1928; in 1994 gewijzigd)
Wegenverkeerswet (1994)
Wet werk en bijstand (2004)
Wet op de Economische Delicten (1950)
Wet Wapens en Munitie (1986)
Algemene Wet inzake Rijksbelastingen
Diverse milieuwetten
Hoge Raad:
, Deze instantie beslist middels arresten in belangrijke kwesties over de juiste
interpretatie van wettelijke bepalingen over criminaliteit.
In het recht wordt heel vaak een onderscheid gemaakt tussen formeel recht en
materieel recht.
Para 2: de uitgangspunten van ons strafrecht
- Strafvordering:
Strafprocesrecht
- Legaliteitsbeginsel:
Mensen kunnen alleen maar veroordeeld worden voor handelingen die bij de wet
strafbaar zijn gesteld.
- Delictsomschrijving:
Een omschrijving van de strafbare handeling.
- Toerekeningsvatbaarheid:
De psychische gesteldheid van iemand.
- Ne bis in idem-principe:
Het beginsel dat niemand andermaal kan vervolgd of veroordeeld worden voor
hetzelfde feit.
- Onherroepelijk:
Beslissingen waartegen geen gewoon rechtsmiddel (verzet, hoger beroep of
cassatie) meer open staat.
- Revisie:
Herziening van de beslissing in verband met het ontdekken van nieuwe feiten die de
rechter onbekend waren.
- Verjaring:
Na verloop van tijd kan niemand meer worden vervolgd omdat het delict ‘verjaard’ (te
lang geleden gebeurd) is.
- Recidive:
Ex-gevangenen die bij vrijlating weer overgaan tot strafbaar gedrag.
- Onschuldpresumptie:
Iedereen wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld door de rechter bewezen
is geacht.
- Voorlopige hechtenis:
Vrijheidsbeneming (opsluiting) in afwachting van het proces op last van een rechter.
- Officier van justitie:
Hij beslist of mensen voor de rechter komen of niet.
Hoofdstuk 18
Para 1: strafrecht
- Strafrecht:
In het strafrecht staat aangegeven welke gedragingen beschouwd moeten worden
als strafbaar, in welke gevallen deze gedragingen ook daadwerkelijk gestraft kunnen
worden en welke straffen er zijn.
- Strafprocesrecht:
Hierin staan de procedures beschreven die door justitie en politie gevolgd moeten
worden om tot een veroordeling van een verdachte te kunnen overgaan.
- Wetboek:
Een verzameling samenhangende wetten.
- Formele recht:
De rechtsregels die zich met procedures van het recht bezig houden.
- Materieel recht:
De inhoud van een recht.
- In welke 2 zaken de ideeën van de rechtsstaat het meest duidelijk tot uitdrukking
komen:
1. Strafrecht:
In het strafrecht staat aangegeven welke gedragingen beschouwd meten worden
als strafbaar, in welke gevallen deze gedragingen ook daadwerkelijk afgestraft
kunnen worden en welke straffen er zijn.
Het strafrecht kent ook een aantal wetboeken, wetten en jurisprudentie waaruit
we kunnen afleiden welke gedragingen we als strafbaar beschouwen.
2. Strafprocesrecht:
Hierin staan de procedures beschreven die door justitie en politie gevolgd moeten
worden om tot een veroordeling van een verdachte te kunnen overgaan.
- Enkele belangrijke bronnen van het strafrecht:
Wetboek van Strafrecht (1886):
Dit wetboek is het allerbelangrijkste, omdat hierin de algemene uitgangspunten
van ons strafrecht zijn vastgelegd.
Wetboek van Strafvordering (1921)
Opiumwet (1928; in 1994 gewijzigd)
Wegenverkeerswet (1994)
Wet werk en bijstand (2004)
Wet op de Economische Delicten (1950)
Wet Wapens en Munitie (1986)
Algemene Wet inzake Rijksbelastingen
Diverse milieuwetten
Hoge Raad:
, Deze instantie beslist middels arresten in belangrijke kwesties over de juiste
interpretatie van wettelijke bepalingen over criminaliteit.
In het recht wordt heel vaak een onderscheid gemaakt tussen formeel recht en
materieel recht.
Para 2: de uitgangspunten van ons strafrecht
- Strafvordering:
Strafprocesrecht
- Legaliteitsbeginsel:
Mensen kunnen alleen maar veroordeeld worden voor handelingen die bij de wet
strafbaar zijn gesteld.
- Delictsomschrijving:
Een omschrijving van de strafbare handeling.
- Toerekeningsvatbaarheid:
De psychische gesteldheid van iemand.
- Ne bis in idem-principe:
Het beginsel dat niemand andermaal kan vervolgd of veroordeeld worden voor
hetzelfde feit.
- Onherroepelijk:
Beslissingen waartegen geen gewoon rechtsmiddel (verzet, hoger beroep of
cassatie) meer open staat.
- Revisie:
Herziening van de beslissing in verband met het ontdekken van nieuwe feiten die de
rechter onbekend waren.
- Verjaring:
Na verloop van tijd kan niemand meer worden vervolgd omdat het delict ‘verjaard’ (te
lang geleden gebeurd) is.
- Recidive:
Ex-gevangenen die bij vrijlating weer overgaan tot strafbaar gedrag.
- Onschuldpresumptie:
Iedereen wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld door de rechter bewezen
is geacht.
- Voorlopige hechtenis:
Vrijheidsbeneming (opsluiting) in afwachting van het proces op last van een rechter.
- Officier van justitie:
Hij beslist of mensen voor de rechter komen of niet.