,Inhoud
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning ............................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Verbintenissenrecht (de overeenkomst) ..........................................................................4
Hoofdstuk 3: de arbeidsovereenkomst en de koopovereenkomst.........................................................8
Hoofdstuk 4: Verbintenissenrecht - De onrechtmatige en rechtmatige daad. ....................................10
Hoofdstuk 7: Ondernemingsrecht........................................................................................................14
Hoofdstuk 8: Burgerlijk procesrecht. ...................................................................................................16
Hoofdstuk 9: Staatsrecht......................................................................................................................18
Hoofdstuk 10: Bestuursrecht ...............................................................................................................19
Hoofdstuk 11: Strafrecht......................................................................................................................21
Hoofdstuk 12: Europees recht .............................................................................................................23
Verdieping op H9.................................................................................................................................25
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning
Functie van recht:
2
, 1. De normatieve = die zorgen ervoor dat gedragsregels in de samenleving wordt nageleefd.
2. Geschiloplossing = rechtorganisaties bepalen een straf i.p.v. recht in eigen handen houden.
3. Additionele = biedt een gedragsregel als partijen vergeten zijn afspraken te maken.
4. Instrumentele = de wetgever bepaald hoe (alledaagse) dingen gebeuren (bv: rechts voorrang)
Rechtsbronnen:
Het is in Nederland geldende recht is aan te treffen in vier rechtsbronnen,
1. De wet = wet die in opdracht van de Grondwet is uitgevaardigd.
2. Verdrag = overeenkomst tussen 2 (bilateraal) of meer (multilateraal) staten.
3. Jurisprudentie = rechtspraak; beslissingen afkomstig van een rechter.
4. Gewoonte = ongeschreven recht omdat er in een bevolkingsgroep hierop wordt gehandeld.
Rechtsgebieden:
Met betrekking tot de wet onderscheiden we aantal rechtsgebieden:
1. Privaatrecht
Personen- en familierecht (1 BW) = Onderdeel van het burgerlijk recht dat zich bezighoudt
met afstamming, geboorte, huwelijk en echtscheiding en andere zaken in verband met de
hoedanigheid, familiebetrekkingen en bevoegdheden van personen.
Vermogensrecht (3, 5, 6 BW) = Als objectief recht omvat het rechtsgebied van het
vermogensrecht het privaatrecht het geheel van bepalingen dat betrekking heeft op
vermogensbestanddelen. Twee grote gebieden in het vermogensrecht zijn het goederenrecht
en het verbintenissenrecht.
Ondernemingsrecht (2 BW) = Recht dat betrekking heeft op alle regels die verband houden
met het uitoefenen van een bedrijf en activiteiten in club- en teamverband.
2. Publiekrecht
Strafrecht (Wetboek van strafrecht- vordering) = Recht waarbij de staat door middel van het
openbaar ministerie actief optreedt teneinde normen via sancties af te dwingen van de
burgers
Staatsrecht (grondwet) = Recht dat gaat over onze constitutionele monarchie: bv hoe onze
staat is vormgegeven of wie heeft er kiesrecht?
Bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht) = Recht die de staat mogelijkheid geeft om
regulerend op te treden t.a.v. de maatschappij. Bv: belastingen, asielbeleid, uitkeringen
Rangorde tussen wetten:
Als wetgever in Nederland treedt niet alleen de centrale wetgever op, maar ook de gemeente en de
provincie maken wetten (die verordeningen heten). Er gelden drie regels bij het vaststellen van
rangorde tussen wetten: Hoog boven laag, jong boven oud en bijzonder boven algemeen
Wet in formele zin vs materiële zin:
Er is een belangrijk onderscheid tussen een wet in formele zin en een wet in materiële zin. Een wet in
formele zin is tot stand gekomen op grand van samenwerking tussen regering en Staten-Generaal,
een wet in materiële zin is ieder wetgevend besluit dat bestemd is voor een onbepaald aantal
personen. (Gemaakt door de 2e kamer) (voor iedereen van toepassing)
7 methoden om een verfijning in de wet te interpreteren:
Rechters leggen regels aan hun beslissingen ten grondslag. De regels zijn vaak weer verfijningen van
in de wet. De rechter maakt daarbij gebruik van interpretatiemethoden: de grammaticale, de
wetshistorische, anticipeerde, de rechtsvergelijkende, de systemische, de teleologische
interpretatiemethode en overige interpretatiemethoden.
2 redeneerwijzen
Ter onderscheiding daarvan kan de rechter twee redeneerwijzen gebruiken:
A-contrario redenering = vorm van redeneren waarbij een regel als specifiek voor het geregelde geval
wordt beschouwd en dus niet in vergelijkbare gevallen geldt.
Redenering naar analogie = Vorm van redeneren waarbij een regel in een vergelijkbaar, maar niet
geregeld geval wordt gehanteerd.
Onderscheidingen in recht
Er zijn binnen het recht onderscheidingen aan te brengen:
3
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning ............................................................................................................2
Hoofdstuk 2: Verbintenissenrecht (de overeenkomst) ..........................................................................4
Hoofdstuk 3: de arbeidsovereenkomst en de koopovereenkomst.........................................................8
Hoofdstuk 4: Verbintenissenrecht - De onrechtmatige en rechtmatige daad. ....................................10
Hoofdstuk 7: Ondernemingsrecht........................................................................................................14
Hoofdstuk 8: Burgerlijk procesrecht. ...................................................................................................16
Hoofdstuk 9: Staatsrecht......................................................................................................................18
Hoofdstuk 10: Bestuursrecht ...............................................................................................................19
Hoofdstuk 11: Strafrecht......................................................................................................................21
Hoofdstuk 12: Europees recht .............................................................................................................23
Verdieping op H9.................................................................................................................................25
Hoofdstuk 1: Terreinverkenning
Functie van recht:
2
, 1. De normatieve = die zorgen ervoor dat gedragsregels in de samenleving wordt nageleefd.
2. Geschiloplossing = rechtorganisaties bepalen een straf i.p.v. recht in eigen handen houden.
3. Additionele = biedt een gedragsregel als partijen vergeten zijn afspraken te maken.
4. Instrumentele = de wetgever bepaald hoe (alledaagse) dingen gebeuren (bv: rechts voorrang)
Rechtsbronnen:
Het is in Nederland geldende recht is aan te treffen in vier rechtsbronnen,
1. De wet = wet die in opdracht van de Grondwet is uitgevaardigd.
2. Verdrag = overeenkomst tussen 2 (bilateraal) of meer (multilateraal) staten.
3. Jurisprudentie = rechtspraak; beslissingen afkomstig van een rechter.
4. Gewoonte = ongeschreven recht omdat er in een bevolkingsgroep hierop wordt gehandeld.
Rechtsgebieden:
Met betrekking tot de wet onderscheiden we aantal rechtsgebieden:
1. Privaatrecht
Personen- en familierecht (1 BW) = Onderdeel van het burgerlijk recht dat zich bezighoudt
met afstamming, geboorte, huwelijk en echtscheiding en andere zaken in verband met de
hoedanigheid, familiebetrekkingen en bevoegdheden van personen.
Vermogensrecht (3, 5, 6 BW) = Als objectief recht omvat het rechtsgebied van het
vermogensrecht het privaatrecht het geheel van bepalingen dat betrekking heeft op
vermogensbestanddelen. Twee grote gebieden in het vermogensrecht zijn het goederenrecht
en het verbintenissenrecht.
Ondernemingsrecht (2 BW) = Recht dat betrekking heeft op alle regels die verband houden
met het uitoefenen van een bedrijf en activiteiten in club- en teamverband.
2. Publiekrecht
Strafrecht (Wetboek van strafrecht- vordering) = Recht waarbij de staat door middel van het
openbaar ministerie actief optreedt teneinde normen via sancties af te dwingen van de
burgers
Staatsrecht (grondwet) = Recht dat gaat over onze constitutionele monarchie: bv hoe onze
staat is vormgegeven of wie heeft er kiesrecht?
Bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht) = Recht die de staat mogelijkheid geeft om
regulerend op te treden t.a.v. de maatschappij. Bv: belastingen, asielbeleid, uitkeringen
Rangorde tussen wetten:
Als wetgever in Nederland treedt niet alleen de centrale wetgever op, maar ook de gemeente en de
provincie maken wetten (die verordeningen heten). Er gelden drie regels bij het vaststellen van
rangorde tussen wetten: Hoog boven laag, jong boven oud en bijzonder boven algemeen
Wet in formele zin vs materiële zin:
Er is een belangrijk onderscheid tussen een wet in formele zin en een wet in materiële zin. Een wet in
formele zin is tot stand gekomen op grand van samenwerking tussen regering en Staten-Generaal,
een wet in materiële zin is ieder wetgevend besluit dat bestemd is voor een onbepaald aantal
personen. (Gemaakt door de 2e kamer) (voor iedereen van toepassing)
7 methoden om een verfijning in de wet te interpreteren:
Rechters leggen regels aan hun beslissingen ten grondslag. De regels zijn vaak weer verfijningen van
in de wet. De rechter maakt daarbij gebruik van interpretatiemethoden: de grammaticale, de
wetshistorische, anticipeerde, de rechtsvergelijkende, de systemische, de teleologische
interpretatiemethode en overige interpretatiemethoden.
2 redeneerwijzen
Ter onderscheiding daarvan kan de rechter twee redeneerwijzen gebruiken:
A-contrario redenering = vorm van redeneren waarbij een regel als specifiek voor het geregelde geval
wordt beschouwd en dus niet in vergelijkbare gevallen geldt.
Redenering naar analogie = Vorm van redeneren waarbij een regel in een vergelijkbaar, maar niet
geregeld geval wordt gehanteerd.
Onderscheidingen in recht
Er zijn binnen het recht onderscheidingen aan te brengen:
3