Hoofdstuk 2
Paragraaf 2.1:
-Budgettaire functie van belastingen: Belastingopbrengst is de
belangrijkste inkomensbron voor de schatkist. (NL moet over voldoende
middelen kunnen beschikken om collectieve uitgaven te doen.
-Instrumentele functie: Belasting als middel om een bepaald sociaal of
economisch doel te bereiken.
-Waarborgfunctie: Hierbij zijn de waarden van de rechtsstaat aan de orde,
bijv. rechtsgelijkheid en rechtszekerheid door wetgeving.
Voor schema soorten belastingen zie pagina 38!
*Loonbelasting is een voorheffing op de te betalen inkomstenbelasting.
Belastingsubject (wie), belastingobject (waarover).
-Draagkrachtbeginsel: Omdat een persoon inkomen geniet, kan hij
bijdragen aan de collectieve lastendruk, bijv. loon- en inkomstenbelasting.
-Profijtbeginsel: Je moet belasting betalen omdat je gebaat bent bij de
activiteiten van de overheid. Bijv. motorrijtuigenbelasting.
Het draagkrachtbeginsel zegt dat belastingheffing dwingend afhangt van
iemands mogelijkhied om belasting te betalen. Dit noemde de Engelse
econoom Adam Smith ‘ability to pay’. Als iemand geen betaalcapaciteit
heeft, kan hij geen belasting betalen. Heb je dat wel dan kun en moet je
aan de schatkist bijdragen.
Inkomstenbelasting: objectieve draagkracht:
Box 1: Inkomen uit werk en woning
Box 2: Inkomen uit aanmerkelijk belang
Box 3: Inkomen uit sparen en beleggen
Blz.40+41!!
Het boxenstelsel doet het draagkracht- en gelijkheidsbeginsel geweld aan
omdat verliezen in de ene box onvermijdelijk de koopkracht uit de andere
box aantasten en desondanks deze verliezen niet mogen worden
verrekend met positief inkomen uit een andere box.
Box 1: Het inkomen uit werk en woning is belast tegen een progressief
tarief (=tarief stijgt naarmate het inkomen stijgt).
Box 2: In principe een vast tarief = proportioneel tarief
Box 3: Is 30%, lijkt een proportioneel tarief, indien het vermogen als
uitgangspunt wordt genomen is dit juist. *Indien de belastingdruk echter
1