Psychologisch onderzoek en diagnostiek
X
Hogeschool NCOI
(bron: https://unio.care/sites/default/files/2018-03/LMO_Psychodiagnostiek.png)
HBO Bachelor Toegepaste Psychologie
2de Fase
Studentnummer: XXXXXX
Docent: Brigit Klein - Bog
Datum: 25 oktober 2020
Plaats: X
,Voorwoord
Mijn naam is X, met veel plezier volg ik de opleiding HBO Bachelor Toegepaste Psychologie.
Daarnaast werk ik drie dagen per week als X bij X.
Het diagnostisch rapport wat voor u ligt is tot stand gekomen ter afronding van de module
Psychologisch Onderzoek en Diagnostiek. Voor mij is dit de eerste module van het tweede leerjaar.
Duidelijk een verdieping van het eerste leerjaar. Van september tot en met november 2020 heb ik de
lessen gevolgd, de literatuur en de opdrachten behorende bij deze module bestudeerd om uiteindelijk
zelfstandig een diagnostisch rapport te kunnen schrijven volgens de stappen van het diagnostisch
proces. Het resultaat hiervan ligt voor u. Omwille van de privacy is in dit verslag een gefingeerde
cliëntnaam gebruikt.
X, bedankt voor de inspirerende lessen. X, bedankt voor het delen van je verhaal en je
openhartigheid.
Ik heb met veel plezier aan deze opdracht gewerkt, veel plezier met het lezen ervan!
X
Plaats, 15 november 2020
2
, Samenvatting
Ter afronding van de module Psychologisch Onderzoek en Diagnostiek is een diagnostisch rapport
geschreven over een cliënt die een mild psychisch probleem ervaart. Een diagnostisch rapport heeft
het doel de probleemsituatie in kaart te brengen en zo te komen tot een indicatie-analyse; een
aanbeveling voor één of meerdere interventies.
Cliënt, een 43 jarige vrouw met de Nederlandse identiteit, heeft zich bij de huisarts gemeld met een
aantal aanhoudende klachten. De klachten uiten zich in vermoeidheid, somberheid, lusteloosheid en
het gevoel emotioneel uitgeput te zijn. Cliënte herkent zich ook in repeterende piekergedachten. De
huisarts heeft cliënt om deze klachten doorverwezen voor verder diagnostisch onderzoek. Na het
intakegesprek volgt een tweede gesprek waarin cliënt uitgebreid gevraagd wordt naar de klachten en
de ontstaansgeschiedenis ervan en worden de hulpvragen van cliënt omgezet in toetsbare
hypothesen.
Op basis van de gesprekken zijn de volgende hulpvragen tot stand gekomen;
Wat veroorzaakt het lusteloze en sombere gevoel van cliënt (onderkenningsvraag)
Is er sprake van een burn-out? (onderkenningsvraag)
Draagt de copingstijl van cliënt bij aan het probleem (verklaringsvraag)
Op welke wijze kunnen de klachten verminderd worden? (indicatievraag))
De hypotheses die onderzocht zijn:
Cliënte heeft een depressie
Cliënte heeft een burn-out
Cliënt gebruikt een inefficiënte copingstijl
Om deze hypothesen te onderzoeken zijn de volgende testen bij cliënt afgenomen;
SCL-90-R (Symptom checklist)
UBOS-A (Utrechtse Burn-Out Schaal
UCL (Utrechtse Coping List)
De uitslagen van deze testen zijn berekend en verwerkt in een verklarende analyse. De hypothesen
zijn bevestigd door de testuitslagen. Geconcludeerd is dat de problemen van de cliënt veroorzaakt
worden door emotionele uitputting en een niet effectieve copingstijl.
Omdat verwacht wordt dat de problemen zonder interventies in stand blijven wordt cliënt tenslotte het
volgende geadviseerd;
1. Interventies gericht op het herkennen en corrigeren van irrationele gedachten.
2. Interventies gericht op het herkennen en veranderen van copingstijl.
3. Interventies gericht op ontspanning.
De cliënt heeft over drie maanden een vervolgafspraak bij de diagnosticus om dan te beoordelen of
en in welke mate de interventies hebben bijgedragen aan het verminderen of verhelpen van de
klachten.
3