Literatuur begrippen:
Fictie: verzonnen
Non-fictie: werkelijk gebeurd bv. (auto)biografie
Hoofdgenre:
Epiek Lyriek Dramatiek Vorm:
Proza
Poëzie
Gerne: Toneel
Roman Novelle Verhaal:
Subgenres:
Volksverhaal Parabel Sprookje: Psychische roman/verhaal
Legende Fabel Volkssprookje Ontwikkelingsroman
Mythe Cultuursprookje
Sage
Epiek: verhalende teksten waarin tijd verloopt
Lyriek: gevoelensteksten
Dramatiek: toneelstukken
Proza: schrijver gebruikt volle breedte van het papier. De tekst is verdeeld in alinea’s en hoofdstukken.
Poëzie: gedeelte van een blad word gebruikt, dus veel wit. Regels worden niet volgeschreven en
hebben ongelijke lengtes. Tekst kan verdeeld zijn in strofen. Bv. gedicht
Toneel: een gespeelde tekst in theater of schouwburg. Tekst is bedoelt om opgevoerd te worden.
Roman: omvangrijke tekst (<100 blz) waarin verschillende personages voorkomen die ook uitvoerig
beschreven worden.
Novelle: (>100 blz) 1 verhaallijn, weinig personages en worden niet diepgaand besproken.
Verhaal: samenvatting, nadruk op 1 gebeurtenis. (Hoofdstukken bundelen -> verhaalbundel ->
publiceren.
Volksverhaal: verhaal dat al eeuwenlang van ouder op kind worden doorverteld.
Legende: godsdienstige verhalen, bv. verhalen over Jezus en Maria.
Mythe: oeroude, mondeling overgeleverde verhalen, meestal godsdienstig karakter. bv. over
(half)goden.
Sage: oeroude, mondeling overgeleverde verhalen, over dappere helden die het moeten opnemen
tegen kwade wezens.
Parabel: kort, moralistisch (= boodschap) verhaal. Lezer moet vergelijking trekken tussen verhaal en
eigen leven. In een parabel gaat het vaak om godsdienstige verhalen of om goed en kwaad.
Fabel: kort, moralistisch (= boodschap) verhaal. Waarin dieren spreken en handelen als mensen.
Fabels bevatten meestal een wijze les.
Fictie: verzonnen
Non-fictie: werkelijk gebeurd bv. (auto)biografie
Hoofdgenre:
Epiek Lyriek Dramatiek Vorm:
Proza
Poëzie
Gerne: Toneel
Roman Novelle Verhaal:
Subgenres:
Volksverhaal Parabel Sprookje: Psychische roman/verhaal
Legende Fabel Volkssprookje Ontwikkelingsroman
Mythe Cultuursprookje
Sage
Epiek: verhalende teksten waarin tijd verloopt
Lyriek: gevoelensteksten
Dramatiek: toneelstukken
Proza: schrijver gebruikt volle breedte van het papier. De tekst is verdeeld in alinea’s en hoofdstukken.
Poëzie: gedeelte van een blad word gebruikt, dus veel wit. Regels worden niet volgeschreven en
hebben ongelijke lengtes. Tekst kan verdeeld zijn in strofen. Bv. gedicht
Toneel: een gespeelde tekst in theater of schouwburg. Tekst is bedoelt om opgevoerd te worden.
Roman: omvangrijke tekst (<100 blz) waarin verschillende personages voorkomen die ook uitvoerig
beschreven worden.
Novelle: (>100 blz) 1 verhaallijn, weinig personages en worden niet diepgaand besproken.
Verhaal: samenvatting, nadruk op 1 gebeurtenis. (Hoofdstukken bundelen -> verhaalbundel ->
publiceren.
Volksverhaal: verhaal dat al eeuwenlang van ouder op kind worden doorverteld.
Legende: godsdienstige verhalen, bv. verhalen over Jezus en Maria.
Mythe: oeroude, mondeling overgeleverde verhalen, meestal godsdienstig karakter. bv. over
(half)goden.
Sage: oeroude, mondeling overgeleverde verhalen, over dappere helden die het moeten opnemen
tegen kwade wezens.
Parabel: kort, moralistisch (= boodschap) verhaal. Lezer moet vergelijking trekken tussen verhaal en
eigen leven. In een parabel gaat het vaak om godsdienstige verhalen of om goed en kwaad.
Fabel: kort, moralistisch (= boodschap) verhaal. Waarin dieren spreken en handelen als mensen.
Fabels bevatten meestal een wijze les.