Inleiding recht H2 (2.1-2.2)
Formeel privaatrecht: Geeft aan op welke wijze het materiele recht gehandhaafd kan worden.
Vermogensrecht: Rechten die tot het vermogen van rechtssubjecten behoren, omdat zij een
bepaalde geldswaarde vertegenwoordigen.
Verbintenissenrecht: Vermogensrechtelijke relaties tussen 2 of meer rechtspersonen.
Goederenrecht: Relatie tussen een rechtspersoon en een goed.
Schakelbepalingen: Bepalingen die bepaalde wetsartikelen van overeenkomstige toepassing
verklaren op situaties waarvoor zij anders niet zouden hebben gegolden.
Rechtsfeiten: Alleen die feiten die voor het recht van belang zijn.
Bloot rechtsfeit: Rechtsfeiten waarbij het rechtsgevolg intreedt zonder dat daarvoor een menselijk
handelen, van de betrokkende zelf, nodig is. (Meerderjarig worden, geboorte kind)
Rechtshandeling: Wanneer de menselijke handeling is gericht op het intreden van dat rechtsgevolg.
Feitelijke handeling: Als het rechtsgevolg intreedt zonder dat de menselijke handeling gericht is
geweest op het intreden van dit rechtsgevolg.
Eenzijdige rechtshandeling: Als de wilsverklaring
van 1 persoon voldoende is voor het ontstaan van
het rechtsgevolg.
Eenzijdige gerichte rechtshandeling: Als een
wilsverklaring zich tot een of meer bepaalde
andere personen richt.
Meerzijdige rechtshandeling: Als voor het
ontstaan van een rechtsgevolg de wilsverklaringen
van 2 of meer personen nodig zijn.
Wanneer heeft de wilsverklaring de ander bereikt?
Moment van ontvangst. Weggegooid? Eigen probleem.
Nietige rechtshandeling: Rechtshandeling die niet geldig is en ook nooit geldig is geweest.
Vernietigbaarheid: De gene die tot vernietiging bevoegd is, mag beslissen of de rechtshandeling
vernietigd wordt of in stand blijft.
Is er een overeenkomst gesloten die later nietig wordt verklaard door partij A, maar partij B heeft al
handelingen verricht, dan moet partij A dit terug betalen.
Gronden voor ongeldigheid van rechtshandelingen:
- De wil stemt niet met de verklaring overeen: Degene heeft zich vergist,
versproken of verschreven. Discrepantie van verklaring
- Geestelijke stoornis: Zwakzinnigheid, onder invloed zijn.
- Handelingsonbekwaamheid: Minderjarigen en onder curatele gestelde.
- Wilsgebreken: Bedrog, dwaling, bedreiging en misbruik van
omstandigheden.
- Strijd met de wet, de goede zeden of de openbare orde
Formele overeenkomsten: Overeenkomsten waarvoor de wet een vorm
voorschrijft.
Formeel privaatrecht: Geeft aan op welke wijze het materiele recht gehandhaafd kan worden.
Vermogensrecht: Rechten die tot het vermogen van rechtssubjecten behoren, omdat zij een
bepaalde geldswaarde vertegenwoordigen.
Verbintenissenrecht: Vermogensrechtelijke relaties tussen 2 of meer rechtspersonen.
Goederenrecht: Relatie tussen een rechtspersoon en een goed.
Schakelbepalingen: Bepalingen die bepaalde wetsartikelen van overeenkomstige toepassing
verklaren op situaties waarvoor zij anders niet zouden hebben gegolden.
Rechtsfeiten: Alleen die feiten die voor het recht van belang zijn.
Bloot rechtsfeit: Rechtsfeiten waarbij het rechtsgevolg intreedt zonder dat daarvoor een menselijk
handelen, van de betrokkende zelf, nodig is. (Meerderjarig worden, geboorte kind)
Rechtshandeling: Wanneer de menselijke handeling is gericht op het intreden van dat rechtsgevolg.
Feitelijke handeling: Als het rechtsgevolg intreedt zonder dat de menselijke handeling gericht is
geweest op het intreden van dit rechtsgevolg.
Eenzijdige rechtshandeling: Als de wilsverklaring
van 1 persoon voldoende is voor het ontstaan van
het rechtsgevolg.
Eenzijdige gerichte rechtshandeling: Als een
wilsverklaring zich tot een of meer bepaalde
andere personen richt.
Meerzijdige rechtshandeling: Als voor het
ontstaan van een rechtsgevolg de wilsverklaringen
van 2 of meer personen nodig zijn.
Wanneer heeft de wilsverklaring de ander bereikt?
Moment van ontvangst. Weggegooid? Eigen probleem.
Nietige rechtshandeling: Rechtshandeling die niet geldig is en ook nooit geldig is geweest.
Vernietigbaarheid: De gene die tot vernietiging bevoegd is, mag beslissen of de rechtshandeling
vernietigd wordt of in stand blijft.
Is er een overeenkomst gesloten die later nietig wordt verklaard door partij A, maar partij B heeft al
handelingen verricht, dan moet partij A dit terug betalen.
Gronden voor ongeldigheid van rechtshandelingen:
- De wil stemt niet met de verklaring overeen: Degene heeft zich vergist,
versproken of verschreven. Discrepantie van verklaring
- Geestelijke stoornis: Zwakzinnigheid, onder invloed zijn.
- Handelingsonbekwaamheid: Minderjarigen en onder curatele gestelde.
- Wilsgebreken: Bedrog, dwaling, bedreiging en misbruik van
omstandigheden.
- Strijd met de wet, de goede zeden of de openbare orde
Formele overeenkomsten: Overeenkomsten waarvoor de wet een vorm
voorschrijft.