Hoofdstuk 5. Angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornis
Angststoornis pp. 133-135
Angst,
Emotionele gesteldheid die wordt gekenmerkt door fysiologische arousal/ opwinding, onaangename spanning
en een gevoel van vrees of bezorgdheid.
Angststoornissen,
Wanneer bijvoorbeeld paniekaanvallen spontaan, zonder enige waarschuwing of aanleiding optreden.
Kenmerkt zich door buitensporige of ongepaste angstreacties. Het kan op meerdere manieren worden ervaren.
Belangrijkste soorten angststoornissen,
1. Paniekstoornis
2. Gegeneraliseerde angststoornis
3. Specifieke fobie
4. Sociale-angststoornis (sociale fobie)
5. Agorafobie
Paniekstoornis pp. 135-138
Paniekstoornis,
Soort angststoornis. Herhaalde, onverwachte paniekaanvallen. Intense angstreactie die vergezeld gaat
van lichamelijke symptomen als een bonkend hart, snelle ademhaling, kortademigheid, moeite met
ademhaling, zware transpiratie en lichamelijke zwakte of duizeligheid. Hebben een sterkere lichamelijke
component dan andere vormen. Gevoelens van naderend onheil en de drang om de situatie te
ontvluchten.
De betrokkene denkt vaak dat hij alle controle kwijtraakt, gek wordt of doodgaat.
Wanneer heeft iemand een paniekstoornis?
Niet alle paniekaanvallen wijzen op een paniekstoornis. Om de diagnose te kunnen stellen moet er sprake
zijn van terugkerende paniekaanvallen die onverwacht beginnen, ze moeten uit de lucht komen vallen.
Daarnaast moet iemand minstens 1 maand last hebben van de volgende verschijnselen:
1. Aanhoudende angst voor een aanval, controle verliezen, hart aanval of gek worden.
2. Beperken van activiteiten, het huis niet uit willen, menigten vermijden
, Hoofdstuk 5. Angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornis
Het cognitief-biologische model voor paniekstoornis,
Model dat stelt dat men in een vicieuze cirkel van steeds hevigere angst terechtkomt.
Behandelmethoden pp. 141-144
Behandelingen voor paniekstoornissen,
Worden gewoonlijk behandeld met medicatie en cognitieve gedragstherapie. Antidepressiva heeft ook een
angst- en paniek remmende werking. Bij cognitieve gedragstherapie gebruiken therapeuten verschillende
technieken, ze leren de patiënt vaardigheden om paniekaanvallen beter te hanteren, versterken de ademhaling,
geven ontspanningsoefeningen en stellen de patiënt bloot aan situaties die samenhangen met paniekaanvallen
en lichamelijke cues die geassocieerd worden met symptomen van paniek.
Fobische stoornissen pp. 144-148
Fobie,
Irrationele, buitensporige vrees.
3 soorten typen fobische stoornissen,
1. Specifieke fobie
2. Sociale-angststoornis/ sociale fobie
Angststoornis pp. 133-135
Angst,
Emotionele gesteldheid die wordt gekenmerkt door fysiologische arousal/ opwinding, onaangename spanning
en een gevoel van vrees of bezorgdheid.
Angststoornissen,
Wanneer bijvoorbeeld paniekaanvallen spontaan, zonder enige waarschuwing of aanleiding optreden.
Kenmerkt zich door buitensporige of ongepaste angstreacties. Het kan op meerdere manieren worden ervaren.
Belangrijkste soorten angststoornissen,
1. Paniekstoornis
2. Gegeneraliseerde angststoornis
3. Specifieke fobie
4. Sociale-angststoornis (sociale fobie)
5. Agorafobie
Paniekstoornis pp. 135-138
Paniekstoornis,
Soort angststoornis. Herhaalde, onverwachte paniekaanvallen. Intense angstreactie die vergezeld gaat
van lichamelijke symptomen als een bonkend hart, snelle ademhaling, kortademigheid, moeite met
ademhaling, zware transpiratie en lichamelijke zwakte of duizeligheid. Hebben een sterkere lichamelijke
component dan andere vormen. Gevoelens van naderend onheil en de drang om de situatie te
ontvluchten.
De betrokkene denkt vaak dat hij alle controle kwijtraakt, gek wordt of doodgaat.
Wanneer heeft iemand een paniekstoornis?
Niet alle paniekaanvallen wijzen op een paniekstoornis. Om de diagnose te kunnen stellen moet er sprake
zijn van terugkerende paniekaanvallen die onverwacht beginnen, ze moeten uit de lucht komen vallen.
Daarnaast moet iemand minstens 1 maand last hebben van de volgende verschijnselen:
1. Aanhoudende angst voor een aanval, controle verliezen, hart aanval of gek worden.
2. Beperken van activiteiten, het huis niet uit willen, menigten vermijden
, Hoofdstuk 5. Angststoornissen en obsessieve-compulsieve stoornis
Het cognitief-biologische model voor paniekstoornis,
Model dat stelt dat men in een vicieuze cirkel van steeds hevigere angst terechtkomt.
Behandelmethoden pp. 141-144
Behandelingen voor paniekstoornissen,
Worden gewoonlijk behandeld met medicatie en cognitieve gedragstherapie. Antidepressiva heeft ook een
angst- en paniek remmende werking. Bij cognitieve gedragstherapie gebruiken therapeuten verschillende
technieken, ze leren de patiënt vaardigheden om paniekaanvallen beter te hanteren, versterken de ademhaling,
geven ontspanningsoefeningen en stellen de patiënt bloot aan situaties die samenhangen met paniekaanvallen
en lichamelijke cues die geassocieerd worden met symptomen van paniek.
Fobische stoornissen pp. 144-148
Fobie,
Irrationele, buitensporige vrees.
3 soorten typen fobische stoornissen,
1. Specifieke fobie
2. Sociale-angststoornis/ sociale fobie