Juridische kaders
strafprocesrecht
Week 2
Lichte opsporingsmethoden
1. Ernstige of stelselmatige inbreuk op grondrechten?
a. Duur
b. Frequentie
c. Intensiteit
d. Min of meer compleet beeld van privéleven verkregen?
2. Inzet risicovol voor beheersbaarheid en integriteit van de opsporing?
Verdenking
- Art. 27 Sv
o Voorafgaande feiten en omstandigheden
o Redelijk vermoeden van schuld
o Enig strafbaar feit
- Bij ruimere toepassing (dus niet alleen persoon) kan er ook naar het volgende gekeken
worden:
o Objectiveerbaarheid: niet subjectief, waarneembaar voor derden
o Concretiseerbaarheid: terug te leiden naar strafbaar feit
o Individualiseerbaarheid: terug te leiden tot persoon, plek, voertuig
- Voor ernstige bezwaren bovenstaande nog strenger toepassen
, Week 3
Begrenzing controlebevoegdheden
1. Verbod op détournement de pouvoir
a. Hoofdregel: uitvoeren controlebevoegdheden moet verband houden met de
WVW (doelbinding).
b. Hieraan is voldaan als inzet bevoegdheden mede bestaat uit controle op
naleving van de WVW.
c. Bovenstaande geldt als om kentekenbewijs en/of rijbewijs is gevraagd.
2. Tegen een verdachte mag, maar met inachtneming van de aan hem/haar toekomende
rechten (zwijgrecht/cautieplicht). Je mag geen controlebevoegdheden inzetten om die
rechten te omzeilen.
3. Geen strijd met discriminatieverbod
a. Selectie mag niet uitsluitend of in overwegende mate worden gebaseerd op
etnische of religieuze kenmerken (HR: Moelander).
Cautieplicht
- Art. 29 lid 2 Sv.
- HR: nalatige inspecteur
- Wanneer cautieplicht?
o In verhoorsituatie: alle vragen door een opsporingsambtenaar aan een als
verdachte aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een
strafbaar feit.
Was sprake van een verdachte (art. 27 lid 1 Sv)? Belangrijker: is
persoon bejegend als verdachte?
Vragen betrekking op strafbaar feit?
- HR: plastic boodschappentasje
strafprocesrecht
Week 2
Lichte opsporingsmethoden
1. Ernstige of stelselmatige inbreuk op grondrechten?
a. Duur
b. Frequentie
c. Intensiteit
d. Min of meer compleet beeld van privéleven verkregen?
2. Inzet risicovol voor beheersbaarheid en integriteit van de opsporing?
Verdenking
- Art. 27 Sv
o Voorafgaande feiten en omstandigheden
o Redelijk vermoeden van schuld
o Enig strafbaar feit
- Bij ruimere toepassing (dus niet alleen persoon) kan er ook naar het volgende gekeken
worden:
o Objectiveerbaarheid: niet subjectief, waarneembaar voor derden
o Concretiseerbaarheid: terug te leiden naar strafbaar feit
o Individualiseerbaarheid: terug te leiden tot persoon, plek, voertuig
- Voor ernstige bezwaren bovenstaande nog strenger toepassen
, Week 3
Begrenzing controlebevoegdheden
1. Verbod op détournement de pouvoir
a. Hoofdregel: uitvoeren controlebevoegdheden moet verband houden met de
WVW (doelbinding).
b. Hieraan is voldaan als inzet bevoegdheden mede bestaat uit controle op
naleving van de WVW.
c. Bovenstaande geldt als om kentekenbewijs en/of rijbewijs is gevraagd.
2. Tegen een verdachte mag, maar met inachtneming van de aan hem/haar toekomende
rechten (zwijgrecht/cautieplicht). Je mag geen controlebevoegdheden inzetten om die
rechten te omzeilen.
3. Geen strijd met discriminatieverbod
a. Selectie mag niet uitsluitend of in overwegende mate worden gebaseerd op
etnische of religieuze kenmerken (HR: Moelander).
Cautieplicht
- Art. 29 lid 2 Sv.
- HR: nalatige inspecteur
- Wanneer cautieplicht?
o In verhoorsituatie: alle vragen door een opsporingsambtenaar aan een als
verdachte aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een
strafbaar feit.
Was sprake van een verdachte (art. 27 lid 1 Sv)? Belangrijker: is
persoon bejegend als verdachte?
Vragen betrekking op strafbaar feit?
- HR: plastic boodschappentasje