Oefentoets blok 1.3 intensieve zorg
Introductie intensieve zorg.
Wat is de doelgroep van intensieve zorg?
De verpleegkundige zorg is gericht op: …….. & ………..
Intensieve zorg is van toepassing wanneer iemand ….. en er meer dan ….. nodig is.
Noem 4 deelgebieden van intensieve zorg:
-
-
-
-
Wat is ICD:
Wondzorg VTV.
WCS-model:
Noem de 3 kleuren binnen het WCS en wat je moet doen en wat voor wondweefsel er aanwezig is.
-
-
-
Waarvoor staat de SBARR.
S;
B:
A:
R:
R:
Waarvoor staat het TIME-model?
T:
I:
M:
E:
Anesthesie.
Narcose bestaat uit?
Is er een eigen ademhaling bij narcose? Ja/nee
Voel je pijn tijdens narcose? Ja/nee
Waarom geven we spierverslappers bij anesthesie?
Benoem de 3 fasen tijdens narcose:
-
-
-
Leg uit wat het volgende is.
Lokale anesthesie:
Regionale anesthesie:
Spinale anesthesie:
Epidurale anesthesie:
Noem 4 bewakingspunten tijdens een narcose:
, -
-
-
-
Leg de ABCDEFG methode uit per letter.
A:
B:
C:
D:
E:
F:
G:
Klinisch redeneren.
Tachycardie:
Noem 8 oorzaken/waarbij tachycardie word gevoeld.
-
-
-
-
-
-
-
-
Bradycardie:
Noem 10 oorzaken/waarbij bradycardie word gevoeld.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Wat is extra-systole:
Wat geven we bij boezemfibrileren aan medicatie:
Noem 3 interventies bij bradycardie:
-
-
-
Noem 3 interventies bij tachycardie:
-
-
-
Noem 3 interventies bij afwijkende hartslag:
-
-
-
Introductie intensieve zorg.
Wat is de doelgroep van intensieve zorg?
De verpleegkundige zorg is gericht op: …….. & ………..
Intensieve zorg is van toepassing wanneer iemand ….. en er meer dan ….. nodig is.
Noem 4 deelgebieden van intensieve zorg:
-
-
-
-
Wat is ICD:
Wondzorg VTV.
WCS-model:
Noem de 3 kleuren binnen het WCS en wat je moet doen en wat voor wondweefsel er aanwezig is.
-
-
-
Waarvoor staat de SBARR.
S;
B:
A:
R:
R:
Waarvoor staat het TIME-model?
T:
I:
M:
E:
Anesthesie.
Narcose bestaat uit?
Is er een eigen ademhaling bij narcose? Ja/nee
Voel je pijn tijdens narcose? Ja/nee
Waarom geven we spierverslappers bij anesthesie?
Benoem de 3 fasen tijdens narcose:
-
-
-
Leg uit wat het volgende is.
Lokale anesthesie:
Regionale anesthesie:
Spinale anesthesie:
Epidurale anesthesie:
Noem 4 bewakingspunten tijdens een narcose:
, -
-
-
-
Leg de ABCDEFG methode uit per letter.
A:
B:
C:
D:
E:
F:
G:
Klinisch redeneren.
Tachycardie:
Noem 8 oorzaken/waarbij tachycardie word gevoeld.
-
-
-
-
-
-
-
-
Bradycardie:
Noem 10 oorzaken/waarbij bradycardie word gevoeld.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Wat is extra-systole:
Wat geven we bij boezemfibrileren aan medicatie:
Noem 3 interventies bij bradycardie:
-
-
-
Noem 3 interventies bij tachycardie:
-
-
-
Noem 3 interventies bij afwijkende hartslag:
-
-
-