Zelfmanagement
Naam, studentnummer
Hogeschool: Hanzehogeschool Groningen
Opleiding: Academie voor Verpleegkunde
Studieonderdeel: PLP2 2020/2021
Praktijkleerplaats: Lentis, Zuidlaren
Afdeling: Akkerhoven
Docentbegeleider:
Werkbegeleiders:
,INLEIDING
De Nederlandse gezondheidszorg verandert; er is sprake van een transitie van een verzorgingsstaat
naar een participatiesamenleving. De patiënt is in toenemende mate zelf verantwoordelijk voor
zijn/haar gezondheid en van familie en naasten van de patiënt wordt in toenemende mate verwacht
dat zij participeren in de zorg voor een familielid die zorg nodig heeft (Hanzehogeschool Groningen,
z.d.).
Als verpleegkundige in opleiding ben ik bezig geweest met de begrippen zelf- en samenredzaamheid.
Ik heb samen met de cliënt het sociale netwerk in kaart gebracht en ik ben bezig geweest met het
betrekken van de naasten van de cliënt. Zo ben ik in gesprek gegaan met de naasten, heb ik een
analyse van de zorgsituatie gemaakt, om vervolgens een advies in de richting van zelf- en
samenredzaamheid te geven. In dit advies zijn de mogelijkheden van informatie- en
communicatietechnologieën meegenomen.
Ik heb tijdens het uitwerken van deze module gewerkt aan de volgende leeruitkomsten:
Beschrijft de samenhang tussen de concepten zelf- en samenredzaamheid, omschrijft hoe
deze begrippen in de verpleegkundige en multidisciplinaire praktijk worden toegepast en
omschrijft haar eigen visie omtrent deze begrippen.
Voert een (familie) systeemgericht assessment uit in gesprek met een zorgvrager en een of
meer familieleden m.b.v. een gevalideerde methodiek en passende communicatieve
vaardigheden.
Voert een (familie) systeemgericht gesprek met zorgvrager en een of meer familieleden op
basis een gevalideerde methodiek en passende communicatieve vaardigheden.
Analyseert de zorgsituatie mede op basis van het familie- of systeemgericht assessment en
het gesprek met zorgvrager en familie.
Analyseert aan de hand van EBP de mogelijkheden van informatie- en
communicatietechnologieën gericht op zelf- en samenredzaamheid en houdt een kritische
beschouwing over de inzet van de gekozen technologie binnen de betreffende zorgsituatie.
Formuleert, in de taal van de patiënt/familie, een passend advies gericht aan de familie/ het
systeem op basis van het assessment, de analyse van de zorgsituatie en het gesprek met
zorgvrager en familie (inclusief technologische mogelijkheden).
In hoofdstuk een staat de casuïstiek beschreven die ik heb ingezet tijdens het uitwerken van deze
module. Het betreft dezelfde casuïstiek als de module ‘Werken aan gezondheid’ (zie module ‘Werken
aan gezondheid’).
In hoofdstuk twee heb ik de begrippen zelf- en samenredzaamheid uitgewerkt. Ook heb ik hierin de
samenhang tussen deze twee begrippen meegenomen, om vervolgens mijn eigen visie op deze
begrippen te delen.
In hoofdstuk drie komt het systeemgericht assessment aan bod, waarbij een ecogram is opgesteld,
de draagkracht- en last in kaart zijn gebracht en de zelfredzaamheid van de cliënt getoetst is.
Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de systeemgesprekken aan bod, waarbij ik contact heb gelegd met
de naasten van de cliënt.
In hoofdstuk vijf is de zorgsituatie geanalyseerd aan de hand van het systeemgerichte assessment en
de systeemgerichte gesprekken.
In hoofdstuk zes wordt het advies opgesteld, waarin de ICT-mogelijkheden zijn meegenomen.
, Inhoudsopgave
INLEIDING...................................................................................................................................................... 1
H1. CASUÏSTIEK.............................................................................................................................................. 3
1.1 VOORGESCHIEDENIS.............................................................................................................................................3
1.2 VASTGESTELDE (DSM-V) DIAGNOSES.....................................................................................................................3
H2. ZELF- EN SAMENREDZAAMHEID............................................................................................................... 4
2.1 SAMENHANG ZELF- EN SAMENREDZAAMHEID............................................................................................................4
2.2 ZELF- EN SAMENREDZAAMHEID IN DE PRAKTIJK.........................................................................................................4
2.3 EIGEN VISIE........................................................................................................................................................4
H3. SYSTEEMGERICHT ASSESSMENT............................................................................................................... 6
3.1 INDICATIE VOOR HET FAMILIEGESPREK.....................................................................................................................6
3.2 ASSESSMENT......................................................................................................................................................6
3.3 ECOGRAM..........................................................................................................................................................8
3.4 DRAAGKRACHT- EN LAST.......................................................................................................................................9
3.5 ZELFREDZAAMHEID............................................................................................................................................10
H4. SYSTEEMGERICHT GESPREK.................................................................................................................... 12
4.1 SYSTEEMGERICHT GESPREK MET DHR....................................................................................................................12
4.1.1 Toegepaste communicatieve vaardigheden.........................................................................................13
4.2 SYSTEEMGERICHT GESPREK MET OUDERS...............................................................................................................13
4.2.1 Toegepaste communicatieve vaardigheden........................................................................................14
H5. ZORGSITUATIE....................................................................................................................................... 15
5.1 ANALYSE ZORGSITUATIE......................................................................................................................................15
5.1.1 Gespreksanalyse dhr.............................................................................................................................15
5.1.2 Gespreksanalyse ouders.......................................................................................................................15
5.1.3 Zorgsituatie...........................................................................................................................................16
5.2 INFORMATIE- EN COMMUNICATIETECHNOLOGIEËN..................................................................................................16
5.2.1 Online signaleringsplan........................................................................................................................17
5.2.2 Inzicht in het elektronisch patiëntendossier.........................................................................................17
5.2.3 Psycho-educatie....................................................................................................................................17
H6. ADVIES.................................................................................................................................................. 18
6.1 PREVENTIEF ADVIESGESPREK................................................................................................................................18
Fase 1: het huidige beeld...............................................................................................................................18
Fase 2: het gewenste beeld...........................................................................................................................19
Fase 3: de weg vooruit...................................................................................................................................19
LITERATUURLIJST......................................................................................................................................... 20