100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Case uitwerking

Uitwerkingen week 1

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
14
Cijfer
6-7
Geüpload op
27-09-2021
Geschreven in
2020/2021

Uitwerkingen casusvragen en jurisprudentievragen










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
27 september 2021
Aantal pagina's
14
Geschreven in
2020/2021
Type
Case uitwerking
Docent(en)
Van dijk
Cijfer
6-7

Voorbeeld van de inhoud

Vragen bij werkgroep week 1


Onderwerpen, literatuur en jurisprudentie: zie weekoverzicht op nestor.
Ter herinnering: de algemene vragen worden (in beginsel) niet behandeld in de werkgroep, de
jurisprudentie- en casusvragen wel. Deze dient u (schriftelijk) gemaakt te hebben (voorafgaand aan
de werkgroep dus). Voorbereiding is dus verplicht. Motiveer uw antwoorden, zoals u dat ook bij het
tentamen dient te doen, met gebruikmaking van het verplichte studiemateriaal (jurisprudentie,
literatuur, leerstof van hoorcollege en Nestor-materiaal).


ALGEMENE VRAGEN


Opzet

1. Geef een beschrijving van de inhoud van het begrip ‘opzet’.
2. Noem een aantal voorbeelden van de wijze waarop de wetgever het opzet in de verschillende
delictsomschrijvingen heeft omschreven.
3. Is het voor de inhoud van het opzet van betekenis welke bewoordingen de wetgever gebruikt?
4. Wat wordt bedoeld met ‘kleurloos opzet’?
5. Stelling: ten aanzien van doleuze delicten geldt dat het voldoende is dat sprake is van kleurloos
opzet; boos opzet hoeft niet te worden vastgesteld. Is deze stelling juist of onjuist?
6. Wat wordt bedoeld met ‘opzet als stilzwijgend bestanddeel’?
7. Welke opzetvorm grenst aan het bestanddeel schuld?
8. Welke inhoud heeft deze vorm?
9. Welke formule wordt in de praktijk door de Hoge Raad veelal gehanteerd om deze opzetvorm
aan te geven?
10. Geef in eigen woorden weer wat het verschil is tussen voorwaardelijk opzet en bewuste schuld.
11. Stelling: ‘het verschil tussen enerzijds opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn en anderzijds
opzet als mogelijkheidsbewustzijn is, dat bij eerste vorm niet en bij de tweede vorm wel het
wilselement onderdeel is van de opzet.’
Is deze stelling juist?
12. Is opzet hetzelfde als het bewust nemen van grote risico’s?
13. Dient bij voorwaardelijk opzet sprake te zijn van een aanmerkelijke kans in objectieve zin?
14. Stelling: de grootte van de aanmerkelijke kans varieert volgens de Hoge Raad van delict tot
delict. Bij een ernstig delict zoals doodslag volstaat een veel kleinere kansgrootte dan bij een
minder delict als vernieling.
15. Voor het bewijs van opzet maakt de rechter nogal eens gebruik van ervaringsregels. Hoe gaat
de rechter dan te werk?
16. Wat is het gevaar van deze werkwijze?
17. Stelling: ‘Opzettelijk handelen en een geestesstoornis gaan niet goed samen.’
18. Omvat het bestanddeel ‘wetende dat’ alle gradaties van opzet? En het bestanddeel ‘oogmerk’?
19. Welk criterium gebruikt de Hoge Raad tegenwoordig om voorbedachte raad te omlijnen?
20. Mag de rechter bij het bewijzen van voorbedachte raad gebruik maken van
bewijsvermoedens?

Schuld


21. Wat wordt bedoeld met de term ‘culpa’?



1

, 22. Op welke wijzen heeft de wetgever de schuld als bestanddeel in de delictsomschrijving
uitgedrukt?
23. Wat is een culpoos gevolgsdelict?
24. Met de gevolgsschuld wordt niet alleen een geestesgesteldheid beschreven (en beoordeeld),
maar ook gedrag. Leg dit uit.
25. Die beschrijving is bovendien niet neutraal, maar geeft een normatief oordeel. Leg dit uit.
26. Waarom wordt schuldheling (art. 417bis Sr) een pro parte doleus, pro parte culpoos delict
genoemd? Is art. 175 Sr daarvan ook een voorbeeld?
27. Wat is het verschil tussen de gevolgsschuld en de schuld ten aanzien van een omstandigheid
die de gedraging ‘begeleidt’?
28. Welke inhoud heeft de culpa in een culpoos gevolgsdelict?
29. Wat is volgens de rechtspraak van de Hoge Raad het gevolg van het aanvaarden van een
beroep op een rechtvaardigingsgrond door de rechter in de situatie waarin een culpoos
gevolgsdelict ten laste is gelegd?
30. Wat is volgens de rechtspraak van de Hoge Raad het gevolg van het aanvaarden van een
beroep op een schulduitsluitingsgrond door de rechter in de situatie waarin een culpoos
gevolgsdelict ten laste is gelegd?
31. In hoeverre is het bij de vaststelling van culpa van belang dat de verdachte de gevolgen had
kunnen voorzien?
32. Stelling: ‘als de dader had kunnen voorzien dat zijn gedraging het ongewenste gevolg zou
veroorzaken, had hij dus de plicht die gedraging achterwege te laten.’ Is deze stelling juist?
33. Wat wordt bedoeld met een ‘Garantenstellung’?
34. Wat wordt bedoeld met de ‘objectivering van de schuld’?
35. Wat is het verschil tussen bewuste en onbewuste schuld?
36. Stelling: ‘bewuste schuld ligt dichter tegen opzet aan dan onbewuste schuld; daarom dient
bewuste schuld zwaarder bestraft te worden dan onbewuste schuld.’ Hoe beoordeelt u deze
stelling?
37. Omschrijf wat bedoeld wordt met de categorie van ‘kijken, maar niet zien’. Welke rechtsregel
heeft de Hoge Raad in dat verband geformuleerd?
38. Op welke wijze definieert de Hoge Raad het begrip roekeloosheid?
39. Stelling: de bewijseisen die aan roekeloosheid worden gesteld zijn door de Hoge Raad
uitgehold. Roekeloosheid kan in wezen worden afgeleid uit de andere wettelijke
strafverzwarende omstandigheden, zoals dronken of veel te hard rijden. Is deze stelling juist?


Avas (afwezigheid van alles schuld)

40. Stelling: ‘de vroeger bij overtredingen geldende “leer van het materiële feit” houdt in dat
voor strafbaarheid ter zake een overtreding opzet noch culpa is vereist en dat geen beroep
op een wettelijke strafuitsluitingsgrond mogelijk is.’ Is deze stelling (deels) juist?
Opzet is altijd vereist. Culpa niet. Beroep op een strafuitsluitingsgrond is mogelijk. Opzet
moet aanwezig zijn op het moment waarop wordt gehandeld.
41. Wat wordt bedoeld met ‘schuld’ in de uitdrukking ‘afwezigheid van alle schuld’?

42. Welke categorieën van afwezigheid van alle schuld (avas) kunnen worden onderscheiden?
43. Wat wordt in het kader van avas bedoeld met de eis dat dwaling ‘verschoonbaar’ moet zijn?
44 De vraag naar de verschoonbaarheid van de dwaling heeft een normatief karakter. Wat
wordt daarmee bedoeld?
45. Een beroep op dwaling, in het bijzonder feitelijke dwaling, bij een opzetdelict zal doorgaans
een bestrijding van het ten laste gelegde opzet vormen en dus een bewijsverweer zijn (en
geen avas-verweer). Leg dit uit.



2
€4,89
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
annemarieee97

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Uitwerkingen Strafrecht 2
-
6 2021
€ 29,34 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
annemarieee97 Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
4
Laatst verkocht
2 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen