5.1 Businessmarkten
- Bedrijfsmatig koopgedrag = het koopgedrag van organisaties die producten en diensten kopen
voor gebruik bij de productie van andere goederen en diensten die aan derden worden
verkocht, verhuurd of geleverd.
Bedrijfsmatige inkoop = Het besluitvormingsproces waarin organisaties de behoefte aan in te kopen
goederen of diensten vaststellen en de verschillende merken en leveranciers opsporen, evalueren en
daaruit een keuze maken.
- Business-to-businessmarketeers moeten hun best doen om inzicht te krijgen in zakelijke
markten en het koopgedrag van bedrijfsmatige inkopers.
Businessmarkt = Alle organisaties die goederen en diensten kopen om deze te gebruiken in de productie
van andere producten en diensten, of om deze tegen winst aan anderen door te verkopen of te
verhuren.
- De omvang van organisaties kan erg verschillen.
- De businessmarkt is zeer omvangrijk.
--> De meeste bedrijven verkopen uitsluitend aan andere bedrijven en de afzet aan bedrijven is
veel groter dan die aan consumenten.
- Verschil tussen businessmarkt en consumentenmarkt:
1. Afnemers bij businessmarkt meestal groter;
2. Gemiddelde afnemers bij businessmarkt groter;
3. Aankoopbedrag bij businessmarkt vaak groter;
4. Vraag naar product is bij business markt meestal afgeleide vraag;
5. Bij business markt verandert de bedrijfsmatige vraag snel bij wijziging in consumentenvraag;
6. Inkoopproces bij businessmarkt verloopt vaak via een Decision Making Unit (DMU).
5.1.1 Marktstructuur en vraag
- De businessmarkt is geografisch sterker geconcentreerd dan de consumentenmarkt.
Afgeleide vraag = De vraag van organisaties die zijn oorsprong vindt in de vraag van eindafnemers naar
een bepaald product.
- Veel business-to-businessmarkten hebben te maken met inelastische vraag.
Inelastische vraag = De totale vraag naar een product die – vooral op korte termijn – niet of nauwelijks
wordt beïnvloed door prijsveranderingen.
- Vaak heeft de business-to-businessmarkt te maken met fluctuerende vraag.
Fluctuerende vraag = De vraag naar veel businessproducten en –diensten verandert sneller en sterker
dan de vraag naar consumentengoederen en –diensten.
5.1.2 De aard van de decision-making unit (DMU)
- Als een bedrijf iets inkoopt zijn hierbij meer besluitvormers betrokken dan wanneer een
consument iets koopt.
- Bedrijfsmatig koopgedrag = het koopgedrag van organisaties die producten en diensten kopen
voor gebruik bij de productie van andere goederen en diensten die aan derden worden
verkocht, verhuurd of geleverd.
Bedrijfsmatige inkoop = Het besluitvormingsproces waarin organisaties de behoefte aan in te kopen
goederen of diensten vaststellen en de verschillende merken en leveranciers opsporen, evalueren en
daaruit een keuze maken.
- Business-to-businessmarketeers moeten hun best doen om inzicht te krijgen in zakelijke
markten en het koopgedrag van bedrijfsmatige inkopers.
Businessmarkt = Alle organisaties die goederen en diensten kopen om deze te gebruiken in de productie
van andere producten en diensten, of om deze tegen winst aan anderen door te verkopen of te
verhuren.
- De omvang van organisaties kan erg verschillen.
- De businessmarkt is zeer omvangrijk.
--> De meeste bedrijven verkopen uitsluitend aan andere bedrijven en de afzet aan bedrijven is
veel groter dan die aan consumenten.
- Verschil tussen businessmarkt en consumentenmarkt:
1. Afnemers bij businessmarkt meestal groter;
2. Gemiddelde afnemers bij businessmarkt groter;
3. Aankoopbedrag bij businessmarkt vaak groter;
4. Vraag naar product is bij business markt meestal afgeleide vraag;
5. Bij business markt verandert de bedrijfsmatige vraag snel bij wijziging in consumentenvraag;
6. Inkoopproces bij businessmarkt verloopt vaak via een Decision Making Unit (DMU).
5.1.1 Marktstructuur en vraag
- De businessmarkt is geografisch sterker geconcentreerd dan de consumentenmarkt.
Afgeleide vraag = De vraag van organisaties die zijn oorsprong vindt in de vraag van eindafnemers naar
een bepaald product.
- Veel business-to-businessmarkten hebben te maken met inelastische vraag.
Inelastische vraag = De totale vraag naar een product die – vooral op korte termijn – niet of nauwelijks
wordt beïnvloed door prijsveranderingen.
- Vaak heeft de business-to-businessmarkt te maken met fluctuerende vraag.
Fluctuerende vraag = De vraag naar veel businessproducten en –diensten verandert sneller en sterker
dan de vraag naar consumentengoederen en –diensten.
5.1.2 De aard van de decision-making unit (DMU)
- Als een bedrijf iets inkoopt zijn hierbij meer besluitvormers betrokken dan wanneer een
consument iets koopt.