en voorkomen van complicaties bij absolute bedrust en
langdurige immobilisatie en hospitalisatie
1. complicaties op somatisch vlak
1.1 verminderd metabolisme
⇒ ons metabolisme zal in rust verkeren en er is een hogere kans op obesitas, diabetes type
2 en hart-en vaatziekten
1.2 ongunstige invloed op de huid
1.2.1 intertrigo
⇒ irritatie aan de huid door te lange blootstelling van zweet,
lichaamsvochten
1.2.2 decubitus - doorligwondes
⇒ heeft verschillende classificaties, voorheen stadia of graden
1. Categorie 1: niet wegdrukbare roodheid (opperhuid)
2. Categorie 2: zit al wat lager
3. Categorie 3: in onderhuids vetweefsel
4. Categorie 4: wanneer spieren, botten en pezen zijn aangetast
1.2.3 de oorzaak
⇒ degeneratieve verandering van weefsels die veroorzaakt zijn door een
zuurstoftekort ten gevolge van een weefselvervorming: druk en
schuifkrachten.
Weefseltolerantie: duur en intensiteit van druk en schuifkrachten die
resulteren in zuurstoftekort bij de weefselcellen
Frictie/wrijving: niet altijd decubitus, soms ook schaaf/brandwonden bv. blaar
1.2.4 de drukpunten
Elleboog
Enkel
Zitbeen
Heup
Hiel
Stuit ⇒ het meeste‼
1.3 categorie 1
⇒ niet wegdrukbare roodheid van de intacte huid, maar ook:
- Huidtemperatuur: hoger of lager dan omliggend weefsel
- Weefselconsistentie: vast door verharding van de huid of week door oedeem
- Gevoeligheid: pijn en jeuk op plaats
1.4 categorie 2
⇒ verlies van een deel van de huidlaag (‘ontvelling’) of blaren
- Kijk of het niet IAD is!
1.5 categorie 3
⇒ verlies van de volledige huidlaag + je kan onderhuids vetweefsel al zien, nog geen bot,
pezen of spieren + wondbeslag (‘fibrine’)
1
, 1.6 categorie 4
⇒ verlies van een volledige weefsellaag waarbij bot, pees of spier zichtbaar is en vaak
ook een ondermijnen of ondertunneling van intacte huid
1.7 geclassificeerd
⇒ verlies van de volledige huid- en weefsellaag: diepte is hierbij onbekend
1.8 weefselbeschadiging
⇒ omdat het niet open is is de diepte niet bekend
2. factoren die het ontstaan van decubitus bevorderen
- Afname van spontane beweeglijkheid
- Lage vasculaire resistentie bv. vaatoperatie, shock ⇒ 2u decubitus
- Slechte doorbloeding bv. bloeddruk, roken
- Vermindering van verlies van motorische functies
- Slechte voedingstoestand
- Algemene slechte conditie bv. koorts, lage mobiliteit
- Verminder weerstandsvermogen van de huid bv. droge huid
- Aanwezigheid van beenuitsteeksels bv. uitstekende botten
- Verlies van pijngevoeligheid
- Hoge leeftijd
2.1 aandacht voor de drukplaatsen
⇒ moeten veel aandacht er aan besteden, werk heel preventief. Je kan
drukpunten krijgen als je neerzit, neerligt
2.2 preventie van decubitus
Risicobepaling: signaleren van risicopatiënten: bradenschaal
Principes: drukreductie en duurreductie
Verpleegkundige acties en hulpmiddelen:
- Dagelijks 2x observatie en palpatie
- Voorlichting/instructies aan zorgvrager en familie
- Houdingen: liggen en zitten
- Drukopheffende middelen: specifieke matrassen, bedden,
kussens, zwevende hielen
- Hygiënische verzorging
- Voedingstoestand
2.3 risicobepaling – conceptueel model en bradenschaal
Zintuigelijke Vocht Activiteit Mobiliteit Voeding Frictie en schuif
waarneming
1 = volledig 1 = constant 1= 1 = volledig 1 = zeer slecht 1 = actueel
beperkt vochtig bedlegerig immobiel probleem
2 = zeer 2 = meestal 2 = aan stoel 2 = zeer 2 = ontoereikend 2 = potentieel
beperkt vochtig gebonden beperkt probleem
3 = licht 3 = soms 3 = loopt af 3 = matig 3 = toereikend 3 = geen zichtbaar
beperkt en toe beperkt probleem
4 = geen 4 = zelden 4 = loopt 4 = geen 4 = uitstekend
beperking beperking
2