Introduction to Industrial and
Organizational Psychology
1
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 3 Individuele verschillen en assessments............................................................................................3
Hoofdstuk 4 Job Analysis and performance.......................................................................................................17
Hoofdstuk 5: prestatiemeting en -management (performance Measurement)...............................................31
Hoofdstuk 7: Training en ontwikkeling in organisaties.....................................................................................42
Hoofdstuk 6: Personeelsbeslissingen en selectie.................................................................................................53
Hoofdstuk 11 rechtvaardigheid, eerlijkheid en diversiteit op de werkvloer....................................................64
Hoofdstuk 8: werk motivatie................................................................................................................................76
Hoofdstuk 9: attitudes, emoties en werkgedrag.................................................................................................88
Hoofdstuk 10: stress en gezondheid op werk....................................................................................................100
Hoofdstuk 12: Leiderschap in organisaties.......................................................................................................109
Hoofdstuk 13: Teams in organisaties.................................................................................................................119
Hoofdstuk 14: Organisatietheorie, - structuur, - cultuur en – verandering..................................................127
2
,Hoofdstuk 3 Individuele verschillen en
assessments
3.1 Individuele verschillen
Individuele verschillen: verschillen tussen twee of meer personen
Verschillen tussen mensen op kenmerken zoals intelligentie,
persoonlijkheid en kennis zijn belangrijk voor het begrijpen van
uiteenlopende maatschappelijke relevante uitkomsten, waaronder:
- Academische prestaties
- Intellectuele ontwikkeling
- Criminaliteit en delinquentie
- Beroepskeuze
- Inkomen en armoede
- Werkprestaties
Wilhelm Wundt:
Wilde in 1976 bewijzen dat psychologie verschilde. Hij ontwikkelde
technieken om gewaarwording en reacties te bestuderen. Hiermee werden
verschillen tussen individuen ontdekt.
Catell
In 1890 ondekte Catell het concept van een mentale test.
Omdat dit onderzoek betrekking had op verschillen, werd de studie naar
verschillen bekend als differentiele psychologie.
Mentale test: instrument dat is ontworpen om het vermogen van iemand
om te redeneren, plannen en problemen op te lossen te meten, een
intelligentietest
Differentiële psychologie: de wetenschappelijke studie van verschillen
tussen twee of meer personen
Intelligentie: het vermogen om te leren en zich aan een omgeving aan te
passen; term wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar algemene
intellectuele capaciteit, in tegenstelling tot cognitief of mentaal vermogen.
Mentaal vermogen: het vermogen om te redeneren, plannen, problemen
op te lossen; cognitief vermogen
Metriek= standaard voor meting; schaal
Psychometrie: het meten van een kenmerk zoals mentaal vermogen, en
dit op een schaal of metriek plaatsen
Differentiële psychologie, psychometrie en arbeids- en
organisatiepsychologie
3
, Experimenteel psycholoog: ontwerpt een experiment waarmee wordt
aangetoond hoe alle mensen op vergelijkbare wijze op een stimulus
reageren en zoekt buiten het individu- bij de stimulus – naar een
verklaring voor het gedrag.
Een differentieel psycholoog zoekt naar de eigenschappen of
kenmerken binden de persoon die ons kunnen helpen het gedrag
van die persoon te begrijpen (bepaalt wat er gemeten wordt)
Algemeen mentaal vermogen (general mental ability)
het algemene, niet- specifieke vermogen om op uiteenlopende manieren
en onder uiteenlopende manieren te redeneren, leren en problemen op te
lossen. (g)
In plaats van uitsluitend het algemene mentale vermogen te
onderzoeken om het gedrag van werknemers te begrijpen en te
voorspellen, een neiging die door Stenberg en Wagner, het g-
centrische model werd genoemd, hebben onderzoekers hun
onderzoeksgebied verbreed.
Arbeidspsychologen houden tegenwoordig ook rekening met individuele
verschillen in:
- fysieke vermogens
- Persoonlijkheid
- Interesses
- Kennis
- Emotie
Er wordt nu onderscheid gemaakt tussen:
- Technische taakprestatie
- Organizational citizenship: gedrag waarbij medewerkers vrijwillig
bijdragen aan het functioneren van de organisatie
- Contraproductief werkgedrag
- Aanpassingsvermogen
Persoonlijkheid: de gedragsmatige en emotionele kenmerken van een
individu, die over het algemeen stabiel zijn in de tijd en onder
verschillende omstandigheden.
Interesses: voorkeuren voor brede categorieën en activiteiten
Kennis: een verzameling specifieke en onderling samenhangende feiten
en info over een bepaald onderwerp
Emotie: een affect og gevoel dat vaak wordt ervaren en geuit als reactie
op een gebeurtenis of gedachte en gepaard gaat met fysiologische
veranderingen in verschillende systemen van het lichaam
Fundamentele aannamen van het model van individuele
verschillen:
1. Volwassenen beschikken over verschillende kenmerken
(intelligentie, persoonlijkheid, etc)
2. Mensen verschillen van elkaar op deze kenmerken
3. Relatieve verschillen blijven bestaan na training en ervaring
4