CVA:
Herseninfarct vs. Hersenbloeding vs. TIA
1. Herseninfarct: ontstaat als een bloedstolsel een slagader naar de hersenen
afsluit
2. TIA: is een tijdelijke kortdurende verstopping van een slagader, die dezelfde
klachten geeft als een herseninfarct.
3. Hersenbloeding: er ontstaat plotseling een scheurtje in een bloedvat in de
hersenen. Er stroomt dan bloed in of rond de hersenen. Dit bloed hoopt zich op
en duwt het hersenweefsel weg.
Oorzaak en risicofactoren
1. Oorzaken:
Herseninfarct: hypertensie, atherosclerose, embolie, samenstelling bloed.
Overige algemeen: te hoge cholesterolgehalte, diabetes, hartritmestoornissen,
onvoldoende lichaamsbeweging, roken
2. Risicofactoren: (BELANGRIJKSTE = arteriële hypertensie) cardiale afwijkingen,
orale anticonceptiva, migraine, hypertensie, adipositas, hyperlipidemie,
diabetes mellitus, roken
Trombolyse
1. Bij herseninfarct of TIA kan; binnen 4,5 uur trombolyse toegediend worden. Via
een ader in de arm krijg je een infuus met medicijnen
Nabehandeling met antistollingsmedicijnen: welke? Gevolgen voor behandeling,
wanneer wel / niet behandelen, INR bepaling (bij welke medicijnen, interpretatie,
etc), combinatie antistollingsmiddelen
THK-verrichtingen uitstellen tot 3 maanden na het CVA
Medicatie:
1. Acetylsalicylzuur > eventueel combi met Dipyridamol
2. Klein deel van patiënten: Cumarinederivaten
Beiden bovenstaande behandelingen leiden tot een verminderde bloedstolling en dus een
licht verhoogde kans op nabloeding bij invasieve thk ingrepen
* Meeste thk-behandelingen kunnen plaatsvinden ZONDER aanpassing van medicatie.
Alleen bij zeer invasieve ingrepen kan in overleg met behandeld arts, medicatie
verminderen/stopgezet worden.
INR-waarde alleen bij Cumarinederivaten bepalen
Voor THK-ingreep: INR < 3,5
Wanneer wel/niet behandelen
1. Bij frequent TIA’s > GEEN electieve thk-verrichtingen
2. De meeste thk-behandelingen kunnen gewoon plaatsvinden zonder medicatie te
veranderen, wel wachten tot 3 maanden NA de CVA
CVA-verschijnselen: orale verschijnselen + gevolgen voor behandeling + adviezen
voor patiënt
1. Orale verschijnselen: mondhoekverlamming, verminderde slikreflex, kwijlen
2. Door eventueel gedeeltelijke verlamming arm/schouder/hand kan elektrische
, tandenborstel een uitkomst bieden
Gevolgen voor geven van lokale anesthesie
1. Onderscheid maken tussen meer en minder dan 1 jaar geleden; bij minder dan
een jaar geleden moet je overleggen met de behandeld arts of je lokale
anesthesie mag toepassen.
2. Epinefrine (= vasoconstrictor) beperken (max 0,04 mg)
3. Overleg met arts
Diabetes mellitus: cursieve tekst allerbelangrijkste
, Verschil tussen type 1 en type 2; Lichaam maakt te weinig insuline aan
1. Type-1: auto-immuunziekte (fout in afweersysteem);het afweersysteem
vernietigt de beta-cellen in de alvleesklier die normaal insuline aanmaken
2. Type-2: combinatie van factoren: de aanmaak van insuline neemt langzaam af
en lichaam wordt minder gevoelig voor insuline.
Welke behandeling krijgt de patiënt:
1. bij type-1 moet de patiënt insuline injecteren + bloedsuiker meten.
2. Medicatie: wanneer leefstijladviezen onvoldoende effect hebben:
bloedglucose-verlagende medicijnen:
1) Stimuleren insuline productie (bv. sulfonylureumderivaten)
2) Bevorderen insuline effect (bv. metformine, thiazolidinedionen)
3. Indien medicatie onvoldoende werk: insuline toedienen bij type-2
HbA1c
1. Moet bij type-1 patiënten bepaald worden.
2. Het is afhankelijk van bloedglucosespiegel gedurende 6- 8 weken
Onderscheid maken tussen goed gereguleerd en niet goed gereguleerd; bij cariës
en parodontitis (interactie met DM)
1. Niet goed gereguleerd
1) Speeksel en gingivale creviculaire vloeistof bevatten een licht
verhoogde concentratie glucose.
2) Buffercapaciteit en antimicrobiële eigenschappen speeksel zijn
afgenomen en de viscositeit en calciumconcentratie zijn toegenomen
3) Bovenstaande veranderingen kunnen een rol spelen bij toegenomen
cariësfrequentie.
4) Droge mond kan cariësrisico ook negatief beïnvloeden
5) Verhoogd infectierisico en vertraagde wondgenezing
6)
2. Goed gereguleerd
1) Cariësfrequentie herstelt zich (gevolg van dieet)
1. Xerostomie bij onvoldoende gereguleerd + door medicatie ;;(bij ernstige
xerostomie kan slikklachten optreden)
2. Smaakverandering, gevoelige/pijnlijke mond
3. Hyperglykemie leidt tot toegenomen urinevolume, waardoor uitdroging van
orale weefsels kan ontstaan
NNeuropathie
Parodontitis
Orale candida-infecties
Gevolgen voor behandeling:
1) Uitgebreide medische anamnese afnemen
2) Bij voorkeur: ochtenduren behandelen
3) Vaststellen of voorgeschreven medicatie is ingenomen
4) Beschikken over een glucose bevattende vloeistof
5) Verandering in samensteling van het speeksel kunnen tot tandsteen en
plaquevorming leiden
Sommige thk-toegepaste geneesmiddelen kunnen de bloedglucosespiegel beïnvloeden:
Herseninfarct vs. Hersenbloeding vs. TIA
1. Herseninfarct: ontstaat als een bloedstolsel een slagader naar de hersenen
afsluit
2. TIA: is een tijdelijke kortdurende verstopping van een slagader, die dezelfde
klachten geeft als een herseninfarct.
3. Hersenbloeding: er ontstaat plotseling een scheurtje in een bloedvat in de
hersenen. Er stroomt dan bloed in of rond de hersenen. Dit bloed hoopt zich op
en duwt het hersenweefsel weg.
Oorzaak en risicofactoren
1. Oorzaken:
Herseninfarct: hypertensie, atherosclerose, embolie, samenstelling bloed.
Overige algemeen: te hoge cholesterolgehalte, diabetes, hartritmestoornissen,
onvoldoende lichaamsbeweging, roken
2. Risicofactoren: (BELANGRIJKSTE = arteriële hypertensie) cardiale afwijkingen,
orale anticonceptiva, migraine, hypertensie, adipositas, hyperlipidemie,
diabetes mellitus, roken
Trombolyse
1. Bij herseninfarct of TIA kan; binnen 4,5 uur trombolyse toegediend worden. Via
een ader in de arm krijg je een infuus met medicijnen
Nabehandeling met antistollingsmedicijnen: welke? Gevolgen voor behandeling,
wanneer wel / niet behandelen, INR bepaling (bij welke medicijnen, interpretatie,
etc), combinatie antistollingsmiddelen
THK-verrichtingen uitstellen tot 3 maanden na het CVA
Medicatie:
1. Acetylsalicylzuur > eventueel combi met Dipyridamol
2. Klein deel van patiënten: Cumarinederivaten
Beiden bovenstaande behandelingen leiden tot een verminderde bloedstolling en dus een
licht verhoogde kans op nabloeding bij invasieve thk ingrepen
* Meeste thk-behandelingen kunnen plaatsvinden ZONDER aanpassing van medicatie.
Alleen bij zeer invasieve ingrepen kan in overleg met behandeld arts, medicatie
verminderen/stopgezet worden.
INR-waarde alleen bij Cumarinederivaten bepalen
Voor THK-ingreep: INR < 3,5
Wanneer wel/niet behandelen
1. Bij frequent TIA’s > GEEN electieve thk-verrichtingen
2. De meeste thk-behandelingen kunnen gewoon plaatsvinden zonder medicatie te
veranderen, wel wachten tot 3 maanden NA de CVA
CVA-verschijnselen: orale verschijnselen + gevolgen voor behandeling + adviezen
voor patiënt
1. Orale verschijnselen: mondhoekverlamming, verminderde slikreflex, kwijlen
2. Door eventueel gedeeltelijke verlamming arm/schouder/hand kan elektrische
, tandenborstel een uitkomst bieden
Gevolgen voor geven van lokale anesthesie
1. Onderscheid maken tussen meer en minder dan 1 jaar geleden; bij minder dan
een jaar geleden moet je overleggen met de behandeld arts of je lokale
anesthesie mag toepassen.
2. Epinefrine (= vasoconstrictor) beperken (max 0,04 mg)
3. Overleg met arts
Diabetes mellitus: cursieve tekst allerbelangrijkste
, Verschil tussen type 1 en type 2; Lichaam maakt te weinig insuline aan
1. Type-1: auto-immuunziekte (fout in afweersysteem);het afweersysteem
vernietigt de beta-cellen in de alvleesklier die normaal insuline aanmaken
2. Type-2: combinatie van factoren: de aanmaak van insuline neemt langzaam af
en lichaam wordt minder gevoelig voor insuline.
Welke behandeling krijgt de patiënt:
1. bij type-1 moet de patiënt insuline injecteren + bloedsuiker meten.
2. Medicatie: wanneer leefstijladviezen onvoldoende effect hebben:
bloedglucose-verlagende medicijnen:
1) Stimuleren insuline productie (bv. sulfonylureumderivaten)
2) Bevorderen insuline effect (bv. metformine, thiazolidinedionen)
3. Indien medicatie onvoldoende werk: insuline toedienen bij type-2
HbA1c
1. Moet bij type-1 patiënten bepaald worden.
2. Het is afhankelijk van bloedglucosespiegel gedurende 6- 8 weken
Onderscheid maken tussen goed gereguleerd en niet goed gereguleerd; bij cariës
en parodontitis (interactie met DM)
1. Niet goed gereguleerd
1) Speeksel en gingivale creviculaire vloeistof bevatten een licht
verhoogde concentratie glucose.
2) Buffercapaciteit en antimicrobiële eigenschappen speeksel zijn
afgenomen en de viscositeit en calciumconcentratie zijn toegenomen
3) Bovenstaande veranderingen kunnen een rol spelen bij toegenomen
cariësfrequentie.
4) Droge mond kan cariësrisico ook negatief beïnvloeden
5) Verhoogd infectierisico en vertraagde wondgenezing
6)
2. Goed gereguleerd
1) Cariësfrequentie herstelt zich (gevolg van dieet)
1. Xerostomie bij onvoldoende gereguleerd + door medicatie ;;(bij ernstige
xerostomie kan slikklachten optreden)
2. Smaakverandering, gevoelige/pijnlijke mond
3. Hyperglykemie leidt tot toegenomen urinevolume, waardoor uitdroging van
orale weefsels kan ontstaan
NNeuropathie
Parodontitis
Orale candida-infecties
Gevolgen voor behandeling:
1) Uitgebreide medische anamnese afnemen
2) Bij voorkeur: ochtenduren behandelen
3) Vaststellen of voorgeschreven medicatie is ingenomen
4) Beschikken over een glucose bevattende vloeistof
5) Verandering in samensteling van het speeksel kunnen tot tandsteen en
plaquevorming leiden
Sommige thk-toegepaste geneesmiddelen kunnen de bloedglucosespiegel beïnvloeden: