sociale-angststoornis · Voncken en Allart (2017)
WAAR HET OM GAAT
De patiënt verwacht dat een kleine sociale misser (blozen, stilvallen, iets geks zeggen) op afwijzing uitloopt. Die
verwachting blijft overeind door zelfgerichte aandacht, een vertekend zelfbeeld en veiligheidsgedrag. Het protocol laat
hem eerst ervaren en op video zien dat zijn gevoel geen maat is voor hoe hij overkomt. Daarna maakt hij de gevreesde
missers expres, zonder veiligheidsgedrag en met de blik naar buiten.
SESSIE-OVERZICHT
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
Begrijpen en ervaren Presentaties + videofeedback Gedragsexperimenten, buiten de kamer Verleden, afronden
1 model, uitleg, dagboek minstens 2 per sessie, 3 minuten gevreesde misser expres maken, volgens script 13 rescripting
2 twee rollenspelen, video eerst doel en 3 × 30 s aandacht geen veiligheidsgedrag, aandacht naar buiten 14 evaluatie en
3 videofeedback leren elke opname: vaste procedure therapeut gaat mee: kijkt, doet mee, coacht terugvalplan
optioneel vanaf sessie 3: zelfcoaching (coach A en B)
optioneel vanaf sessie 4: extra aandachtsoefeningen
Thuis, elke dag: dagboek (na 1) · situatie van de oefenlijst zonder veiligheidsgedrag (na 2 t/m 7) · gedragsexperiment (na 8 t/m 12)
SPAI-18 en SAFE mee naar huis na sessie 1, 8 en 13 · veertien sessies van negentig minuten, wekelijks, individueel
VOOR WIE, EN WAAR JE OP LET RATIONALE IN DRIE ZINNEN
Sociale-angststoornis, individueel. SPAI-18 boven 48: 1. Wie op zichzelf let en zich indekt, wordt banger en
sterke aanwijzing. Contra-indicaties: niet genoemd. schrijft het uitblijven van de ramp toe aan dat indekken.
Comorbiditeit (as I, cluster C): geen reden om af te 2. Hoe je je voelt zegt weinig over hoe je eruitziet: video
wijken. Kader vooraf afspreken, klachtgericht blijven. en andermans reacties zijn betere bronnen.
Alcohol, cannabis: kan als gebruik bijhouden en een 3. De verwachting verandert het meest als de misser echt
maximum afspreken lukt; anders eerst het gebeurt, de patiënt dat ziet, en de afwijzing uitblijft of
middelengebruik. draaglijk blijkt.
PTSS: overweeg imaginaire exposure of EMDR.
Autisme: ook sociale vaardigheden trainen.
GEDRAGSEXPERIMENT, STAP VOOR STAP VIDEOFEEDBACK: VASTE STAPPEN
1. Welke misser vreest hij, welk rampscenario (als-dan)? 1. In detail voorspellen wat er te zien zal zijn; de drie
2. Bedenk samen hoe hij die misser expres laat gebeuren. negatiefste punten uitvragen.
3. Script: hoe doe je dit alsof het doodgewoon is? Doe 2. Ogen dicht: de innerlijke film afdraaien, beschrijven.
voor. 3. Kijkopdracht: hoe zie je eruit (niet: hoe voelde je je); kijk
4. Formulier; afspreken waar hij op let en wat jouw rol is. als naar een onbekende.
5. Samen naar buiten: uitvoeren, rondkijken, reacties 4. Samen kijken; verschil tussen voorspelling en beeld
verzamelen. bespreken.
6. Ter plekke nabespreken: gedaan als gepland, ramp
uitgekomen, welk bewijs, korte conclusie. Niet: hoe
METEN EN BESLISSEN
bang was je. Dan een vervolg; thuis elke dag één.
SPAI-18 en SAFE: start, halverwege, eind.
Sessie 14: scores vergelijken. Meer nodig: enkele extra
sessies met wat het meest opleverde. Geen
stopcriterium in cijfers.
Stagnatie: voer je het protocol wel goed uit?
VALKUILEN
Praten in plaats van doen, vaak uit Een hiërarchie bouwen, of wachten tot Vooraf een rationele gedachte;
eigen gêne de angst zakt achteraf de angst bespreken
Video laten kijken zonder de vaste Overladen met complimenten; Bij comorbiditeit het protocol
voorbereiding aanstaren; stiltes laten vallen verdunnen of loslaten
Samenvatting Protocollaire behandelingen 1 · hoofdstuk 3 · 1/13
, Protocollaire behandeling van patiënten met een
sociale-angststoornis
Cognitieve gedragstherapie · samenvatting bij hoofdstuk 3 (Marisol Voncken en Esther Allart), met het deel over
moeizaam verloop (Esther Allart en Marisol Voncken), uit Protocollaire behandelingen voor volwassenen met
psychische klachten 1 (Keijsers e.a., red., 2017) · in eigen woorden, met eigen voorbeelden
De kern in één minuut
Bij een sociale-angststoornis verwacht de patiënt dat een sociale onhandigheid tot afwijzing leidt.
Drie dingen houden dat in stand: de verwachting zelf, zelfgerichte aandacht (met een vertekend
beeld van zichzelf) en veiligheidsgedrag.
Het protocol: veertien individuele sessies van negentig minuten, wekelijks. Eerst het eigen model en
een dubbel rollenspel, dan videofeedback (vanaf sessie 3) bij presentaties (sessie 4 tot en met 7),
dan gedragsexperimenten in het openbare leven (8 tot en met 12), dan imaginatie met
rescripting (13) en terugvalpreventie (14).
Twee inzichten dragen alles: indekken en op jezelf letten maken de angst eerder groter dan kleiner,
en je gevoel is een slechte graadmeter voor hoe je overkomt.
De gedragsexperimenten zijn de kern. De patiënt laat de gevreesde onhandigheid expres gebeuren,
zonder veiligheidsgedrag en met de aandacht naar buiten. Er is geen hiërarchie, geen rationele
gedachte vooraf en geen angstscore achteraf: het gaat om een zo groot mogelijk verschil tussen
verwachting en uitkomst.
De grootste effecten zijn gevonden bij veertien individuele sessies van negentig minuten (in dat
onderzoek met drie boostersessies). Die negentig minuten lijken nodig om ook de deur uit te
kunnen.
Het grootste risico zit bij jou: praten in plaats van doen, vaak uit eigen gêne. Ook bij comorbiditeit is
het advies vast te houden aan de klachtgerichte behandeling.
1. De stoornis en voor wie het protocol is
De patiënt is intens bang voor sociale situaties, omdat hij vreest iets te doen of te laten zien (blozen, trillen,
zweten) waarover anderen negatief zullen oordelen: dom, raar, saai, zwak. Meestal gaat het om een brede
waaier aan situaties, van over straat lopen en afrekenen tot appen, kennis delen op het werk en een praatje
over niets. Ook bij bekenden kan het spelen, bijvoorbeeld bij nee zeggen of een eigen mening geven. De
DSM-5 kent de specificatie alleen plankenkoorts: de angst zit dan vooral in optreden voor publiek. Volgens
onderzoek dat de auteurs aanhalen heeft plankenkoorts een meer fobisch karakter, terwijl de brede vorm
meer bij iemands persoonlijkheid lijkt te horen.
De stoornis komt veel voor: 9% van de Nederlandse volwassenen voldoet er ooit aan (vrouwen 11%,
mannen 8%; in de praktijk zoeken beide even vaak hulp). De stoornis begint vroeg: bij de helft was ze er al
op 11-jarige leeftijd, bij 80% vóór het twintigste jaar. Met hulp zoeken wachten patiënten gemiddeld ruim
dertien tot vijftien jaar. Ongeveer twee derde heeft een comorbide stoornis (andere angststoornis, depressie,
middelen), ongeveer de helft een persoonlijkheidsstoornis, meestal de vermijdende of de afhankelijke.
Indicatie: patiënten met een sociale-angststoornis; het is een individuele behandeling. Contra-indicaties
noemt het hoofdstuk niet. De voorbehouden rond comorbiditeit, middelen, PTSS en autisme staan in het
deel over moeizaam verloop (sectie 7).
Samenvatting Protocollaire behandelingen 1 · hoofdstuk 3 · 2/13