,
,Deel 1 - Capaciteitsmanagement algemeen
Hoofdstuk 1 - Capaciteitsmanagement in relatie tot de besturing en organisatie van zorg
Capaciteitsmanagement is het systematisch afstemmen van zorgvraag, beschikbare capaciteit en
zorgproductie. Het doel is schaarse middelen doelmatig in te zetten zonder toegankelijkheid, kwaliteit of
veiligheid te ondermijnen.
Capaciteit omvat onder meer:
Personeel
Bedden en behandelruimten
Apparatuur
OK-capaciteit
Tijd en financiële middelen
De besturing vindt plaats op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Strategische keuzes bepalen de
toekomstige capaciteit; tactische planning vertaalt deze naar middellange termijn; operationele planning stuurt
de dagelijkse inzet.
Een structurele mismatch kan worden weergegeven als:
Capaciteitsbalans = beschikbare capaciteit - benodigde capaciteit
Een negatieve balans betekent een capaciteitstekort; een positieve balans kan wijzen op onderbenutting.
Hoofdstuk 2 - Het raamwerk en het proces van capaciteitsmanagement
Integraal capaciteitsmanagement verbindt de verwachte zorgvraag met capaciteit en planning. Het proces is
cyclisch: voorspellen, plannen, uitvoeren, meten en bijsturen.
Een eenvoudige capaciteitsberekening is:
Benodigde capaciteit = verwachte vraag x benodigde capaciteit per eenheid vraag
Bij personeelsplanning kan bijvoorbeeld worden gerekend met:
Benodigde formatie = benodigde uren / productieve uren per medewerker
Daarbij moet rekening worden gehouden met verlof, ziekte, scholing, niet-productieve uren en variatie in
zorgvraag.
, Belangrijke uitgangspunten:
Vraag en aanbod gezamenlijk analyseren
Capaciteit over meerdere niveaus verbinden
Variabiliteit expliciet meenemen
Planning continu actualiseren
Hoofdstuk 3 - Van raamwerk naar praktijk: de veelzijdigheid van integraal capaciteitsmanagement
Integraal capaciteitsmanagement voorkomt dat afzonderlijke capaciteiten onafhankelijk worden gepland. Een
tekort aan verpleegkundigen kan bijvoorbeeld de benutting van beschikbare bedden beperken; extra bedden
creëren lost het onderliggende capaciteitsprobleem dan niet op.
De kern is het analyseren van ketens en onderlinge afhankelijkheden.
Voorbeelden zijn:
Bedden - verpleegkundigen - artsen
OK - anesthesie - verpleegafdeling
Spoedzorg - diagnostiek - klinische opname
Polikliniek - diagnostiek - behandeling
De effectieve capaciteit van een zorgketen wordt mede bepaald door de beperkende schakel:
Effectieve capaciteit ongeveer gelijk aan capaciteit van de bottleneck
Daarom moet capaciteitsplanning niet uitsluitend per afdeling worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 4 - Effectief capaciteitsmanagement door integratie en differentiatie
Integratie betekent dat verschillende capaciteitsstromen gezamenlijk worden beschouwd. Differentiatie
betekent dat capaciteit wordt afgestemd op verschillen in zorgvraag, patiënttype, complexiteit en
tijdspatroon.
Een uniforme capaciteitsnorm kan inefficiënt zijn wanneer patiënten sterk verschillen in zorgintensiteit.
Capaciteitsplanning moet daarom rekening houden met zowel gemiddelde vraag als variatie.
Bij variabele vraag is uitsluitend plannen op gemiddelde productie risicovol:
Gemiddelde vraag = totale vraag / aantal perioden
De benodigde capaciteit moet voldoende zijn om relevante pieken op te vangen, zonder structurele
overcapaciteit te creëren.
,Deel 1 - Capaciteitsmanagement algemeen
Hoofdstuk 1 - Capaciteitsmanagement in relatie tot de besturing en organisatie van zorg
Capaciteitsmanagement is het systematisch afstemmen van zorgvraag, beschikbare capaciteit en
zorgproductie. Het doel is schaarse middelen doelmatig in te zetten zonder toegankelijkheid, kwaliteit of
veiligheid te ondermijnen.
Capaciteit omvat onder meer:
Personeel
Bedden en behandelruimten
Apparatuur
OK-capaciteit
Tijd en financiële middelen
De besturing vindt plaats op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Strategische keuzes bepalen de
toekomstige capaciteit; tactische planning vertaalt deze naar middellange termijn; operationele planning stuurt
de dagelijkse inzet.
Een structurele mismatch kan worden weergegeven als:
Capaciteitsbalans = beschikbare capaciteit - benodigde capaciteit
Een negatieve balans betekent een capaciteitstekort; een positieve balans kan wijzen op onderbenutting.
Hoofdstuk 2 - Het raamwerk en het proces van capaciteitsmanagement
Integraal capaciteitsmanagement verbindt de verwachte zorgvraag met capaciteit en planning. Het proces is
cyclisch: voorspellen, plannen, uitvoeren, meten en bijsturen.
Een eenvoudige capaciteitsberekening is:
Benodigde capaciteit = verwachte vraag x benodigde capaciteit per eenheid vraag
Bij personeelsplanning kan bijvoorbeeld worden gerekend met:
Benodigde formatie = benodigde uren / productieve uren per medewerker
Daarbij moet rekening worden gehouden met verlof, ziekte, scholing, niet-productieve uren en variatie in
zorgvraag.
, Belangrijke uitgangspunten:
Vraag en aanbod gezamenlijk analyseren
Capaciteit over meerdere niveaus verbinden
Variabiliteit expliciet meenemen
Planning continu actualiseren
Hoofdstuk 3 - Van raamwerk naar praktijk: de veelzijdigheid van integraal capaciteitsmanagement
Integraal capaciteitsmanagement voorkomt dat afzonderlijke capaciteiten onafhankelijk worden gepland. Een
tekort aan verpleegkundigen kan bijvoorbeeld de benutting van beschikbare bedden beperken; extra bedden
creëren lost het onderliggende capaciteitsprobleem dan niet op.
De kern is het analyseren van ketens en onderlinge afhankelijkheden.
Voorbeelden zijn:
Bedden - verpleegkundigen - artsen
OK - anesthesie - verpleegafdeling
Spoedzorg - diagnostiek - klinische opname
Polikliniek - diagnostiek - behandeling
De effectieve capaciteit van een zorgketen wordt mede bepaald door de beperkende schakel:
Effectieve capaciteit ongeveer gelijk aan capaciteit van de bottleneck
Daarom moet capaciteitsplanning niet uitsluitend per afdeling worden uitgevoerd.
Hoofdstuk 4 - Effectief capaciteitsmanagement door integratie en differentiatie
Integratie betekent dat verschillende capaciteitsstromen gezamenlijk worden beschouwd. Differentiatie
betekent dat capaciteit wordt afgestemd op verschillen in zorgvraag, patiënttype, complexiteit en
tijdspatroon.
Een uniforme capaciteitsnorm kan inefficiënt zijn wanneer patiënten sterk verschillen in zorgintensiteit.
Capaciteitsplanning moet daarom rekening houden met zowel gemiddelde vraag als variatie.
Bij variabele vraag is uitsluitend plannen op gemiddelde productie risicovol:
Gemiddelde vraag = totale vraag / aantal perioden
De benodigde capaciteit moet voldoende zijn om relevante pieken op te vangen, zonder structurele
overcapaciteit te creëren.