Hoorcollege BR II
Hoorcollege 1 - 26/01............................................................................................................. 2
HC 2 28/01............................................................................................................................... 6
HC 3 - 2/2/2026 wilsgebreken bij totstandkoming.............................................................10
HC 4 04/02/3026 - wilsvertrouwensleer (3:33 jo 3:35)....................................................... 14
HC 5 - 9/2/2026 - tussenpersonen en schade.................................................................... 17
HC 6 - 12/02/2026 - tussenpersoonprobelmatiek + nakoming......................................... 20
HC 7 23/02/2026 - niet-nakoming schadevergoeding = wanprestatie............................. 26
HC 8 - 25/02 - tekortkoming, ontbinding, verzuim.............................................................31
HC 9 - 02/03 - opzegging duurovereenkomsten (6:248) + redelijkheid & billijkheid en
aanvullende en beperkende werking (goede trouw) + algemene voorwaarden.............34
Week 6 - klachtplciht + non-conformiteit + (consument)koop + verbintenissen uit de
wet......................................................................................................................................... 37
Week 7 - OD.......................................................................................................................... 39
Week 8 - risicoaansprakelijkheid + HC 30/03 2e helft...................................................... 41
Aansprakelijkheid voor ondergeschikten (6:170)....................................................... 41
Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten (6:171)................................................ 41
Motorrijtuig (185 WVW) op de weg............................................................................ 41
Aansprakelijkheid roerende zaken (6:173 lid 1 BW).................................................. 41
Aansprakelijkheid voor opstalen (6:174).................................................................... 42
Aansprakelijkheid voor dieren (6:179)........................................................................42
Mdebezit (6:180 jo 6:174)...........................................................................................42
Kanalisatie.................................................................................................................. 43
Groepsaansprakelijkheid 6:166..................................................................................43
Productaansprakelijkheid 6:185................................................................................. 43
Verzekering / subrogatie.............................................................................................45
Foutsaansprakelijkheid (6:162) → gevaarzetting, kelderluikarrest.............................45
Werkgeveresaansrpakelijkheid (7:658 lid 1 en lid 2 jo 7:658 lid 4) HR Power/Ardross..
45
Week 9 - schade en causaal verband................................................................................. 46
Stappenplan schade:..................................................................................................46
Zaakwaarneming........................................................................................................ 47
Week 10 - contract en derde................................................................................................50
Hoofdelijkeheid:.......................................................................................................... 50
Schikking.................................................................................................................... 50
Paardensprong........................................................................................................... 52
Zorgplicht: wanneer is een wanprestatie tegen de een, een OD tegen een ander?.. 53
1
,Hoorcollege 1 - 26/01
De tentamenopdrachten hebben een correct antwoord, de werkgroepopdrachten niet. Het
bevat herhaling van burgerlijk recht I.
Bronnen van verbintenis
1. Schadvergoeding bij wanprestaite, 3:296 jo 2:74 BW → De rechter veroordeelt
iemand belofte na te komen.
Breek je belofte? Dan kan de rechter veroordelen tot schadevergoeding, en die
vergoeding moet de wederpartij in de tiestand brengen waarin die financieel zou
hebben verkeerd als je netjes had gedaan wat je had beloofd → positief
(contracts)belang.
2. Schadevergoeding bij wanprestatie. Je mag je niet onbetamelijk gedragen → 2:162
(OD). Gedraag je toch onbetamelijk, dna kan de rechter je veroordelen tot
schadevergoeding. Die schadevergoeding moet de benadeelde in de toestand
brengen waarin die fginancieel zou hebben verkeerd als jij je niet onbetamelijk had
gedragen. Dit is dus anders dan belofte als hierboven! → negatief (contracts)belang
Positief <> negatief belang
- Positief belang (wanprestatie) → brengt de creditieur in de toestand waarin hij
zou hebben verkeerd als de debiteur zou hebben gehdaan wat hij heeft
belooft
- Negatief belang (OD) → de benadeelde brengen in de positie waarin hij zou
hebben verkeerd als jij geen onrechtmatige daad zou hebben gepleegd
3. Ongerechtvaardigde verrijking 3:212 → Als jij verrrijkt wordt ten koste van een ander
zonder dat je iets fout hebt gedaan, dan is in uitzonderlijke gevallen mogelijk dat de
rechter je veroordeelt tot vergoeding van de schade van die ander (tot maximaal het
bedrag van jouw verrijking) → 3:212 BW, ongerechtvaardigde verrijking
4. Onverschuldigde betaling 2:203 e.v.
- Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit (6:1). Het
klinkt streng, maar
1. We kennen contractsvrijheid uit de wet, waarbij in beginsel alles vormvrij is en
alles mag. Ofwel, de wet kent in beginsel een monopolie maar geeft deze zelf
ook weg.
2. “Voortvloeien” is een ruim begrip, HR Quint / Te Poel.
Verbintenissen vloeien voort uit de wet, kent 2 categorieën:
1. Wilsovereenstemming of wilsveroturwensleer (gerechtvaardigd vertrouwen op
wilsoverteenstemming, 3:33 jo. 3:35).
- Eenzijdig (3:33/35)
- Meerzijdig (6:213 jo. 3:33/35)
2. De wet zegt dat de verbintenissen ontstaan, ongeacht de wil.
- OD
- Wanprestaite (6:64)
- Zaakwaarneming (6:298)
- Onverschuldigde betaling (6:203)
- Ongerechtvaardigde verrijking (6:212)
2
, - Nummer 1 en 2 kunenn botsen, dit is de problematiek van samenloop (verschillende
bronnen van verbintenis)
Hoe herken je een overeenkomst?
- 6:217 —> otstandkoming door aanbod en aanvaarding daarvan →
wilsvertrouwensleer van beide bepalen via Haviltex
- 6:227 → verbintenissen moeten bepaalbaar zijn
- Context en uitleg (HR Haviltex) bepalen of iets ‘aanbod’ en ‘aanvaarding’ kan
worden genoemd → HR Bunde / Erckens, discussie over begrip
“belastingschadevergoeding”. Is er dan wel een overeenkomst tot stand gekomen?
Het hangt dan af van wat partijen over en weer aan elkaar hebben verkleerd en wat
zij hier redelijkerwijs uit mochten halen in de gegeven omstandigheden. Hierbij
kunnen de volgende factoren een rol spelen;
1. Lag de betekenis die een partij gaf aan de gedragingen van de wederpartij
voor de hand?
2. Heeft het een technische betekenis?
3. Was een van de partijen deskundige hierover?
4. Valt de gegeven betekenis niet goed te rijmen met het resultaat?
Kwalificatie via HR Inscharing
Je hebt een contract, maar wat voor contract is dit?
1. Wat zijn de verbintenissen die partijen zijn aangegaan?
2. Begin in boek 7 of boek 7A → ‘benoemd’ contract, zo nee, dan boek 3 en 6.
- Kwalificatie
HR “Huurders” / Portaal, je moeder is een huurder. Je woont bij je moeder, maar je
bent volwassen maar je bent geen (mede)huurder. Stel de moeder gaat dood, dan
moet het volwassen kind eruit. Portaal zegt dat de kinderen toch 6 maanden de tijd
krijigen en daar mogen wonen, mits ze een gebruiksvergoeding betalen (die
dezelfde huuur is) via een vaststellingsvoereenkomst. Na 6 maanden is het niet
gelukt, en zei Portaal dat ze nogmaals 6 maanden de tijd krijgen. Aan het einde van
dat termijn vragen de kinderen zich af of de vaststellingsovereenkomst niet gewoon
een huurovereenkomst is.
- Portaal zegt dat het contract vaststellingsovereenkomst heeft, en daarmee
dus duidelijk een vaststellingsovereenkomst is. De Rechter zegt dat de titel
niet van belang is. De rechter kwalificeert met zijn stappenplan:
1. Uitleg → wat zijn de verbintenissen die partijen over en weer zijn
neergekomen?
2. Omschrijvingen boek 7 bekijken (‘benoemde contracten’) → “huur”:
is verschaffen van een goed tegen betaling, dit zou er dus onder
kunnen vallen.
3. Uitzonderingsgevallen, ikn uitzonderingsgevallen is de overeenkomst
gezien inhoud en strekking toch niet te beschouwen als de betreffende
benoemde overeenkoomst (r.o. 3.1.2) → Het is duidelijk dat de
kinderen geen recht hadden op de huurbescherming, en Portaal had
ook dudielijk dit niet als bedoeling. Het wordt niet als huur beschouwd.
- Samenloop van meerdere benoemde ocntractsvormen van boek 7 → 6:215 →
meerdere contracten van boek 7 die eronder vallen, een samengesteld contract?
6:215 bepaalt dat je alle regels bij elkaar mag leggen, en ze zijn allemaal tegelijk van
3
, toepassing tenzij ze overenigbaar zijn. Dan moet je kiezen (welke je meot kiezen, is
onduidelijk).
- Samenloop contract en een delict / buitencontractuele risiscoaansprakelijkheid → HR
Dierentarts. Arts raakt gewond door paard. De behandeling van een derientarts is
een opdrachtsovereenkomst (boek 7, benoemd contract). Zit in deze
opdrachtovereenkomst niet ingebakken dat de dierentarts het risico aanvaard? In dit
contract stond niks over een risico (er was geen exoneratie-clausule). Deze mogen
elkaar echter niet uitsluiten, een contract en een buitencontractuele
risiscoaansprakelijkheid kunnen naast elkaar bestaan. Hiervoor meot gekeken
worden naar uitleg van de overeenkomst. De dierenarts kan dus misschien zijn
schade gewoon verhalen → TENZIJ EXCLUSIVITEIT, HR Althuisius’ ladder,
bruikleen van een ladder die verrot is. Lodogieter heeft ernstig letsel, en spreekt
eigenaar van de ladder aan op grond van OD, aansprakelijkheid gebrekkig roerende
zaken (2:162 jo. 2:163). Vereist voor de OD is een objectieve schuld, genoeg is dat
je het behoorde te weten.
De rechter verwees naar 7A:1790, aansprakelijkheid bruikleen, waarbij vereist is een
subjectieve schuld, je wist het. Dit is een strenger vereiste.
Volgens de rechter mag je niet primair bruikleenovereenkomst pleiten, en subsidair
OD)
- Exoneratie (afwijken risisco-aansprakelijkheid) is teogestaan, is toegestaan, tenzij ….
HR Dierenarts - samenloop contract delict
- Dierenarts wil aansprakelijkheid vestigen op basis van rissicoaansprakelijkheid
- Eigenaar paard zegt dat aard van het contract dat het ririso van dierenarts zelf is
- Welke wint, hangt af van de uitleg van het contract, maar het lijkt in voordeel van
dierenarts te blijken.
- NB, ombang van de schadevergoedingsplicht (3.8.3) —> niet ondenkbaar dat gedrag
van het paard als eigen schhuld van de dierenarts geldt (6:101).
HR Paardrijles - samenloop contract delict
- Wat als je schade hebt door het paard waarop je reed? Is de eigenaar dan
aansprakelijk?
- Heb je het risico implicet aanvaard door de overeenkomst van de paardrijlessen?
Nee (3.4), enkele feitr van berijden op grond van overeenkomst is niet voldoende om
te concluderen dat 6:179 geheel opzij is geschoven.
- Bij rijles blijft schde deels voor rekening cursisit (6:101 jo. R.o 3.5).
Consensualisme is de basis van contractsvrijheid, het is vormvrij. Er is echter soms
contractsdwang, wettelijk bepaald dat een partij een aabod meot doen aan een ander.
Bijvoorbeeld HR Azivo/GGD.
- HR Azivo / GGD
Azivo is wettelijk verplicht om tegenover verzekenden ambulances te leveren. Deze
huren zij via aanbieders zoals de GGD. HR zegt dat het in dit geval maatschappelijk
onbtemakelijk is (6:162) van Azivo om de redelijke prijs van GGD te betalen.
Iemand op een ‘verkeerde been zetten’ in de precontractuele verhoudingene is antuurlijk ook
onteorekenbaar omrechtmatig handelen.
4
Hoorcollege 1 - 26/01............................................................................................................. 2
HC 2 28/01............................................................................................................................... 6
HC 3 - 2/2/2026 wilsgebreken bij totstandkoming.............................................................10
HC 4 04/02/3026 - wilsvertrouwensleer (3:33 jo 3:35)....................................................... 14
HC 5 - 9/2/2026 - tussenpersonen en schade.................................................................... 17
HC 6 - 12/02/2026 - tussenpersoonprobelmatiek + nakoming......................................... 20
HC 7 23/02/2026 - niet-nakoming schadevergoeding = wanprestatie............................. 26
HC 8 - 25/02 - tekortkoming, ontbinding, verzuim.............................................................31
HC 9 - 02/03 - opzegging duurovereenkomsten (6:248) + redelijkheid & billijkheid en
aanvullende en beperkende werking (goede trouw) + algemene voorwaarden.............34
Week 6 - klachtplciht + non-conformiteit + (consument)koop + verbintenissen uit de
wet......................................................................................................................................... 37
Week 7 - OD.......................................................................................................................... 39
Week 8 - risicoaansprakelijkheid + HC 30/03 2e helft...................................................... 41
Aansprakelijkheid voor ondergeschikten (6:170)....................................................... 41
Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten (6:171)................................................ 41
Motorrijtuig (185 WVW) op de weg............................................................................ 41
Aansprakelijkheid roerende zaken (6:173 lid 1 BW).................................................. 41
Aansprakelijkheid voor opstalen (6:174).................................................................... 42
Aansprakelijkheid voor dieren (6:179)........................................................................42
Mdebezit (6:180 jo 6:174)...........................................................................................42
Kanalisatie.................................................................................................................. 43
Groepsaansprakelijkheid 6:166..................................................................................43
Productaansprakelijkheid 6:185................................................................................. 43
Verzekering / subrogatie.............................................................................................45
Foutsaansprakelijkheid (6:162) → gevaarzetting, kelderluikarrest.............................45
Werkgeveresaansrpakelijkheid (7:658 lid 1 en lid 2 jo 7:658 lid 4) HR Power/Ardross..
45
Week 9 - schade en causaal verband................................................................................. 46
Stappenplan schade:..................................................................................................46
Zaakwaarneming........................................................................................................ 47
Week 10 - contract en derde................................................................................................50
Hoofdelijkeheid:.......................................................................................................... 50
Schikking.................................................................................................................... 50
Paardensprong........................................................................................................... 52
Zorgplicht: wanneer is een wanprestatie tegen de een, een OD tegen een ander?.. 53
1
,Hoorcollege 1 - 26/01
De tentamenopdrachten hebben een correct antwoord, de werkgroepopdrachten niet. Het
bevat herhaling van burgerlijk recht I.
Bronnen van verbintenis
1. Schadvergoeding bij wanprestaite, 3:296 jo 2:74 BW → De rechter veroordeelt
iemand belofte na te komen.
Breek je belofte? Dan kan de rechter veroordelen tot schadevergoeding, en die
vergoeding moet de wederpartij in de tiestand brengen waarin die financieel zou
hebben verkeerd als je netjes had gedaan wat je had beloofd → positief
(contracts)belang.
2. Schadevergoeding bij wanprestatie. Je mag je niet onbetamelijk gedragen → 2:162
(OD). Gedraag je toch onbetamelijk, dna kan de rechter je veroordelen tot
schadevergoeding. Die schadevergoeding moet de benadeelde in de toestand
brengen waarin die fginancieel zou hebben verkeerd als jij je niet onbetamelijk had
gedragen. Dit is dus anders dan belofte als hierboven! → negatief (contracts)belang
Positief <> negatief belang
- Positief belang (wanprestatie) → brengt de creditieur in de toestand waarin hij
zou hebben verkeerd als de debiteur zou hebben gehdaan wat hij heeft
belooft
- Negatief belang (OD) → de benadeelde brengen in de positie waarin hij zou
hebben verkeerd als jij geen onrechtmatige daad zou hebben gepleegd
3. Ongerechtvaardigde verrijking 3:212 → Als jij verrrijkt wordt ten koste van een ander
zonder dat je iets fout hebt gedaan, dan is in uitzonderlijke gevallen mogelijk dat de
rechter je veroordeelt tot vergoeding van de schade van die ander (tot maximaal het
bedrag van jouw verrijking) → 3:212 BW, ongerechtvaardigde verrijking
4. Onverschuldigde betaling 2:203 e.v.
- Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet voortvloeit (6:1). Het
klinkt streng, maar
1. We kennen contractsvrijheid uit de wet, waarbij in beginsel alles vormvrij is en
alles mag. Ofwel, de wet kent in beginsel een monopolie maar geeft deze zelf
ook weg.
2. “Voortvloeien” is een ruim begrip, HR Quint / Te Poel.
Verbintenissen vloeien voort uit de wet, kent 2 categorieën:
1. Wilsovereenstemming of wilsveroturwensleer (gerechtvaardigd vertrouwen op
wilsoverteenstemming, 3:33 jo. 3:35).
- Eenzijdig (3:33/35)
- Meerzijdig (6:213 jo. 3:33/35)
2. De wet zegt dat de verbintenissen ontstaan, ongeacht de wil.
- OD
- Wanprestaite (6:64)
- Zaakwaarneming (6:298)
- Onverschuldigde betaling (6:203)
- Ongerechtvaardigde verrijking (6:212)
2
, - Nummer 1 en 2 kunenn botsen, dit is de problematiek van samenloop (verschillende
bronnen van verbintenis)
Hoe herken je een overeenkomst?
- 6:217 —> otstandkoming door aanbod en aanvaarding daarvan →
wilsvertrouwensleer van beide bepalen via Haviltex
- 6:227 → verbintenissen moeten bepaalbaar zijn
- Context en uitleg (HR Haviltex) bepalen of iets ‘aanbod’ en ‘aanvaarding’ kan
worden genoemd → HR Bunde / Erckens, discussie over begrip
“belastingschadevergoeding”. Is er dan wel een overeenkomst tot stand gekomen?
Het hangt dan af van wat partijen over en weer aan elkaar hebben verkleerd en wat
zij hier redelijkerwijs uit mochten halen in de gegeven omstandigheden. Hierbij
kunnen de volgende factoren een rol spelen;
1. Lag de betekenis die een partij gaf aan de gedragingen van de wederpartij
voor de hand?
2. Heeft het een technische betekenis?
3. Was een van de partijen deskundige hierover?
4. Valt de gegeven betekenis niet goed te rijmen met het resultaat?
Kwalificatie via HR Inscharing
Je hebt een contract, maar wat voor contract is dit?
1. Wat zijn de verbintenissen die partijen zijn aangegaan?
2. Begin in boek 7 of boek 7A → ‘benoemd’ contract, zo nee, dan boek 3 en 6.
- Kwalificatie
HR “Huurders” / Portaal, je moeder is een huurder. Je woont bij je moeder, maar je
bent volwassen maar je bent geen (mede)huurder. Stel de moeder gaat dood, dan
moet het volwassen kind eruit. Portaal zegt dat de kinderen toch 6 maanden de tijd
krijigen en daar mogen wonen, mits ze een gebruiksvergoeding betalen (die
dezelfde huuur is) via een vaststellingsvoereenkomst. Na 6 maanden is het niet
gelukt, en zei Portaal dat ze nogmaals 6 maanden de tijd krijgen. Aan het einde van
dat termijn vragen de kinderen zich af of de vaststellingsovereenkomst niet gewoon
een huurovereenkomst is.
- Portaal zegt dat het contract vaststellingsovereenkomst heeft, en daarmee
dus duidelijk een vaststellingsovereenkomst is. De Rechter zegt dat de titel
niet van belang is. De rechter kwalificeert met zijn stappenplan:
1. Uitleg → wat zijn de verbintenissen die partijen over en weer zijn
neergekomen?
2. Omschrijvingen boek 7 bekijken (‘benoemde contracten’) → “huur”:
is verschaffen van een goed tegen betaling, dit zou er dus onder
kunnen vallen.
3. Uitzonderingsgevallen, ikn uitzonderingsgevallen is de overeenkomst
gezien inhoud en strekking toch niet te beschouwen als de betreffende
benoemde overeenkoomst (r.o. 3.1.2) → Het is duidelijk dat de
kinderen geen recht hadden op de huurbescherming, en Portaal had
ook dudielijk dit niet als bedoeling. Het wordt niet als huur beschouwd.
- Samenloop van meerdere benoemde ocntractsvormen van boek 7 → 6:215 →
meerdere contracten van boek 7 die eronder vallen, een samengesteld contract?
6:215 bepaalt dat je alle regels bij elkaar mag leggen, en ze zijn allemaal tegelijk van
3
, toepassing tenzij ze overenigbaar zijn. Dan moet je kiezen (welke je meot kiezen, is
onduidelijk).
- Samenloop contract en een delict / buitencontractuele risiscoaansprakelijkheid → HR
Dierentarts. Arts raakt gewond door paard. De behandeling van een derientarts is
een opdrachtsovereenkomst (boek 7, benoemd contract). Zit in deze
opdrachtovereenkomst niet ingebakken dat de dierentarts het risico aanvaard? In dit
contract stond niks over een risico (er was geen exoneratie-clausule). Deze mogen
elkaar echter niet uitsluiten, een contract en een buitencontractuele
risiscoaansprakelijkheid kunnen naast elkaar bestaan. Hiervoor meot gekeken
worden naar uitleg van de overeenkomst. De dierenarts kan dus misschien zijn
schade gewoon verhalen → TENZIJ EXCLUSIVITEIT, HR Althuisius’ ladder,
bruikleen van een ladder die verrot is. Lodogieter heeft ernstig letsel, en spreekt
eigenaar van de ladder aan op grond van OD, aansprakelijkheid gebrekkig roerende
zaken (2:162 jo. 2:163). Vereist voor de OD is een objectieve schuld, genoeg is dat
je het behoorde te weten.
De rechter verwees naar 7A:1790, aansprakelijkheid bruikleen, waarbij vereist is een
subjectieve schuld, je wist het. Dit is een strenger vereiste.
Volgens de rechter mag je niet primair bruikleenovereenkomst pleiten, en subsidair
OD)
- Exoneratie (afwijken risisco-aansprakelijkheid) is teogestaan, is toegestaan, tenzij ….
HR Dierenarts - samenloop contract delict
- Dierenarts wil aansprakelijkheid vestigen op basis van rissicoaansprakelijkheid
- Eigenaar paard zegt dat aard van het contract dat het ririso van dierenarts zelf is
- Welke wint, hangt af van de uitleg van het contract, maar het lijkt in voordeel van
dierenarts te blijken.
- NB, ombang van de schadevergoedingsplicht (3.8.3) —> niet ondenkbaar dat gedrag
van het paard als eigen schhuld van de dierenarts geldt (6:101).
HR Paardrijles - samenloop contract delict
- Wat als je schade hebt door het paard waarop je reed? Is de eigenaar dan
aansprakelijk?
- Heb je het risico implicet aanvaard door de overeenkomst van de paardrijlessen?
Nee (3.4), enkele feitr van berijden op grond van overeenkomst is niet voldoende om
te concluderen dat 6:179 geheel opzij is geschoven.
- Bij rijles blijft schde deels voor rekening cursisit (6:101 jo. R.o 3.5).
Consensualisme is de basis van contractsvrijheid, het is vormvrij. Er is echter soms
contractsdwang, wettelijk bepaald dat een partij een aabod meot doen aan een ander.
Bijvoorbeeld HR Azivo/GGD.
- HR Azivo / GGD
Azivo is wettelijk verplicht om tegenover verzekenden ambulances te leveren. Deze
huren zij via aanbieders zoals de GGD. HR zegt dat het in dit geval maatschappelijk
onbtemakelijk is (6:162) van Azivo om de redelijke prijs van GGD te betalen.
Iemand op een ‘verkeerde been zetten’ in de precontractuele verhoudingene is antuurlijk ook
onteorekenbaar omrechtmatig handelen.
4