Begrippenlijst TOE
Week 1;
Correlationeel HC1
Enquête Sociale onderzoeksmethode waarbij individuen een
reeks vragen beantwoorden. Goede externe validiteit.
Poll Zeer korte enquête over één onderwerp
Omnibusonderzoeken Bestrijken meerdere onderwerpen en kunnen worden
gebruikt voor uiteenlopende onderzoek intenties (elke
onderzoeker paar vragen)
Split-ballot design Enquête methode waarbij een groep respondenten in
(versie A - versie B) tweeën wordt verdeeld. Elke groep ontvangt een
vragenlijst waarin om dezelfde informatie wordt
gevraagd, maar met iets andere vragen.
Paper-en-potlood- Enquête interview waarin onderzoeker vragen stelt en
interview (PAPI) de antwoorden vastlegt in een voorgedrukt exemplaar
van het enquête boekje.
Computer Persoonlijk interview waarbij de onderzoeker een
ondersteunend laptop of tablet gebruikt die voorgeprogrammeerd is
persoonlijk interview met alle enquêtevragen en antwoord categorieën.
(CAPI)
Audio Respondenten gebruiken laptop of tablet om naar
computerondersteund vooraf opgenomen vragen te luisteren en deze te
zelfinterview beantwoorden.
Computer Telefonisch interview waarbij onderzoeker een laptop of
ondersteund tablet gebruikt die is voorgeprogrammeerd met
telefonisch interview enquêtevragen en antwoord categorieën
(CATI)
Primaire Sociale wetenschappers ontwerpen en voeren hun
gegevensverzameling eigen gegevensverzameling uit
Secundaire Bron door iemand anders verzameld
gegevensbron
Sleutel informant Persoon die doorgaans een centrale rol speelt of
populair is in de onderzoek setting en die zijn of haar
kennis deelt met de onderzoeker.
,Zelf in te vullen Enquête die rechtstreeks door respondenten wordt
vragenlijst (SAQ) ingevuld, post of online
Cross sectioneel Gegevens worden op één tijdstip verzameld, beperking
onderzoek is het slecht vaststellen van oorzaak/gevolg
Longitudinaal Gegevens worden op meerdere tijdstippen verzameld
onderzoek (individu)
Herhaald cross- Type longitudinaal onderzoek waarbij gegevens op
sectioneel onderzoek meerdere tijdstippen worden verzameld, maar
(steeds andere groep) onderzoek gaat op elk tijdstop over verschillende
onderwerpen (verschillende groep).
Panel enquête Longitudinaal onderzoek waarbij gegevens over
dezelfde onderwerpen op meerdere tijdstippen worden
verzameld.
Attrition Verlies van steekproefleden in de loop van de tijd
Responspercentage Deel van de mensen die zijn gecontacteerd om deel te
nemen en daadwerkelijk deelnemen.
Interviewereffecten Alleen de aanwezigheid of de persoonlijke kenmerken
van de interviewer kunnen ertoe leiden dat een
respondent vragen op een bepaalde manier
beantwoord, kan zorgen voor vertekening.
Sociale Deelnemers rapporteren aan het onderzoek positief
wenselijkheidsbias gewaardeerde gedragingen en attitudes in plaats van
waarheidsgetrouwe antwoorden.
Interviewschema Voorbereide lijst met vragen en vervolgvragen die de
interviewer aan de respondent stelt.
Paradata Informatie over het proces waarmee de
enquêtegegevens zijn verzameld (hoe snel ingevuld,
welk tijdstip, wijzigingen etc.)
Showcard Voorgedrukte kaart die de respondent herinnert aan
alle antwoordmogelijkheden voor bepaalde vraag.
Skip-patroon Route in een vragenlijst waarbij bepaalde vragen
worden overgeslagen (geskipt) op basis van een eerder
gegeven antwoord
Screenervraag Vraag die dient als toegangspoort tot een
vervolgvraag; filtervraag (bepalen of iemand mee mag
doen, zit meestal aan het begin. Voorbeeld: “Bent u
, student?” → zo niet, einde enquête
Moduseffecten Manieren waarop de toedieningswijze de antwoorden
van respondenten kan beïnvloeden.
Meetfout Wanneer de aanpak die wordt gebruikt om een
bepaalde variabele te meten de gegeven respons
beïnvloedt of vertekent.
Dekkingsfout Wanneer niet alle leden van de doelgroep een kans
hebben om geselecteerd te worden voor deelname aan
een onderzoek.
Steekproeffout Steekproef is niet representatief voor de hele populatie
(steekproefkader is goed, iedereen heeft kans
geselecteerd te worden, maar omdat je maar een deel
van de populatie onderzoekt, kan deze toevallig
afwijken)
Bivariate correlatie Associatie waarbij precies twee variabelen betrokken
zijn
Effectgrootte Hoe sterk een bepaald effect is in een onderzoek. Hoe
groter, hoe meer relevantie in de praktijk.
Betrouwbaarheidsinte 95% CI
rval 0 in het interval → niet significant [-0.8, 5.0]
0 niet in het interval → significant [0.5, 3.7]
Replicatie Onderzoek wordt opnieuw uitgevoerd
Beperking van bereik Betekent dat een variabele niet genoeg verschil laat
zien tussen mensen, waardoor het verband met een
andere variabele kleiner lijkt dan het eigenlijk is.
Curvilineaire Relatie tussen twee variabelen is geen rechte lijn
associatie
Onechte associatie Bivariate correlatie is er, maar alleen vanwege een
derde variabele (bivariate correlatie tussen X en Y.
Ontstaat door een derde variabele (Z). Als je voor Z
controleert, verdwijnt het verband tussen X en Y).
Moderator Relatie tussen twee variabelen verandert afhankelijk
van het niveau van een andere variabele
Surveyonderzoek Meningen, gedrag etc. worden bestudeerd op
groepsniveau
Mixed methods Combinatie van een vragenlijst en interview bijv.
Week 1;
Correlationeel HC1
Enquête Sociale onderzoeksmethode waarbij individuen een
reeks vragen beantwoorden. Goede externe validiteit.
Poll Zeer korte enquête over één onderwerp
Omnibusonderzoeken Bestrijken meerdere onderwerpen en kunnen worden
gebruikt voor uiteenlopende onderzoek intenties (elke
onderzoeker paar vragen)
Split-ballot design Enquête methode waarbij een groep respondenten in
(versie A - versie B) tweeën wordt verdeeld. Elke groep ontvangt een
vragenlijst waarin om dezelfde informatie wordt
gevraagd, maar met iets andere vragen.
Paper-en-potlood- Enquête interview waarin onderzoeker vragen stelt en
interview (PAPI) de antwoorden vastlegt in een voorgedrukt exemplaar
van het enquête boekje.
Computer Persoonlijk interview waarbij de onderzoeker een
ondersteunend laptop of tablet gebruikt die voorgeprogrammeerd is
persoonlijk interview met alle enquêtevragen en antwoord categorieën.
(CAPI)
Audio Respondenten gebruiken laptop of tablet om naar
computerondersteund vooraf opgenomen vragen te luisteren en deze te
zelfinterview beantwoorden.
Computer Telefonisch interview waarbij onderzoeker een laptop of
ondersteund tablet gebruikt die is voorgeprogrammeerd met
telefonisch interview enquêtevragen en antwoord categorieën
(CATI)
Primaire Sociale wetenschappers ontwerpen en voeren hun
gegevensverzameling eigen gegevensverzameling uit
Secundaire Bron door iemand anders verzameld
gegevensbron
Sleutel informant Persoon die doorgaans een centrale rol speelt of
populair is in de onderzoek setting en die zijn of haar
kennis deelt met de onderzoeker.
,Zelf in te vullen Enquête die rechtstreeks door respondenten wordt
vragenlijst (SAQ) ingevuld, post of online
Cross sectioneel Gegevens worden op één tijdstip verzameld, beperking
onderzoek is het slecht vaststellen van oorzaak/gevolg
Longitudinaal Gegevens worden op meerdere tijdstippen verzameld
onderzoek (individu)
Herhaald cross- Type longitudinaal onderzoek waarbij gegevens op
sectioneel onderzoek meerdere tijdstippen worden verzameld, maar
(steeds andere groep) onderzoek gaat op elk tijdstop over verschillende
onderwerpen (verschillende groep).
Panel enquête Longitudinaal onderzoek waarbij gegevens over
dezelfde onderwerpen op meerdere tijdstippen worden
verzameld.
Attrition Verlies van steekproefleden in de loop van de tijd
Responspercentage Deel van de mensen die zijn gecontacteerd om deel te
nemen en daadwerkelijk deelnemen.
Interviewereffecten Alleen de aanwezigheid of de persoonlijke kenmerken
van de interviewer kunnen ertoe leiden dat een
respondent vragen op een bepaalde manier
beantwoord, kan zorgen voor vertekening.
Sociale Deelnemers rapporteren aan het onderzoek positief
wenselijkheidsbias gewaardeerde gedragingen en attitudes in plaats van
waarheidsgetrouwe antwoorden.
Interviewschema Voorbereide lijst met vragen en vervolgvragen die de
interviewer aan de respondent stelt.
Paradata Informatie over het proces waarmee de
enquêtegegevens zijn verzameld (hoe snel ingevuld,
welk tijdstip, wijzigingen etc.)
Showcard Voorgedrukte kaart die de respondent herinnert aan
alle antwoordmogelijkheden voor bepaalde vraag.
Skip-patroon Route in een vragenlijst waarbij bepaalde vragen
worden overgeslagen (geskipt) op basis van een eerder
gegeven antwoord
Screenervraag Vraag die dient als toegangspoort tot een
vervolgvraag; filtervraag (bepalen of iemand mee mag
doen, zit meestal aan het begin. Voorbeeld: “Bent u
, student?” → zo niet, einde enquête
Moduseffecten Manieren waarop de toedieningswijze de antwoorden
van respondenten kan beïnvloeden.
Meetfout Wanneer de aanpak die wordt gebruikt om een
bepaalde variabele te meten de gegeven respons
beïnvloedt of vertekent.
Dekkingsfout Wanneer niet alle leden van de doelgroep een kans
hebben om geselecteerd te worden voor deelname aan
een onderzoek.
Steekproeffout Steekproef is niet representatief voor de hele populatie
(steekproefkader is goed, iedereen heeft kans
geselecteerd te worden, maar omdat je maar een deel
van de populatie onderzoekt, kan deze toevallig
afwijken)
Bivariate correlatie Associatie waarbij precies twee variabelen betrokken
zijn
Effectgrootte Hoe sterk een bepaald effect is in een onderzoek. Hoe
groter, hoe meer relevantie in de praktijk.
Betrouwbaarheidsinte 95% CI
rval 0 in het interval → niet significant [-0.8, 5.0]
0 niet in het interval → significant [0.5, 3.7]
Replicatie Onderzoek wordt opnieuw uitgevoerd
Beperking van bereik Betekent dat een variabele niet genoeg verschil laat
zien tussen mensen, waardoor het verband met een
andere variabele kleiner lijkt dan het eigenlijk is.
Curvilineaire Relatie tussen twee variabelen is geen rechte lijn
associatie
Onechte associatie Bivariate correlatie is er, maar alleen vanwege een
derde variabele (bivariate correlatie tussen X en Y.
Ontstaat door een derde variabele (Z). Als je voor Z
controleert, verdwijnt het verband tussen X en Y).
Moderator Relatie tussen twee variabelen verandert afhankelijk
van het niveau van een andere variabele
Surveyonderzoek Meningen, gedrag etc. worden bestudeerd op
groepsniveau
Mixed methods Combinatie van een vragenlijst en interview bijv.