Samenvatting
Beleidssociologie
Alle stof: Hoorcolleges & de boekhoofdstukken zijn in deze
samenvatting verwerkt (‘Introduction to sociological theory’ van
Michele Dillon & ‘Social policy: Theory and practice’ van Paul Spicker)
Gemaakt in 2020
,Inhoudsopgave
Overzicht paradigma’s...........................................................................................................................2
Overzicht onderzoeksmethoden..............................................................................................................2
Week 1 (+ hoofdstuk 1, hoofdstuk 5 en de introductie – Dillon)............................................................3
Kennisclip 1 Introductie.....................................................................................................................3
Kennisclip 2a Achtergrond Marx........................................................................................................3
Kennisclip 2b gevolgen kapitalisme...................................................................................................3
Kennisclip 2c oorzaken kapitalisme...................................................................................................4
Kennisclip 2d kritiek en voorspelling.................................................................................................5
Kennisclip 3a Frankfurter Schule.......................................................................................................5
Kennisclip 3b Habermas.....................................................................................................................6
Week 2 ( + hoofdstuk 3 + hoofdstuk 13 – Dillon)..................................................................................8
Kennisclip 4a Weber..........................................................................................................................8
Kennisclip 4b Weber en staat.............................................................................................................9
Kennisclip 4c Weber meerdimensionale stratificatie........................................................................10
Kennisclip 5 Bourdieu......................................................................................................................11
Week 3 (+ hoofdstuk 2 – Dillon)..........................................................................................................14
Kennisclip 6a Durkheim...................................................................................................................14
Kennisclip 6b Durkheim en functionalisme......................................................................................14
Kennisclip 6c Durkheim zelfdoding.................................................................................................16
Kennisclip 7 Merton.........................................................................................................................17
Week 4 (+ hoofdstuk 8 – Dillon)..........................................................................................................18
Kennisclip 8a Mead..........................................................................................................................18
Kennisclip 8b Goffman.....................................................................................................................20
Week 5 (+ hoofdstuk 7 – Dillon)..........................................................................................................22
Kennisclip 9a Homans......................................................................................................................22
Kennisclip 9b Verdeling huishoudelijke taken + toepassing paradigma’s........................................23
Week 6 (+ hoofdstuk 8 & 9 – Spicker).................................................................................................24
Kennisclip 10a Ontstaan verzorgingsstaten......................................................................................24
Kennisclip 10b Typen verzorgingsstaten..........................................................................................26
Week 7 (hoofdstuk 2 t/m 5, 7 & 13 – Spicker).....................................................................................28
Kennisclip 11a Doelgroepen sociaal beleid......................................................................................28
Kennisclip 11b Uitvoerders sociaal beleid........................................................................................30
1
,In deze samenvatting zal er eerst een overzicht worden gegeven van de verschillende paradigma’s die
in deze cursus aan bod komen. Daarna volgt een overzicht van de verschillende onderzoeksmethoden
die aan bod komen en ten slotte zal er een samenvatting worden gegeven van de hoorcolleges waarin
de hoofdstukken zijn verwerkt die bij dat college gelezen moesten worden. Deze worden per week
geordend aan de hand van kennisclips. In dit collegejaar zijn namelijk korte kennisclips gebruikt in
plaats van hoorcolleges van 1,5 uur, in verband met de coronacrisis.
Overzicht paradigma’s
Macroparadigma’s
- Conflictsociologie (Marx, Habermas, Weber, Bourdieu)
= Sociale verschijnselen zijn het beste te verklaren door conflicten tussen bevolkingsgroepen
(klassen/standen/geslachten en/of etnische groepen)
Stromingen:
o Marxisme
o Kritische theorie
o Meerdimensionale stratificatie theorie
- Functionalisme (Durkheim, Merton)
= Sociale verschijnselen zijn het beste te verklaren vanuit functies die ze vervullen voor de
continuïteit van de samenleving. Sociale instituties (familie, religie, onderwijs) zorgen ervoor
dat men bepaald gedrag vertoont en zo zorgen voor een betere samenleving (sociale orde).
Deze dingen vervullen een functie.
Microparadigma’s
- Symbolisch interactionisme (Mead, Goffman)
= Mensen handelen in sociale relaties op basis van hun zelfbeeld en hun beeld van anderen,
wat ze constant herzien op basis van de betekenis die ze toekennen aan sociale interacties.
- Rationele theorieën (Homans)
= Mensen handelen in sociale relaties op basis van welk gedrag in hun ogen de beste kosten-
baten ratio heeft
Overzicht onderzoeksmethoden
Marx deels empirisch (keek naar de wereld om hem heen).
Hij gaf een oordeel dus was subjectief.
Puur gebaseerd op eigen ervaring en logica.
Filosofisch georiënteerd.
Weber empirisch
Deels objectief: geen eigen oordeel.
Deels subjectief: verstehen; verklaren van belevingswereld van groepen die hij onderzocht, daarin
inleven vanuit hun gezichtspunt hoe bepaalde zaken kunnen gebeuren.
Durkheim empirisch & objectief
Objectief vaststellen van relaties tussen fenomenen bijvoorbeeld statistisch (met behulp van
operationalisatie).
Niet ingaan op subjectieve verhaal daarachter.
2
, Week 1 (+ hoofdstuk 1, hoofdstuk 5 en de introductie – Dillon)
Kennisclip 1 Introductie
Sociologie = De wetenschappelijke (systematische, aan theorie verbonden) studie van de menselijke
samenleving. Focus op sociale problemen:
- Gevoeld door een groot aantal of alle individuen
- Niet (slechts) te verklaren door individuele kenmerken
Nut voor bestuurskundigen:
- Instrumenteel: mythes doorprikken en kennis als hulp voor het oplossen van sociale
problemen
- Conceptueel: begrip van algemene ideeën (politiek/ambtenarij) en kijken hoe de maatschappij
jou beperkt.
Durkheim 1895 was de eerste hoogleraar sociologie. In de 19 e eeuw ontstond sociologie door de
verlichting = intellectuele beweging in 18e eeuwse Europa.
- Groeiend geloof in besluitvorming obv rede en kennis uit empirische wetenschap
- Groeiend kritiek op rol religie in openbaar bestuur. Het werd niet meer een verklaring voor
sociale problemen.
Augustus Comte 1789-1857 voorloper sociologie → vond dat de wetenschap moest komen
- Geloofde dat principes uit de natuurwetenschap konden worden gebruikt in de samenleving
(empirisch & objectief onderzoek voor het verklaren van sociale verschijnselen)
- Bedenker van de term sociologie
- Inspiratie voor Durkheim (hij zag wel verschil met natuurwetenschap)
Harriet Martineau 1802-1876 voorloper sociologie → vond niet dat sociaal wetenschap gelijk was aan
natuurwetenschap
- Het moet de beleving van mensen begrijpen (vooral subjectief)
- Sociologen moeten menselijk gedrag duiden, niet beoordelen
- Inspiratie voor Weber
Kennisclip 2a Achtergrond Marx
Marx 1818-1883 → analyseerde het kapitalisme. Hij verwachtte dat door revolutie dit systeem zou
vallen en plaats zou maken voor communisme. Zijn voorspelling is niet uitgekomen. De begrippen van
Marx zijn nog toepasbaar omdat zijn voorspelling van de revolutie niet uitkwam. Het is niet positief
dat hij nog invloedrijk is. Het heeft vooral de SU in de koude oorlog geïnspireerd.
Conflictsociologie = Sociale verschijnselen zijn het beste te verklaren door conflicten tussen
bevolkingsgroepen (marxisme, kritische theorie, meerdimensionale stratificatie).
Kennisclip 2b gevolgen kapitalisme
Marxisme = eendimensionale kijk op stratificatie (ongelijkheid). Indeling in klassen door
productiemiddelen. Zocht naar oorzaken ongelijke systeem in samenleving.
Marx wilde slechte industriële leefsituatie verklaren. Verklaring:
Kapitalistische systeem = ongelijke verdeling productiemiddelen (machines, arbeid, grond & kapitaal).
Bourgeoisie = bezitters productiemiddelen → door winst, meer kopen waardoor ongelijkheid groeit
Proletariaat = klasse zonder productiemiddelen
3 hoofdgevolgen kapitalisme (negatief):
3