Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 66 pagina's
Samenvatting

Samenvatting PGO Thema 9 | Onderbouw Pedagogiek & Didactiek | Hogeschool Rotterdam

Document preview thumbnail
Voorbeeld 8 van de 66 pagina's

Dit zijn de uitwerkte PGO-stof voor Thema 9 uit de pabo-opleiding aan Hogeschool Rotterdam (2025/2026). Het document behandelt kernthema's rond goed lesgeven in de onderbouw (4-8 jaar): kinderwetenschappelijke theorieën van Piaget en Vygotsky, leervisies zoals Montessori en EGO, pedagogische en didactische uitgangspunten, en de ontwikkeling van cognitieve, sociaal-emotionele en morele vaardigheden. Perfect voor examenvoorbereiding en voor het begrijpen van de theoretische basis achter effectieve basisonderwijs.

Voorbeeld van de inhoud

Thema 9




Inhoud
Inhoud 2
PGO 6

,Probleem 1 Goed les geven in de onderbouw, hoe gaat dat eigenlijk? 7
1. Hoe ontwikkelt het jonge kind (4–8 jaar)? 8
2. Hoe leert het jonge kind? 8
3. Pedagogische uitgangspunten voor het lesgeven aan het jonge kind 9
4. Didactische uitgangspunten voor het lesgeven aan het jonge kind 9
Probleem 2: Kom we gaan spelen 10
1. Visies op spel van Vygotsky, Dewey en Piaget 10
2. Begeleiden van spel door de leerkracht 11
a. Hoe en wanneer kun je als leerkracht spel begeleiden bij jonge kinderen?
12
b. Richtlijnen voor spelbegeleiding 12
c. Wanneer begeleid je spel? 13
d. Wel of niet begeleiden? 13
3. Vormen van spel 14
a. Categorieën en vormen van spel 14
b. Ontwikkeling van rollenspel 15
c. Begeleiden van spel 15
d. Ontwikkeling van samenspel 16
Bronnen 16
Probleem 3: Lesgeven in een superdiverse klas deel 1 17
1. Wat is superdiversiteit (3 criteria) en wat zijn de uitdagingen voor leerkrachten
m.b.t. het lesgeven op een school in een achterstandscontext? 18
2. Wat is teacher efficacy en waarom is dit belangrijk voor leerkrachten? 19
3. Wat is laaggeletterdheid en waarom is dit een uitdaging voor leerkrachten? 19
4. Hoe ga je in de klas om met armoede? 20
Bronnenlijst 21
Probleem 4: Lesgeven in een superdiverse klas (deel 2) 23
1. Hoe geef je les in een superdiverse klas? 24
a. Cultureel responsief lesgeven (CRT) 24
b. Funds of Knowledge 25
c. Multicultureel Onderwijs (MCO) 25
d. Praktische tips voor een multiculturele klas 25
2. Hoe differentieer je in een superdiverse klas? 26
a. Meervoudige differentiatie in superdiversiteit 26
b. De multidimensionale klas 26
c. Praktische toepassing in de kleutergroep 26
d. Modellen voor lesgeven in superdiverse groepen 27
- Het model van Severiens 27
e. Kansengelijkheid en het gelijkheidsideaal 27
3. Wat is burgerschapsvorming en hoe geef je dit in de klas? 28
4. Leerkrachtverwachtingen en hun invloed op ontwikkeling 29
a. Wat kan de leerkracht doen om lage verwachtingen te voorkomen? 29
Bronnenlijst 30
Probleem 5 Hulpbronnen van het jonge kind 31
1. Wat houdt het hulpbronnenmodel in en welke hulpbronnen zijn er? 32


2

, a. Voorbeelden van hulpbronnen: 32
b. Verklaringen van achterstanden vanuit het hulpbronnenperspectief: 33
c. Acht verklaringen waarom kinderen achterstanden kunnen hebben vanuit
hulpbronnenperspectief: 33
d. Rol van de leerkracht volgens het hulpbronnenmodel: 33
2. Wat houdt het ecologisch model van Bronfenbrenner in voor het jonge kind? 34
a. Bronfenbrenner onderscheidt vijf niveaus: 34
b. Hoe ga je hier als leerkracht mee om? 35
3. Wat houdt mediawijsheid in bij het jonge kind? 35
a. Mediawijsheid en de ontwikkeling van het jonge kind 36
b. De rol van de leerkracht 36
Probleem 6 – Overgangen jonge kind 37
1. Overgangen: van thuis naar groep 1 en van groep 2 naar groep 3 37
a. Overgang van voorschool naar basisschool 37
b. Kenmerken van het voortgangsgesprek met ouders 37
c. Zittenblijven: voor- en nadelen 38
d. Kleuterbouwverlenging: wel of niet over naar groep 3 39
e. Najaarsleerlingen en SES 39
d. Sprongsgewijze ontwikkeling en diversiteit 39
2. Het vergroten van de taalvaardigheid van kleuters 40
a. Twee taalcodes en de uitgebreide taalcode 40
b. Uitbreiden van de woordenschat 40
c. Ontwikkeling van leesvaardigheid 40
d. Taalinterventies: VVE, schakelklassen en verlengde leertijd 40
3. Vergelijking: het Nederlandse onderwijssysteem en internationale systemen 41
a. Kenmerken van het Nederlandse systeem 41
b. Voor- en nadelen van het Nederlandse systeem 41
c. Vergelijking met internationale onderwijssystemen 41
Hoorcolleges 43
Samenwerken met ouders 44
Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie 44
Positieve effecten 45
Voorbeeld situatie 45
Alle ouders zijn in staat om hun ouderbetrokkenheid in te vullen 46
Voorbeeld situatie 47
Rotterdamse praktijk 48
Elementen van betrokkenheid 48
Signaleren van laaggeletterdheid bij ouders: 48
Het bereiken van laaggeletterde ouders: 48
Aansluiten bij laaggeletterde ouders: 49
Belangrijke uitgangspunten: 49
Resultaat 49
Voorbeeld situatie 49
Resultaat 50



3

, Draagkracht en draaglast van ouders 50
Voorbeeld situatie 50
Resultaat 50
Balans tussen draagkracht en draaglast 50
Succesfactoren stimulering ouderbetrokkenheid 51
Voorbeeld situatie 51
Kijkwijzer voor gesprekken met ouders 52
Voorbeeld situatie 52
Bronnen 53
Ontwikkelingskansen vanuit neuropsychologie 54
Ontwikkeling van het brein 54
Executieve functies 54
Ontwikkeling per leeftijd 54
Neuronen 55
Communicatie 55
Begin hersenen 56
Blooming en Pruning 56
Invloeden op de ontwikkeling van het brein 56
Stress 57
Kort stress 57
Langdurige stress 58
Wat kan jij doen als leerkracht na verminderde ontwikkeling 58
Kleuters 58
Consequenties 59
Zeven tips 59
Overgangen 60
Levensfasen volgens Feldman (2020) 60
Kenmerken van het jonge kind (Brouwers, 2019) 60
Ontwikkeling van het jonge kind (2–6 jaar) 60
Peutergroepen en Voorschoolse Educatie (VVE) 61
Rotterdamse A-kwaliteit (Gemeente Rotterdam, 2022) 61
Overgang van peuterspeelzaal naar groep 1 61
Ontwikkeling in beeld 61
Van kleuter naar schoolkind 62
Gevolgen van een succesvolle overgang 62
Concrete tips voor een doorlopende ontwikkeling 62
Literatuur 62
Workshops 63
Kennismakingsgesprek 64
Opbouw gesprek: 64
Structuur gesprek: 64
Voorbeeldcasus: 64
Voortgangsgesprek 65
Opbouw gesprek: 65



4

, Structuur gesprek: 65
Voorbeeldcasus: 65
Lastige gesprekken 66
Opbouw gesprek: 66
Voorbeeldcasus: 66




5

,PGO




6

,Probleem 1 Goed les geven in de onderbouw, hoe gaat dat
eigenlijk?




1. Hoe ontwikkelt het jonge kind (4-8 jaar) zich?
- Cognitieve ontwikkeling (Piaget: assimilatie/accommodatie/adaptatie en
sensomotorische fase/pre-operationele fase en Vygotsky: scaffolding, zone van de
naaste ontwikkeling)
- Sociaal-emotionele ontwikkeling (vriendschappen, theory of mind)
- Morele ontwikkeling (stadia van Kohlberg)
2. Hoe leert het jonge kind (4-8 jaar)?
- Visies op leren (Fröbel, Montessori, EGO, OGO, Programmagericht).
- Leertheorieën (behaviorisme, cognitivisme en sociaal-constructivisme)
3. Wat zijn pedagogische uitgangspunten voor het lesgeven aan het jonge kind?
- Definitie pedagogiek
- Pedagogische houding (echtheid, waardering/aanvaarding/vertrouwen, empathisch
begrijpen)
- Tegemoetkomen aan basisbehoeften (relatie, competentie, autonomie)
- Pedagogische kwaliteiten (sensitiviteit, responsiviteit, actief luisteren)
4. Wat zijn didactische uitgangspunten voor het lesgeven aan het jonge kind?
- Definitie didactiek
- Doelbewust didactisch handelen (expliciet of impliciet handelen,
geïntegreerd/holistisch handelen, doelgericht handelen, zone van de naaste
ontwikkeling, observeren, dagritme/dagprogramma).
- Stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind (concrete ervaringen opdoen,
betrokken bezig kunnen zijn, betekenisvolle activiteiten, spel, ontwikkelingsgebieden
komen in samenhang aan bod)
- Didactische houding van de leerkracht bij het jonge kind (nieuwsgierig zijn en
verwondering tonen, cognitieve empathie, kunnen wachten, flexibiliteit)




7

, 1. Hoe ontwikkelt het jonge kind (4–8 jaar)?

De ontwikkeling van het jonge kind verloopt in samenhang tussen cognitieve, sociaal-
emotionele en morele groei. Volgens Piaget (in Feldman, 2020) bevindt het kind van vier tot
acht jaar zich in de pre-operationele fase, waarin denken nog sterk gebonden is aan
concrete ervaringen. Kinderen leren door actief te handelen: zij passen nieuwe ervaringen in
bestaande schema’s (assimilatie) of passen hun schema’s aan nieuwe ervaringen aan
(accommodatie). Dit proces van adaptatie leidt tot steeds beter begrip van de werkelijkheid.

Vygotsky benadrukt dat leren altijd sociaal en cultureel ingebed is. Binnen de zone van de
naaste ontwikkeling (ZNO) leren kinderen het meest: zij kunnen een taak uitvoeren met hulp
van een meer ervaren ander, bijvoorbeeld de leerkracht. Deze biedt scaffolding — tijdelijke
steun die afneemt naarmate het kind zelfstandiger wordt.

De sociaal-emotionele ontwikkeling krijgt in deze periode steeds meer betekenis. Kinderen
ontwikkelen een theory of mind: ze leren dat anderen gevoelens, wensen en gedachten
hebben die verschillen van die van henzelf. Daardoor ontstaan vriendschappen en wordt
samenwerking belangrijker (Feldman, 2020). Ook de morele ontwikkeling maakt een sprong.
Kohlberg beschrijft dat jonge kinderen zich meestal in het pre-conventionele stadium
bevinden: ze zien goed en kwaad vooral in termen van straf en beloning. Door gesprekken,
voorbeeldgedrag en sociale ervaringen leren zij geleidelijk rekening houden met intenties en
regels.



2. Hoe leert het jonge kind?
Jonge kinderen leren vooral door te doen, te spelen en te ontdekken. Hun leren is
betekenisvol wanneer het aansluit bij hun belevingswereld (Brouwers, 2019). Verschillende
pedagogische stromingen benadrukken daarbij andere aspecten.

Fröbel ziet spel als het belangrijkste middel om te leren: via spel ontwikkelt het kind zijn
verstand, gevoel en motoriek.

Montessori gaat uit van de natuurlijke drang van kinderen om te leren; de leerkracht schept
een voorbereide omgeving waarin kinderen zelfstandig aan de slag kunnen.

Het ErvaringsGericht Onderwijs (EGO) legt de nadruk op betrokkenheid, welbevinden en
autonomie; de leerkracht stemt activiteiten af op wat kinderen bezighoudt.

Het OntwikkelingsGericht Onderwijs (OGO) richt zich op betekenisvolle, culturele activiteiten
waarin kinderen samen leren en reflecteren.

Het Programmagericht onderwijs werkt meer vanuit vaste methoden en leerdoelen, met
nadruk op systematische instructie.




8

Inhoudsopgave

  1. 01 Inhoud 2
  2. 02 PGO 6
  3. 03 Probleem 1 Goed les geven in de onderbouw, hoe gaat dat eigenlijk? 7
  4. 04 Hoe ontwikkelt het jonge kind (4–8 jaar)? 8
  5. 05 Hoe leert het jonge kind? 8
  6. 06 Pedagogische uitgangspunten voor het lesgeven aan het jonge kind 9
  7. 07 Didactische uitgangspunten voor het lesgeven aan het jonge kind 9
  8. 08 Probleem 2: Kom we gaan spelen 10
  9. 09 Visies op spel van Vygotsky, Dewey en Piaget 10
  10. 10 Begeleiden van spel door de leerkracht 11
  11. 11 a. Hoe en wanneer kun je als leerkracht spel begeleiden bij jonge kinderen? 12
  12. 12 b. Richtlijnen voor spelbegeleiding 12
  13. 13 c. Wanneer begeleid je spel? 13
  14. 14 d. Wel of niet begeleiden? 13
  15. 15 Vormen van spel 14
  16. 16 a. Categorieën en vormen van spel 14
  17. 17 b. Ontwikkeling van rollenspel 15
  18. 18 c. Begeleiden van spel 15
  19. 19 d. Ontwikkeling van samenspel 16
  20. 20 Bronnen 16
  21. 21 Probleem 3: Lesgeven in een superdiverse klas deel 1 17
  22. 22 m.b.t. het lesgeven op een school in een achterstandscontext? 18
  23. 23 Wat is teacher efficacy en waarom is dit belangrijk voor leerkrachten? 19
  24. 24 Hoe ga je in de klas om met armoede? 20
  25. 25 Bronnenlijst 21
  26. 26 Probleem 4: Lesgeven in een superdiverse klas (deel 2) 23
  27. 27 Hoe geef je les in een superdiverse klas? 24
  28. 28 a. Cultureel responsief lesgeven (CRT) 24
  29. 29 b. Funds of Knowledge 25
  30. 30 c. Multicultureel Onderwijs (MCO) 25
  31. 31 d. Praktische tips voor een multiculturele klas 25
  32. 32 Hoe differentieer je in een superdiverse klas? 26
  33. 33 a. Meervoudige differentiatie in superdiversiteit 26
  34. 34 b. De multidimensionale klas 26
  35. 35 c. Praktische toepassing in de kleutergroep 26
  36. 36 d. Modellen voor lesgeven in superdiverse groepen 27
  37. 37 - Het model van Severiens 27
  38. 38 e. Kansengelijkheid en het gelijkheidsideaal 27
  39. 39 Wat is burgerschapsvorming en hoe geef je dit in de klas? 28
  40. 40 Leerkrachtverwachtingen en hun invloed op ontwikkeling 29
  41. 41 a. Wat kan de leerkracht doen om lage verwachtingen te voorkomen? 29
  42. 42 Bronnenlijst 30
  43. 43 Probleem 5 Hulpbronnen van het jonge kind 31
  44. 44 Wat houdt het hulpbronnenmodel in en welke hulpbronnen zijn er? 32
  45. 45 a. Voorbeelden van hulpbronnen: 32
  46. 46 b. Verklaringen van achterstanden vanuit het hulpbronnenperspectief: 33
  47. 47 hulpbronnenperspectief: 33
  48. 48 d. Rol van de leerkracht volgens het hulpbronnenmodel: 33
  49. 49 a. Bronfenbrenner onderscheidt vijf niveaus: 34
  50. 50 b. Hoe ga je hier als leerkracht mee om? 35
  51. 51 Wat houdt mediawijsheid in bij het jonge kind? 35
  52. 52 a. Mediawijsheid en de ontwikkeling van het jonge kind 36
  53. 53 b. De rol van de leerkracht 36
  54. 54 Probleem 6 – Overgangen jonge kind 37
  55. 55 Overgangen: van thuis naar groep 1 en van groep 2 naar groep 3 37
  56. 56 a. Overgang van voorschool naar basisschool 37
  57. 57 b. Kenmerken van het voortgangsgesprek met ouders 37
  58. 58 c. Zittenblijven: voor- en nadelen 38
  59. 59 d. Kleuterbouwverlenging: wel of niet over naar groep 3 39
  60. 60 e. Najaarsleerlingen en SES 39
  61. 61 d. Sprongsgewijze ontwikkeling en diversiteit 39
  62. 62 Het vergroten van de taalvaardigheid van kleuters 40
  63. 63 a. Twee taalcodes en de uitgebreide taalcode 40
  64. 64 b. Uitbreiden van de woordenschat 40
  65. 65 c. Ontwikkeling van leesvaardigheid 40
  66. 66 d. Taalinterventies: VVE, schakelklassen en verlengde leertijd 40
  67. 67 a. Kenmerken van het Nederlandse systeem 41
  68. 68 b. Voor- en nadelen van het Nederlandse systeem 41
  69. 69 c. Vergelijking met internationale onderwijssystemen 41
  70. 70 Hoorcolleges 43
  71. 71 Samenwerken met ouders 44
  72. 72 Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie 44
  73. 73 Positieve effecten 45
  74. 74 Voorbeeld situatie 45
  75. 75 Alle ouders zijn in staat om hun ouderbetrokkenheid in te vullen 46
  76. 76 Voorbeeld situatie 47
  77. 77 Rotterdamse praktijk 48
  78. 78 Elementen van betrokkenheid 48
  79. 79 Signaleren van laaggeletterdheid bij ouders: 48
  80. 80 Het bereiken van laaggeletterde ouders: 48
  81. 81 Aansluiten bij laaggeletterde ouders: 49
  82. 82 Belangrijke uitgangspunten: 49
  83. 83 Resultaat 49
  84. 84 Voorbeeld situatie 49
  85. 85 Resultaat 50
  86. 86 Draagkracht en draaglast van ouders 50
  87. 87 Voorbeeld situatie 50
  88. 88 Resultaat 50
  89. 89 Balans tussen draagkracht en draaglast 50
  90. 90 Succesfactoren stimulering ouderbetrokkenheid 51
  91. 91 Voorbeeld situatie 51
  92. 92 Kijkwijzer voor gesprekken met ouders 52
  93. 93 Voorbeeld situatie 52
  94. 94 Bronnen 53
  95. 95 Ontwikkelingskansen vanuit neuropsychologie 54
  96. 96 Ontwikkeling van het brein 54
  97. 97 Executieve functies 54
  98. 98 Ontwikkeling per leeftijd 54
  99. 99 Neuronen 55
  100. 100 Communicatie 55
  101. 101 Begin hersenen 56
  102. 102 Blooming en Pruning 56
  103. 103 Invloeden op de ontwikkeling van het brein 56
  104. 104 Stress 57
  105. 105 Kort stress 57
  106. 106 Langdurige stress 58
  107. 107 Wat kan jij doen als leerkracht na verminderde ontwikkeling 58
  108. 108 Kleuters 58
  109. 109 Consequenties 59
  110. 110 Zeven tips 59
  111. 111 Overgangen 60
  112. 112 Levensfasen volgens Feldman (2020) 60
  113. 113 Kenmerken van het jonge kind (Brouwers, 2019) 60
  114. 114 Ontwikkeling van het jonge kind (2–6 jaar) 60
  115. 115 Peutergroepen en Voorschoolse Educatie (VVE) 61
  116. 116 Rotterdamse A-kwaliteit (Gemeente Rotterdam, 2022) 61
  117. 117 Overgang van peuterspeelzaal naar groep 1 61
  118. 118 Ontwikkeling in beeld 61
  119. 119 Van kleuter naar schoolkind 62
  120. 120 Gevolgen van een succesvolle overgang 62
  121. 121 Concrete tips voor een doorlopende ontwikkeling 62
  122. 122 Literatuur 62
  123. 123 Workshops 63
  124. 124 Kennismakingsgesprek 64
  125. 125 Opbouw gesprek: 64
  126. 126 Structuur gesprek: 64
  127. 127 Voorbeeldcasus: 64
  128. 128 Voortgangsgesprek 65
  129. 129 Opbouw gesprek: 65
  130. 130 Structuur gesprek: 65
  131. 131 Voorbeeldcasus: 65
  132. 132 Lastige gesprekken 66
  133. 133 Opbouw gesprek: 66
  134. 134 Voorbeeldcasus: 66
  135. 135 PGO 7
  136. 136 verwondering tonen, cognitieve empathie, kunnen wachten, flexibiliteit) 8
  137. 137 nadruk op systematische instructie 9
  138. 138 kinderen leren — door spel, exploratie en betekenisvolle interactie 10

Documentinformatie

Geüpload op
18 augustus 2026
Aantal pagina's
66
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,82

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
1 week geleden


Echte notities, van echte studenten
Elk document op Stuvia is geschreven door een medestudent die hetzelfde vak deed. Zo leer je van iemand die het al heeft gehaald.



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen