Leereenheid Onderwerp Kernonderwerpen
Totstandkoming van
overeenkomsten,
Introductie
contractsvrijheid, aanbod en
Leereenheid overeenkomstenrecht
aanvaarding, goede
1 & afgebroken
trouw/redelijkheid en billijkheid,
onderhandelingen
afbreken van onderhandelingen
en aansprakelijkheid
Vertegenwoordiging, volmacht,
bevoegdheid van de
vertegenwoordiger,
Leereenheid Vertegenwoordiging en
rechtshandelingen namens een
2 volmacht
ander en gevolgen van
onbevoegde
vertegenwoordiging
Nietigheid, vernietigbaarheid,
wilsgebreken, strijd met de
Leereenheid Grenzen van
wet/openbare orde/goede zeden
3 contractsvrijheid
en gevolgen van nietigheid en
vernietiging
Gebondenheid aan de
Rechtsgevolgen van de overeenkomst, uitleg van
Leereenheid
overeenkomst ten overeenkomsten, redelijkheid en
4
aanzien van partijen billijkheid, aanvullende en
beperkende werking
Algemene voorwaarden,
toepasselijkheid,
Leereenheid terhandstelling, informatieplicht,
Algemene voorwaarden
5 onredelijk bezwarende
bedingen, art. 6:231–247 BW
en zwarte/grijze lijst
Nakoming, tekortkoming,
verzuim, toerekenbaarheid,
Leereenheid Nakoming en
schadevergoeding, art. 6:74
6 schadevergoeding
BW, overmacht en
schadebegroting
Leereenheid Opschorting en Opschortingsrecht, voorwaarden
7 ontbinding voor opschorting, ontbinding
wegens tekortkoming, art.
1
,Leereenheid Onderwerp Kernonderwerpen
6:265 BW, gevolgen van
ontbinding
Koopovereenkomst,
consumentenkoop, art. 7:1 en
Leereenheid Inleiding koop en 7:5 BW, conformiteit, non-
8 consumentenkoop conformiteit, verplichtingen
koper/verkoper en
consumentenbescherming
Klachtplicht bij gebreken, art.
Leereenheid 7:23 BW, tijdig klagen,
Klachtplicht
9 verjaring, bewijspositie en
gevolgen van te laat klagen
2
,Leereenheid 1
Een introductie tot het overeenkomstenrecht
én een eerste leerstuk: afgebroken
onderhandelingen
Voorkennis
Het BW geeft geen definitie van het rechtsbegrip verbintenis.
Een gangbare definitie is: een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen
twee of meer personen op grond waarvan een partij (de schuldeiser of
crediteur) tot een bepaalde prestatie gerechtigd is en de wederpartij (de
schuldenaar of debiteur) tot die prestatie verplicht is.
De wet verbindt aan het bestaan van verbintenissen ingrijpende
rechtsgevolgen, namelijk de bevoegdheid van de schuldeiser om nakoming
van de verbintenis in rechte af te dwingen (art. 3:296 BW) en de
bevoegdheid van de schuldeiser om na een veroordelend vonnis zijn
vordering op alle goederen van zijn schuldenaar te verhalen (art. 3:276 BW).
Verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet (art. 6:1 BW)
voortvloeit (dan wel passend in het stelsel van de wet en aansluitend bij wel
3
, in de wet geregelde gevallen, HR 30 januari 1959, NJ 1959, 548 (QuintTe
Poel)).
Een natuurlijke verbintenis is een rechtens niet-afdwingbare verbintenis (art.
6:3 lid 1 BW). De schuldeiser van een natuurlijke verbintenis kan derhalve
geen gebruikmaken van art. 3:296 BW.
De belangrijkste bron van verbintenissen is de verbintenisscheppende
(obligatoire) overeenkomst (art. 6:213 BW). Andere bronnen van
verbintenissen zijn onrechtmatige daad (art. 6:162 BW), zaakwaarneming
o (art. 6:198 BW), onverschuldigde betaling, (art. 6:203 BW) en
ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW). Ook in andere boeken
van het BW worden bronnen van verbintenissen aangewezen, zoals
alimentatieverplichtingen (art. 1:157 BW en 1:392 BW). Ook buiten
het BW worden in wetsbepalingen bronnen van verbintenissen
genoemd, zoals bijv. art. 185 WVW.
Kenmerken en ontstaan van de verbintenis
Verbintenissenrecht algemeen, nummer 1-11.
INLEIDING
Het verbintenissenrecht maakt deel uit van het vermogensrecht en regelt de
juridische relatie tussen een schuldeiser en een schuldenaar.
De belangrijkste bron van verbintenissen is de overeenkomst (art. 6:213 lid 1
BW), maar verbintenissen kunnen ook uit de wet voortvloeien, zoals bij
onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) en ongerechtvaardigde verrijking (art.
6:212 BW).
Een verbintenis is in beginsel rechtens afdwingbaar (art. 3:296 BW), behalve bij
natuurlijke verbintenissen, die wel vrijwillig nagekomen kunnen worden maar
niet juridisch afdwingbaar zijn. De schuldeiser kan zijn vordering in principe
verhalen op alle goederen van de schuldenaar (art. 3:276 BW), tenzij er
wettelijke beperkingen gelden.
HET BEGRIP VERBINTENIS
4
,De wet definieert het begrip verbintenis niet expliciet, maar het wordt
algemeen beschouwd als een vermogensrechtelijke rechtsverhouding tussen
twee of meer personen. Hieruit vloeien drie kenmerken voort:
1. Vermogensrechtelijke aard: een verbintenis heeft betrekking op
een prestatie met financiële waarde (art. 3:6 BW).
2. Subjecten: er zijn minimaal twee partijen betrokken: een
schuldeiser (crediteur) en een schuldenaar (debiteur).
3. Voorwerp: de prestatie die geleverd moet worden, kan bestaan
uit:
- Geven (bijv. overdracht van een zaak, betaling van geld);
- Doen (bijv. uitvoeren van arbeid, verrichten van diensten);
- Niet-doen (bijv. nakoming van een concurrentiebeding).
Actieve en passieve kant
• Actieve kant: het vorderingsrecht van de schuldeiser.
• Passieve kant: de schuld en aansprakelijkheid van de schuldenaar.
Een verbintenis is een relatief recht, wat betekent dat het slechts geldt tussen
bepaalde personen (in tegenstelling tot een absoluut recht zoals eigendom, dat
tegen iedereen werkt).
Onderverdeling van het begrip ‘verbintenis’:
VERPLICHTINGEN EN AFDWINGBAARHEID
5
,Een verbintenis brengt verplichtingen en juridische middelen met zich mee om
naleving af te dwingen.
Afgedwongen nakoming en schadevergoeding
• Schuldeiser kan nakoming eisen via de rechter (art. 3:296 BW).
• Bij tekortkoming van de schuldenaar kan schadevergoeding
worden gevorderd (art. 6:74 BW)
• Verzuim treedt in als de schuldenaar niet tijdig presteert na een
ingebrekestelling (art. 6:82 BW).
Executiemogelijkheid en verhaalsaansprakelijkheid
Indien de schuldenaar niet presteert, kan de schuldeiser:
• via een vonnis de schuld executeren (art. 3:276 BW);
• beslag leggen op bezittingen van de schuldenaar en deze te gelde
maken.
Verhaalsaansprakelijkheid
- betekent dat de schuldenaar met zijn gehele vermogen aansprakelijk is
voor zijn schuld, tenzij wettelijke uitzonderingen gelden.
ONTSTAAN EN OVERGANG VAN VERBINTENISSEN
Bronnen van verbintenissen
Verbintenissen ontstaan uit:
1. Overeenkomst (art. 6:213 BW);
2. Onrechtmatige daad (art. 6:162 BW);
3. Ongerechtvaardigde verrijking (art. 6:212 BW);
4. Zaakwaarneming (art. 6:198 BW), waarbij iemand andermans
belangen behartigt zonder overeenkomst.
Overdracht van verbintenissen
• Schuldeisers kunnen vorderingen overdragen (art. 3:94 BW).
• Schulden kunnen door een schuldenaar worden overgedragen (art.
6:159 BW).
6
, • Bij hoofdelijke aansprakelijkheid kan de schuldeiser elke
schuldenaar aanspreken (art. 6:6 BW).
Voorbeeld:
• A koopt een televisie bij B en draagt zijn schuld over aan C. C wordt
de nieuwe schuldenaar, maar B blijft schuldeiser.
7
, AFDWINGBAARHEID EN SANCTIES BIJ NIET-NAKOMING
Natuurlijke verbintenissen
Niet alle verbintenissen zijn afdwingbaar.
Natuurlijke verbintenissen (art. 6:3 BW) kunnen vrijwillig worden nagekomen,
maar de schuldeiser kan de schuldenaar niet juridisch dwingen om te betalen.
Schadevergoeding en verzuim
• Bij wanprestatie kan schadevergoeding worden gevorderd (art.
6:74 BW).
• Voor schadevergoeding is meestal ingebrekestelling vereist (art.
6:82 BW).
• Als de schuldenaar in verzuim is, heeft dit gevolgen voor
aansprakelijkheid en schadevergoeding (art. 6:83 BW).
EUROPEES EN INTERNATIONAAL VERBINTENISSENRECHT
Het Nederlandse verbintenissenrecht wordt beïnvloed door:
1. Europese Richtlijnen, zoals:
• Richtlijn Consumentenkoop;
• Richtlijn Oneerlijke Bedingen;
• Richtlijn Consumentenrechten (o.a. koop op afstand); Richtlijn
Productaansprakelijkheid (art. 6:185 BW).
2. EVRM-rechtspraak, zoals de Urgenda-zaak:
- De Hoge Raad oordeelde dat de Staat verplicht is tot klimaatmaatregelen
op basis van art. 2 en 8 EVRM.
3. Internationale studies, zoals:
• Draft Common Frame of Reference (DCFR), een model voor een
Europees contractenrecht;
• Het voormalige voorstel voor een Gemeenschappelijk Europees
Kooprecht (GEKR).