= de objectieve wetenschappelijke studie van de menselijke geest
Het is ook wel de wetenschap van het gedrag, de mentale processen en de functies
van het brein. “Psyche” staat voor geest, “ologie” voor het gebied van de studie.
Gericht op het individu!
Historie
Plato, Aristoteles en andere wetenschappers dachten al na over de geest. Wilhelm
Wundt is de grondlegger van de psychologie (> meten van reactietijd).
Sociale psychologie
= invloed van onze sociale en fysieke omgeving op ons gedrag
Aspecten:
I. De sociale beïnvloeding = hoe wordt gedrag beïnvloed door omgeving?
II. De sociale cognities = hoe interpreteren we onze omgeving?
III. Aantrekkelijkheid en relaties = waarom mogen we mensen wel/niet?
SOCIALE BEINVLOEDING
Conformisme
= jouw gedrag en houding overeen laten komen met de verwachte sociale normen
van een groep
2 studies:
- Van Asch > natekenen van lijnen en kiezen welke erbij past. Mensen kozen
uiteindelijk het foute antwoord op basis van anderen. De meerderheid is een
geldige bron van informatie en mensen zijn bang voor afkeer van anderen.
Kiezen voor de goedkeuring (normatieve sociale invloed)
- Stanford prison studies > een groep wordt opgesplitst naar gevangenen en
bewakers. Mensen gingen zich zo naar hun rol gedragen dat het experiment
vroegtijdig eindigde. Ze conformeren zich aan hun rol, ook wel
groepsconformiteit.
Kritiek > onderzoeker was niet objectief, niet ethisch
Waarom conformeren mensen?
1. Handig als je niet weet wat je moet doen of hoe je je moet gedragen > volgen
van de sociale normen
2. Het voorkomt het risico tot afwijzing van een groep
3. Normatieve sociale invloed > leuk gevonden/geaccepteerd worden
4. Informatieve sociale invloed > gelijk hebben, groep als informatiebron
Sociale facilitatie = aanwezigheid van anderen beïnvloed je prestatie
Sociale loafing = meeliften op anderen, minder inspannen in een groep
De-individualisatie = ongebruikelijk gedrag omdat je je in een groep bevindt
Groepspolarisatie = accentueren van een houding, groep duwt jullie die richting in
Groepsdenken = onderdrukken van de eigen (afwijkende) mening voor de groep
Sociale normen = ongeschreven of onuitgesproken regels rondom gedrag in sociale
setting
, Dus meer conformatie bij:
- Een anonieme groep van 4 of 5 personen minimaal
- Mening moeten geven in de groep
- Je hebt nog geen instemming gegeven
- Je vindt de taak lastig en twijfelachtig
- Je weet niet veel over de situatie
- Je wilt deel uitmaken van de groep
- Collectivistische samenlevingen
Minder conformatie bij:
- Het hebben van een medestander
- Als de ander zijn mening vraagachtig is
- Veel kennis over het onderwerp
- Geen deel willen uitmaken van de groep
Compliance
= het ingaan op verzoeken van anderen, ook als die persoon geen autoriteit heeft
Wanneer?
1. Sneller bij mensen die we aantrekkelijk vinden
2. Bij iemand met een gelijkenis
3. Het verkrijgen van een sociale band met een ander
Reciprocation (wederkerigheid) > we voelen ons verplicht terug te geven aan
mensen die iets aan ons hebben gegeven.
Wanneer?
1. Door-in-the-face techniek = een groot verzoek wordt opgevolgd door een
kleiner verzoek (kleiner verzoek is wat de vrager wil bereiken)
2. Foot-in-the-door techniek = een klein verzoek wordt opgevolgd door een groot
verzoek (een like op facebook, opgevolgd door merkloyaliteit)
3. Lowballing strategie = na het maken van een deal, kleine dingen toevoegen
Obedience
= gehoorzaamheid, het volgen van orders en het reageren met gedrag op een order