1
, -
Juni 2021 Samenvatting + lesaantekeningen Ondernemingsrecht HST 1-7
HOOFDSTUK 1 – INLEIDING ONDERNEMINGSRECHT
Geel – Kennen voor tentamen
Groen – Opmerkingen docent
AFKORTINGEN
BW Burgerlijk Wetboek
WvK Wetboek van Koophandel
HNW Handelsnaanwet
Hrgw Handelsregisterwet
Rv Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
WvSr Wetboek van Strafrecht
W(E)OR Wet op de (Europese) Ondernemingsraden
1. INLEIDING
Het recht schept een kader, de grenzen, waarbinnen de doelen van een onderneming
gerealiseerd moeten worden. Niet alleen de wetgeving, maar ook de onderneming zelf stelt deze
grenzen op.
1.1 BEROEP, BEDRIJF EN ONDERNEMING
In het ondernemingsrecht wordt met drie begrippen gewerkt:
1. beroep iedere maatschappelijke werkkring waarmee een persoon inkomen verwerft
2. bedrijf het zelfstanding, regelmatig en openlijk optreden in een zekere kwaliteit van een
persoon
3. onderneming verzamelbegrip voor een of meerdere bedrijven die naar buiten toe in een
bepaalde juridische vorm als eenheid optreden.
2
, -
1.2 RECHTSVORM VAN DE ONDERNEMING
De rechtsvorm van de onderneming kan verschillen; de keuzes voor de ondernemer zijn:
- eenmanszaak
- openbare vennootschap (ov) en commanditaire vennootschap (cv)
- coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij (OWM)
- naamloze en besloten vennootschap (nv en bv)
Een stille maatschap (ook wel vennootschap), een vereniging en een stichting voeren in de regel
geen onderneming,, maar kunnen dat wel doen). Openbare vennootschappen en cv’s kunnen
rechtspersoon worden.
1.3 HANDELSNAAM
De handelsnaam is de naam waaronder de onderneming wordt gedreven; deze naam kan zijn:
- de naam van een natuurlijk persoon
- de naam van een rechtspersoon
- een fantasieaanduiding
Het recht op een handelsnaam ontstaat door het gebruik op de handelsnaam. Het betreft hier
een vermogensrecht, omdat de naam overdraagbaar is. De naam kan ook onder algemene titel,
bijvoorbeeld door erfopvolging, overgaan.
Het recht op de naam kan echter nooit los van de onderneming overgaan.
Verbodsbepalingen een handelsnaam te voeren als:
- deze in strijd met de waarheid aanduidt dat de onderneming aan een ander toebehoort
(art. 3 HNW)
- die een verkeerde indruk geeft van de rechtsvorm van de onderneming (art. 4 HNW)
- die eerder door een ander rechtmatig is gevoerd (art. 5 HNW)
- die in strijd komt met het merk van een andere onderneming (art. 5a HNW)
- die een onjuiste indruk geeft van de onder die naam gedreven onderneming (art. 5b
HNW)
tentamen: weet globaal wat waar in het wetboek staat; waar gaan art. 2,3,5 over etx. Geen
tentamenvragen over inhoud wet maar betekenis en gevolg
Handelsnaam en merk kunnen in elkaar overlopen. Het recht van merk dient ter onderscheiding
van de waren van een onderneming van die van anderen.
Als merk wordt beschouwd benamingen, tekeningen, afdrukken, stempels, letters, cijfers,
vormen van waren of van verpakkingen en alle andere tekens die dienen om de waren van een
onderneming te onderscheiden.
3