Thema 1 Inleiding Ouderen Psychologie
H1 Ouder worden en ouderen
Wat is ‘oud’: Dit wordt bepaald door een krachtenspel tussen maatschappelijke ontwikkelingen,
invloeden van politiek en bedrijven en door de ouderen zelf.
Gezondheid is niet enkel de afwezigheid van ziekte maar ook de aanwezigheid van veerkracht,
welbevinden en zingeving.
Levensloopindelingen veranderen. Het is namelijk onduidelijk wanneer de ene fase begint en de
andere eindigt. Het verschilt ook per persoon hoe ze ontwikkelen. De bekende indeling van
levensloopfasen zijn:
1. Kinderen en jeugdigen 0-20
2. Volwassenen 20-65
3. Ouderen 65+
Omdat de gemiddeld mens ouder wordt dan voorheen is er in het rapport Verkenning Levensloop
een nog grotere differentiatie toegepast in leeftijden.
1. Vroege jeugd 0-15
2. Jongvolwassen: 15-30
3. Consolidatie en spitsuur 30-60
4. Actieve ouderdom 60-80
5. Intensieve zorg 80+
Ook deze indeling is kortzichtig en houdt geen rekening met de diversiteit in ouder worden.
1 derde van 50-74 jaar doet aan vrijwilligers werk. Gemiddeld 6 uur per week.
Feit en fictie moeten onderscheiden worden als het gaat om ouderen.
- Niet alle ouderen willen met pensioen
- Ze zijn niet moeilijk te behandelen maar krijgen minder goede behandeling
- Oudere mensen hebben juist meer gezondheidsklachten gekregen
- Zelfstandig zijn is veranderd in puur en alleen het vermogen om thuis te blijven wonen.
- Ouderen bieden veel economische waarde via hun vrijwilligers werk.
- Ouderen zijn commercieel aantrekkelijk voor banken, recreatie bedrijven etc.
Ouder worden kan dus niet gevangen worden in stereotype en gemiddelden.
Ouder worden wordt steeds meer als proces gezien en niet als kalenderleeftijd.
Ouder worden verschilt per
- Maatschappelijke positie (leeftijd cohort, sociaal cultureel, migratie achtergrond)
- Individuele verschillen (persoonlijkheid, coping strategie)
- Verschillen binnen het individu zelf (blij op het psychologisch domein maar pijn op fysiek
domein bijvoorbeeld).
Healthy-aging model van World Health Organization past goed vanwege de focus op groei, behoud
van capaciteiten en functioneren en omgaan met verlies en tegenslagen.
,Meer aandacht voor welbevinden en veerkracht in de geriatrie.
Zorg verschuift van hulpverlener naar begeleider. Autonomie behoud, wensen van de client staan
voorop.
Van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving. De regie ligt terug bij de burger.
Deze nadruk op zelfbeschikking en autonomie kent ook een keerzijde. De echt kwetsbare mensen
worden hierdoor uitgesloten. Mensen die daadwerkelijk niet meer autonoom zijn lopen het risico om
niet in aanmerking te komen met de benodigde hulpverlening.
De ouderenpsycholoog moet dus balanceren tussen het aanmoedigen van zelfbeschikking en de echt
afhankelijke mensen zorg verlenen.
Ouderenpsychologie brengt wetenschappelijke gefundeerd kennis en methoden om ouderen en hun
naasten te begrijpen, problemen op te lossen en voorkomen, en hun veerkracht te bevorderen om
ouderen ook op hogere leeftijd optimaal tot hun recht te laten komen.
Ouderenpsychologie verschilt weinig van psychologie voor andere leeftijden zoals bij diagnostiek en
behandeling.
Echter ouderen kunnen wel leeftijd gerelateerde problematieken hebben. Hierbij moet er opgepast
worden dit niet klakkeloos aan de leeftijd toe te wijzen en het definitief als onbehandelbaar
stempelen. Bij iedere client moet er geanalyseerd worden wat het probleem is, waar de oorzaak ligt
en of het probleem opgelost kan worden of de client weerbaarder gemaakt kan worden om ermee te
leren leven. Welke communicatie, diagnostiek, behandeling en methoden is het meest toepasbaar
voor deze client is de vraag die iedere keer voorop staat. Maatwerk is geboden.
Contextual Lifespan Theorie for Adapting Psychotherapie (CALTAP- model)
- Houdt rekening met de cohort, cultuur en persoonlijke context.
- Neemt zowel positieve als negatieve aspecten van ouderdom mee.
- Focust op probleem analyse en oplossingen bieden i.p.v. toewijzen aan ouderdom en
onoplosbaar achterlaten.
- Neem sociale context in acht voor zowel naasten als hulpverleners op basis van hun attitudes
en cognities als het gaat om hoe ze de problemen van de oudere serieus nemen.
Ouderenpsychologie is in de afgelopen 40 jaar verder geprofessionaliseerd. Zo werken
ouderenpsychologen voornamelijk in ziekenhuizen, verzorging- en verpleeghuizen en eerste lijn
, hulpverlening. Verder zijn er studie- en opleiding specialisaties opgezet toegespitst op de
psychologische behandeling van ouderen bij de GZ-opleiding en diverse masteropleidingen.
H2 Levensloop theorieën
Bij ouderenpsychologie kan de mogelijke ontwikkeling of pathologie bij een ouder niet losgemaakt
worden van zijn of haar levensloop.
Vier perspectieven:
1. Levensloop
2. Betekenis van ouder worden
3. Het welbevinden
4. Levensverhalen
De levenservaringen kunnen zowel een helpende als remmende factor hebben bij een behandeling.
Denk aan negatieve attitudes en wijsheden.
Ouder worden wordt in de levensloop theorie niet gezien als een fase maar als een doorzetting van
een ontwikkelingsproces wat begon bij de geboorte.
Ouder worden wordt gezien als multidimensionaal en multidirectionaal: ouder worden heeft effect
op psychologisch, sociaal en biologisch vlak en al deze aspecten hebben ook onderling invloed.
Je hebt normaal, succesvol en optimaal ouder worden. Normaal = volgens het statistisch gemiddelde,
succesvol = positieve uitzondering, optimaal = ideaal beeld onder perfecte omstandigheden.
Opinie over dit ideaal beeld speelt tussen activity vs dissengagement. Dus actief en betrokken ouder
worden of langzaam uit de samenleving terug trekken ouder worden. Het risico bij deze dichotomie
is normatief denken.
Succesvol ouder worden bestaat uit minimale kans op ziekte, betrokken leven en goed
functionerende cognitie.
Ontwikkelingsregulatie bestaat tussen plasticiteit (omgaan met tegenslagen) en autonomie (sturing
geven aan je veroudering proces).
SOC-model
1. Selecteren: Keuzes maken in je leven.
2. Optimaliseren: Functioneringsvermogen verbeteren.
3. Compenseren: Functioneringsvermogen standhouden bij verlies of achteruitgang.
Socio-emotionele-selectiviteitstheorie: Twee motieven, Dingen leren kennen en emoties reguleren.
Wanneer men weinig levensjaren over hebben, ligt de focus op emotie regulatie. Met nog veel
toekomst richt men zich op nieuwe dingen leren kennen.
Geestelijke gezondheid: hoog niveau van welbevinden gepaard met goed individueel en
maatschappelijk functioneren. Dit wordt gemeten op basis van geluk, zelfrealisatie en
maatschappelijke integratie.
Wat houd een goed leven in?
- Emotioneel welbevinden (hedonistisch) Epicurus
1. Levenstevredenheid – Blij zijn waar je staat in het leven