2025-2026
Week 2: Dagvaardingsprocedure
Werkgroepopdrachten
Opdrachten
Opdracht 1 – Casus Anouk/Tom
Anouk en Tom hebben een relatie met elkaar gehad, maar zijn alweer een paar jaar uit elkaar
en staan niet op goede voet met elkaar. Anouk en Tom houden van varen en hebben ieder een
boot in de haven van Enkhuizen. Op een mooie dag varen Anouk en Tom in de polder nabij
Enkhuizen. Als Anouk Tom ziet, wil ze met een flinke snelheid langs de boot van Tom
scheren. Het gaat echter mis en de boten van Anouk en Tom komen met elkaar in botsing.
Volgens Tom is de aanvaring ontstaan door een fout van Anouk en hij wil zijn schade op haar
verhalen. Hij begint een procedure tegen Anouk bij de rechtbank, waarin hij € 20.000,-
schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad vordert.
1. Kan Anouk op de dag waarop zij in de dagvaarding wordt opgeroepen te verschijnen
mondeling verweer voeren?
Ex art. 93a Rv is in casu sprake van een kantonzaak. Ex art. 87 lid 5 BW kan zij dus in
persoon verschijnen en mondeling verweer voeren.
2. Stel: Anouk verschijnt niet en de rechter verleent verstek. De rechter twijfelt over de
hoogte van het gevorderde bedrag aan schade, omdat op de foto’s in het dossier – op een
paar deuken en krassen na – vrijwel geen schade valt waar te nemen. Wat zal er
waarschijnlijk gebeuren? Redeneer door tot en met het eindvonnis.
Indien de rechter verstek verleent aan de gedaagde, dan wijst hij de vordering in beginsel toe
volgens het arrest Bore/De Vries. Echter, indien de vordering onrechtmatig of ongegrond mag
voorkomen, is dit toegestaan. In casu zou de rechter ervan uit moeten gaan dat het toewijzen
van de vordering onrechtmatig en ongegrond is, aangezien op de foto’ geen schade te zien is.
Anouk verschijnt op het in de dagvaarding genoemde moment in de procedure.
3. In haar conclusie van antwoord voert Anouk aan dat zij niet onrechtmatig heeft gehandeld.
Kan Anouk dit verweer later nog aanvullen met het verweer dat (a) als er al onrechtmatig
is gehandeld, er geen causaal verband bestaat en (b) de dagvaarding nietig is?
Ex art. 128 lid 3 Rv dient de gedaagde alle excepties en principale verweren tegelijk naar
voren te brengen per conclusie van antwoord. Verweer A is een principaal verweer en na de
conclusie van antwoord kan zij een nieuw principaal voeren, als Anouk überhaupt een
principaal verweer gevoerd heeft. Verweer b is een exceptief verweer. Dat verweer kan niet